Recensie

Je zoon als een postpakket thuisbezorgd

Svetlana Alexijevitsj

In twee onlangs vertaalde boeken laat deze schrijfster zien dat velen in de voormalige Sovjet-Unie nog altijd moeite hebben met de waarheid, zeker als het om rampen en oorlogen gaat.

Oezbeekse vrouw groet de uit Afghanistan terugkerende Sovjettroepen Foto Patrick Robert/Getty Images

Oorlog en Rusland zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Niemand weet dat beter dan de Wit-Russische schrijfster Svetlana Alexijevitsj (1948), die in 2015 de Nobelprijs voor Literatuur kreeg. „Voor ons was oorlog de enige vorm van bestaan”, zei ze in 2016 nog in een interview met deze krant (Boeken, 25.3.2016) over de Sovjet-Unie, het land waar ze opgroeide.

Oorlog is ook het thema van twee van haar boeken die onlangs in het Nederlands verschenen. Weliswaar gaat Wij houden van Tsjernobyl over de catastrofe in 1986 met de gelijknamige kerncentrale, maar de bestrijding van die ramp werd in de staatsmedia als een oorlog voorgesteld, met de rampenbestrijders als oorlogshelden. Op die manier probeerde de Sovjet-leiding haar bestuurlijk falen te verhullen, wat overigens niet lukte.

Ook dit keer laat Alexijevitsj een stoet gewone mensen aan het woord, zoals de vrouw van een brandweerman die in zomertenue de vuurzee in de ontplofte reactor moest blussen en, blootgesteld aan radioactieve straling, overleed. Zijn vrouw zat zwanger aan zijn sterfbed, waardoor hun kind met straling besmet raakte en een paar uur na haar geboorte ook stierf.

Verlaten stadjes

Jaren na de ramp reist Alexijevitsj door de nucleair besmette zone. Ze doolt door verlaten stadjes waar het eens heerlijk toeven was, omdat werknemers van kerncentrales door de staat in de watten werden gelegd. In het uitgestorven gebied, spreekt ze een enkeling die het in 1986 vertikt heeft zijn huis te verlaten en nog altijd in leven is. Zulke ontmoetingen leveren aangrijpende getuigenissen op, die worden afgewisseld met flarden van gesprekken met anderen die als een koor uit een Griekse tragedie een hogere waarheid vertellen.

Een vergelijkbare indruk van een leugen die verhuld moest worden krijg je uit Zinkjongens. Sovjet-stemmen uit de Afghaanse oorlog, dat net als haar magnum opus Het einde van de Rode mens een hoogtepunt in haar oeuvre vormt. Onderwerp van dit boek is de geheime oorlog die de Sovjet-Unie vanaf 1979 in buurland Afghanistan voerde, waarbij zo’n 15.000 Sovjet-militairen omkwamen. De terugtrekking van de Sovjet-troepen in 1989 zou net als de ramp in Tsjernobyl een symbool worden van het failliet van de Sovjet-Unie.

In dit overweldigende boek maken vooral de door Alexijevitsj opgevoerde soldatenmoeders indruk, wier gesneuvelde zonen in dichtgeschroefde zinken kisten werden thuisbezorgd. Ze hebben geen vrede met hun dood en beseffen heel goed dat hun kinderen niet alleen werden ingezet om wegen, bruggen en scholen voor een broedervolk te bouwen, zoals de propaganda deed voorkomen.

Hartverscheurend is een scène waarin zo’n zinken doodskist door drie officieren als een postpakket in de portiek van het ouderlijk huis wordt afgeleverd. ‘Waar wilt u hem hebben?’ vragen ze onverschillig aan de wanhopige moeder. Een andere moeder probeert op het kerkhof de kist met de resten van haar zoon met een schroevendraaier open te wrikken. Haar man verhangt zich kort daarna.

Of neem de getuigenis van een vrouwelijke arts, die in een Afghaans ziekenhuis tussen de zwijgende stervende soldaten zit en zich achteraf verontschuldigt met de woorden: ‘Ik ben een romantisch meisje, ik heb geloof ik nooit echt geleefd. Ik verzin mijn leven, ik verbeeld het me.’

De stemmen van de door Alexijevitsj geïnterviewde soldaten zelf zijn zo niet nog aangrijpender. Ze vertellen over wat er met je gebeurt als je op een mijn stapt en je armen en benen verliest. Ze hebben het over het schieten en rennen dat het wezen van de oorlog is. Want als je niet schiet en rent ben je er meteen geweest. En als je toch sneuvelt, word je in het geheim, in een zinken kist begraven, omdat die oorlog, net als in het huidige conflict tussen Rusland en Oekraïne, verborgen moet blijven voor het thuisfront.

Beesten

En dan is er nog de kater na hun terugkeer uit Afghanistan. Ineens zijn ze geen helden meer. Voor de verminkten onder hen is in de Sovjet-maatschappij bovendien geen plaats, zeker niet als bekend wordt dat de Sovjet-troepen in de oorlog de beest hebben uitgehangen. Niet voor niets heeft Alexijevitsj het verslag opgenomen van de rechtszaak die in 1993 door enkele geïnterviewden tegen haar werd aangespannen, omdat ze hen verkeerd zou hebben geciteerd. ‘U hebt moordenaars gemaakt van onze zonen’, klinkt het in de rechtszaal.

Als blijkt dat de eisers handelen in opdracht van de autoriteiten, die de feiten uit haar boek willen ondermijnen, betreurt Alexijevitsj het dat het onmogelijk is om in haar land de waarheid pijnloos boven tafel te krijgen. Als ze even later benadrukt dat de mensen die haar aanklagen niet weten hoe ze met hun na 1991 verkregen vrijheid om moeten gaan, laat ze tevens zien waar het in het huidige Rusland nog altijd in hoge mate aan schort: de behoefte om te weten wat er in hun land werkelijk gebeurt.

    • Michel Krielaars