De calculerende rekenmeesters van EY

Accountants

Een bestuursbenoeming voor een falende accountant, boekhoudfouten bij Rabobank en een topman die nieuwe regels wilde „ontlopen”. Een inkijk in de beloofde cultuurverandering bij EY.

Illustratie Roel Venderbosch

Het is een mooie promotie. In de zomer van 2014 treedt accountant Joep Heijster toe tot het landelijk bestuur van de accountantspraktijk van EY. Hij wordt verantwoordelijk voor het personeelsbeleid in Nederland en België en mag zich ‘Talent Leader’ noemen. Limburger Heijster blijft ook actief als accountant, onder meer van het – inmiddels failliete – beursgenoteerde schoenenconcern Macintosh.

Het is ook een nogal opvallende promotie. Uit vertrouwelijke documenten in bezit van NRC blijkt dat over de controlekwaliteiten van Heijster op dat moment al ernstige twijfels bestaan binnen EY.

Een klein jaar eerder wordt Heijster nog op het matje geroepen bij toenmalig bestuurslid Jaap Hetebrij voor een „normoverdragend gesprek”. Zo’n gesprek dient als waarschuwing. Aanleiding is zijn controlewerk bij de failliet gegane boekengroothandel Libridis. Daarna start EY’s eigen afdeling compliance een breder onderzoek naar Heijsters controlewerk.

In juli 2014, terwijl het onderzoek nog loopt, gaat EY over „tot sanctionering”. Zijn werk is niet goed genoeg. Hij krijgt de beoordeling ‘below peer’ en zijn beloning wordt naar beneden aangepast. „Een bonus die hij zonder deze overtredingen zou hebben gekregen is niet toegekend”, vermeldt een intern memo. Ook wordt met hem „indringend gesproken” over zijn betrokkenheid bij controles.

Opvallend genoeg staat deze sanctionering de promotie van Heijster niet in de weg. In dezelfde maand treedt hij toe tot het EY-bestuur.

De definitieve conclusies zijn hard. Bij geen van de vier onderzochte klanten heeft Heijster zijn werk goed gedaan. De „tekortkomingen” zijn „serieus” en „niet als incidenteel aan te merken”. „Vier dossiers in zo’n korte tijdspanne bij één partner is ernstig.”

Bij het kleine Vitaal Wonen – een woningcorporatie met 304 huurwoningen – ontging Heijster bijvoorbeeld dat topman Noël P. ten onrechte voor tonnen salaris ontving en er op kosten van zijn werkgever een Bourgondische levensstijl op nahield vol champagne, wijn en dure lunches en diners.

Ook blijkt Heijster miljoenenfouten te hebben gemaakt bij de berekening van het eigen vermogen van ING-vastgoeddochter 3W. Bij de inmiddels failliete onderwijsadministratiefirma Vizyr controleerde hij de salarissen van het bestuur niet goed. En er dreigde een tuchtklacht omdat Heijster advocatenkantoor Boels Zanders adviseerde om de positie van de controller te schrappen, zonder zich goed genoeg in de organisatie van het kantoor te verdiepen.

Eind 2015 belandt het interne onderzoek naar Heijster, die de tekortkomingen erkent, bij de toezichthouder, de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Bepaald niet tot vreugde van het bestuur van EY, zo blijkt uit een mail van bestuurder Jeroen Kamphuis. „Gisteren heeft de AFM in ons kwartaalgesprek gevraagd om dit memo ook ter beschikking te krijgen hetgeen ik dus noodgedwongen moest toezeggen.”

Recordboete

EY, voorheen Ernst & Young, is een van de grote vier accountantskantoren, de ‘big four’ genoemd. Samen zijn zij verantwoordelijk voor de controle van de boeken van nagenoeg alle Nederlandse beursgenoteerde bedrijven en andere grote instellingen. Dat is een belangrijke taak. Hun handtekening moet garanderen dat wat er in de jaarrekening staat ook klopt, zodat gebruikers – aandeelhouders, toezichthouders, werknemers – op de cijfers kunnen vertrouwen. Accountants hebben een wettelijk monopolie op deze publieke taak.

De afgelopen jaren bleek echter dat dat vertrouwen niet altijd terecht is. Zo schikte KPMG eind 2013 voor 7 miljoen euro met justitie vanwege het verhullen van omkoping bij bouwer Ballast Nedam. EY schikte, ook in 2013, voor 50 miljoen euro met betrokkenen bij het faillissement van ICT-bedrijf Landis. De EY-partner die de boeken controleerde, heeft daardoor „niet als een integer accountant” gehandeld, volgens de rechter.

Lees ook: Een ‘beestenboel’ en dan toch een positieve accountantsverklaring

Eveneens in 2013 stelde de AFM vast dat de grote vier accountantskantoren – EY, KPMG, PwC en Deloitte – zich niet gedroegen „in de geest van de wet”. Ze hadden eind 2012 „een reeks contracten voor advieswerkzaamheden” afgesloten met bedrijven waarvan ze ook de boeken controleerden. In 2013 ging juist een wet gelden waardoor kantoren klanten niet langer tegelijk mochten controleren en adviseren.

In september 2014 volgde een AFM-onderzoek met vernietigende resultaten. De toezichthouder concludeerde dat de kwaliteit van het controlewerk van de big four in bijna de helft van de onderzochte gevallen „onvoldoende” was. Als straf voor legde de AFM boetes op. EY kreeg de hoogste: ruim 2,2 miljoen euro. Een extra hoge straf omdat EY al eerder een vergelijkbare boete had gekregen.

Op de dag dat de AFM de onvoldoendes presenteerde, beloofde de beroepsgroep plechtig beterschap. Onder politieke druk presenteerden de accountants 53 maatregelen om zichzelf te verbeteren. Veel daarvan zijn gericht op het veranderen van de cultuur, want dáár zat het probleem.

EY liet in reactie op de AFM-conclusies weten „aanvullende maatregelen” te nemen „om onze kwaliteit nog verder te versterken”. Daarnaast ging EY werken aan de cultuur. De top beloofde het voortouw te nemen „in het creëren van een cultuur, waarin professionals in hun gedrag het publiek belang voorop stellen”. In dat kader wordt in 2014 bijvoorbeeld een workshop ‘zeg wat je ziet’ gegeven, waarin accountants leren kritischer te zijn. In 2015 stelde de AFM vast dat de accountantskantoren „serieus” werk maken van de opzet van de verbetermaatregelen.

Hoewel EY in 2014 zei het AFM-onderzoek „zeer serieus” te nemen, besloot het kantoor in 2016 in beroep te gaan tegen de boete van 2,2 miljoen euro. Die vond EY „geen goede reflectie” van de onderzoeksresultaten. EY had van de big four namelijk de minste ‘onvoldoendes’. De AFM verwacht dat de rechter volgend jaar uitspraak doet in de zaak.

Ondanks de beloftes lijkt de nieuwe standaard voor cultuur en kwaliteit nog niet overal binnen EY te zijn doorgedrongen.

Eind 2015 ontstond kritiek nadat via De Telegraaf uitkwam dat Deloitte EY aanhield als accountant, terwijl Deloitte eigenlijk van accountant moest wisselen. Deloitte bleef eigenlijk liever bij EY, omdat dat kantoor bereid was een gunstige financiële regeling van de partners buiten de boeken te houden. De nieuwe accountant wilde die regeling niet goedkeuren.

Begin 2016 bleek dat ING een boekhoudfout had gemaakt, waardoor de bank de winst over het tweede kwartaal van 2015 met 1 miljard euro moest verlagen. Controlerend accountant was de toenmalige bestuursvoorzitter van EY, Marcel van Loo. Toezichthouder AFM had op de fout gewezen.

Pijnlijk was bovendien dat de nieuwe ‘kwaliteitsbewaker’ die EY in 2015 met veel tamtam binnenhaalde, het kantoor na minder dan een jaar alweer verliet, na een conflict met de top. Martine Frijlink, eerder bestuurder bij KPMG, heeft de naam op dezelfde strakke lijn te zitten als de AFM, en is in het accountantswereldje wel getypeerd als „het geweten van de sector”.

Lees ook: Ze was misschien toch te streng voor EY

Opvallend is dat Joep Heijster nog altijd op zijn plek zit als hr-bestuurder. Niet bepaald een signaal aan de werkvloer, waar diens onvoldoendes rondzongen, dat kwaliteit binnen EY werkelijk het allerbelangrijkst is.

En er zijn meer tot nog toe onbekende voorbeelden, zo blijkt uit documenten in bezit van NRC. De nieuwe topman Coen Boogaart blijkt controlefouten gemaakt te hebben bij Rabobank. En zijn voorganger Van Loo, inmiddels gepromoveerd tot een internationale EY-baas, wilde naderende nieuwe regels „ontlopen”.


Kerncijfers EY: [1] omzet, [2] winst, [3] topsalarissen, [4] aantal werknemers

Rabobank

Accountant Coen Boogaart, sinds juli 2016 de nieuwe bestuursvoorzitter van EY, is gespecialiseerd in de financiële sector. Als voorzitter van de Werkgroep Banken van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants werkte hij mee aan het rapport Van stabilisatie naar vertrouwen uit december 2014 over bankieren en het terugwinnen van vertrouwen na de financiële crisis.

Het rapport geeft tips aan accountants. „Maak u als accountant meer zichtbaar, laat meer zien wat u allemaal achter de schermen doet.” Dat kunnen ze bij uitstek doen via de zogeheten ‘uitgebreide controleverklaring’, die accountants sinds 2015 bij de jaarrekening voegen. Daarin kan de accountant vertellen waar hij tegenaan is gelopen. Deze openheid moet het vertrouwen in zijn werk herstellen.

De bepleite openheid druist echter in tegen de keuze die Boogaart maakt op 31 maart 2015. Op die dag ondertekent hij de jaarrekening van Rabobank over 2014. In die jaarrekening worden op onopvallende wijze drie boekhoudfouten gecorrigeerd die een jaar eerder zijn gemaakt, in de jaarrekening over 2013. In de nieuwe uitgebreide controleverklaring noemt Boogaart ze echter niet.

Het gaat om de volgende fouten. Het eigen vermogen van Rabobank wordt met maar liefst 900 miljoen euro naar beneden bijgesteld omdat de vergoeding op eigen vermogensinstrumenten op de verkeerde plaats in de boeken is gezet. Boogaart blijkt bovendien over het hoofd te hebben gezien dat Rabobank nieuwe IFRS-boekhoudregels onjuist toepaste wat betreft de waardering van rentederivaten. Ook blijkt Rabobank een verkeerde vergelijking te hebben gemaakt tussen de boekwaarde en reële waarde bij de omvang van leningen aan en spaargeld van klanten.


De drie fouten in de jaarrekening van Rabobank

Boogaart zet op 31 maart 2015 voor de tweede keer in dat jaar zijn handtekening onder een jaarrekening van Rabobank, want op 23 februari 2015 had hij die eigenlijk al goedgekeurd. In deze eerste versie waren twee van de drie fouten gecorrigeerd. Nadien ontdekte Rabobank dat er nóg een fout was gemaakt en moest de jaarrekening opnieuw worden opgemaakt.

Telefoontje naar de AFM

Het is „niet gebruikelijk” dat zulke fouten worden gemaakt, zegt hoogleraar externe verslaggeving Henk Langendijk van Nyenrode desgevraagd. Zeker niet „gezien de omvang en typologie van deze onderneming”.

Binnen EY zijn ze er zich van bewust dat er iets verkeerd is gegaan. Op 31 maart 2015 stelt het bestuur de AFM telefonisch op de hoogte. Die vindt de gang van zaken zo ernstig dat ze EY onder druk zet om een zogeheten incidentmelding te doen, zo blijkt uit een vertrouwelijke brief uit mei 2015. Een incidentmelding is wettelijk verplicht in situaties die het vertrouwen in de accountantsorganisatie of de financiële markten kunnen schaden.

Passage uit de brief van de AFM aan EY

Volgens de AFM zijn twee van de drie fouten „materiële fouten”, zo blijkt uit de brief. Dat zijn afwijkingen die het beeld van de jaarrekening voor gebruikers wezenlijk veranderen. De handtekening van een accountant onder het jaarverslag betekent dat hij ervoor instaat dat het geen materiële fouten bevat.

Marcel Pheijffer, hoogleraar accountancy aan de Universiteit Leiden en Nyenrode, is zowel richting Rabobank als de accountant kritisch over de wijze waarop de fouten worden vermeld. „Dit krijgt geen schoonheidsprijs, want de aandacht wordt er niet heel expliciet op gevestigd.” Pheijffer wijst erop dat het bestuur en de raad van commissarissen van Rabobank de fouten bijvoorbeeld niet expliciet benoemen in hun verslag.

De hoogleraar vindt het „nog opmerkelijker” dat de accountant er zelf er in de uitgebreide controleverklaring van vijf pagina’s niet op terugkomt. „Die is nou juist bedoeld om zaken vast te leggen waar de accountant tijdens de controle van wakker heeft gelegen.” Goedkeuring van een jaarrekening met materiële fouten „bezorgt een accountant normaliter slapeloze nachten”.

Boogaart zegt in een telefonische reactie dat het „altijd vervelend” is als er achteraf fouten naar boven komen. Maar hij vindt dat ze in het nieuwe jaarverslag „keurig toegelicht zijn”. Hij heeft de fouten niet opgenomen in zijn uitgebreide verklaring, omdat ze niet „fundamenteel” zijn en „niet of nauwelijks invloed” hebben op Rabobanks resultaten. Een incidentmelding vond EY om dezelfde reden niet nodig.

Airbus

Op 30 september 2015 presenteert EY de jaarcijfers. Het gaat goed met de firma. De winst, waarvan een aanzienlijk deel toekomt aan de partners, groeide met 6 procent naar 147 miljoen euro. Ook de nieuwe cultuur komt weer aan bod. „De komende jaren blijven in het teken staan van verdere kwaliteitsverbetering en cultuurverandering”, schrijft Marcel van Loo, dan nog bestuursvoorzitter van EY, in een verklaring.

In het licht van deze belofte deed zich een week eerder iets opvallends voor. Op 24 september 2015 schreef Van Loo een brief aan Airbus, om te laten weten dat de vliegtuigbouwer EY kan benoemen als accountant. Na het versturen van de brief worden in december intern vragen gesteld over de acceptatie van deze nieuwe klant, door de afdeling risk en het professional practice department. Het bestuur maakt duidelijk dat het niet zit te wachten op al te veel bezwaren van die kant. „Besluit is genomen”, mailt bestuurder Jeroen Kamphuis op 21 december 2015.

Het professional practice department ziet echter wel een „risico”, mailt afdelingshoofd Auke de Bos, tevens hoogleraar aan de Erasmus Universiteit. Hij wijst erop dat deze acceptatie mogelijk „in een latere discussie met de pers / AFM op tafel komt”. EY was tot twee jaar geleden namelijk ook al accountant van Airbus en er is wetgeving in de maak dat accountantskantoren pas na vier jaar weer een oude klant mogen accepteren. Deze ‘afkoelingsperiode’ moet bijdragen aan een frisse blik en de onafhankelijkheid van de accountant.

Dat deze regel eraan kwam, wist ook de top van ook EY allang. Op 28 mei 2015 mailde Van Loo aan de huisjurist erover. De vraag is of Airbus EY „pro-actief/voortijdig” kan benoemen als nieuwe accountant voordat de nieuwe regel ingaat, en zo „de te verwachten cooling off van 4 jr kan ontlopen”. Dat bleek te kunnen – naar de letter van de wet.

Op 28 mei 2016 stemmen de aandeelhouders van Airbus in met de benoeming van EY als nieuwe accountant vanaf het financiële jaar 2016. Dat is net op tijd, op 17 juni wordt de nieuwe afkoelingsperiode van vier jaar van kracht. Zo haalt EY een lucratieve klus binnen: voorganger KMPG ontving in 2015 ruim 6 miljoen euro voor de boekencontrole.

Met deze benoeming lijkt de top van EY zich niet veel zorgen te maken over het risico dat Auke de Bos in december 2015 opperde. Hij voorspelde toen dat mensen zouden vragen: „Is dit naar de geest van de wet?”

    • Camil Driessen
    • Teri van der Heijden