Hoe ‘Marjanneke’ soldaat hielp met de taptoe

‘Hop, Marjanneke’ is een bekend kinderlied. Maar waar komt het vandaan en wat betekenen de woorden?

Miniatuurversie van hoornspeler in het Franse leger van 1810. Jonge soldaten moesten de signalen leren onderscheiden voor reveille, appèl, het hijsen van de vlag, het middageten en taptoe. Artig.lv

Dus vaker het Wilhelmus. En ook méér Wilhelmus. Niet alleen het eerste couplet, maar ook het zesde. En als het bevalt alle coupletten achter elkaar, vijftien in totaal.

De kans dat het bevalt is niet groot, want het Wilhelmus is heel mooi maar niet erg inhoudelijk. Het rechtvaardigt de opstand tegen Philips II maar getuigt verder voornamelijk van de vroomheid van Willem van Oranje. Verwijzingen naar de actualiteit zijn er nauwelijks. Het tweede couplet noemt de dood van graaf Adolf, het elfde couplet behandelt de door Alva vermeden slag bij Maastricht. Dat was allebei in 1568. In het eerste couplet wordt Willem van Oranje zelf omstandig geïntroduceerd.

Hoe dat laatste bij de lezer overkomt hangt af van de Wilhelmus-versie die hij onder ogen krijgt: die mèt de komma’s of die zonder. Er is het lied op zijn tocht van 1570 naar het heden iets vreemds overkomen: ergens is er door iemand interpunctie in aangebracht. In de oorspronkelijke versie stond niet één punt of komma, maar in de versie van www.koninklijkhuis.nl barst het ervan. Wat de tekst daarbij overkwam gaat niet zo ver als het beruchte ‘Eats, Shoots & Leaves’ maar toch aanmerkelijk verder dan het verschil tussen ‘Hop maar, Janneke’ en ‘Hop, Marjanneke’.

Je zou er drukte over kunnen maken, maar dat doen we niet. Liever onderzoeken we het Marjanneke dat misschien wel Janneke heette. Het verschil tussen de twee is de vermeende verwijzing naar Marianne, het nationaal symbool van Frankrijk dat rond 1792 werd ingevoerd. Meestal wordt het kinderliedje ‘Hop Marjanneke’ genoemd maar uitgerekend in de oudste verwijzing (uit 1850) heet het: ‘Hoepsa, Janneke’. Het is van belang vanwege die intrigerende strofe in het eerste couplet: ‘Eertijds was de Pruis in ’t land en nu de kale Fransen’.

Wat wilden de Hollanders met dit liedje en waar kwam het vandaan? Daar is veel over nagedacht en gefantaseerd, maar uitsluitsel heeft het niet gegeven. De Pruisen kwamen hier (na ‘Goejanverwelle’) in 1787 de patriotten verjagen, de patriotten keerden in 1794 samen met de Fransen terug, waarna, in 1795, een Bataafse republiek onder Franse supervisie werd gesticht, maar je zou niet durven zeggen of het vers pro- of anti-Frans is. En ook niet of het direct al een kinderliedje was.

‘En na die pret, Gaat zy na bed’.

De onvolprezen Nederlandse Liederenbank meldt dat in het boekje De vrolyke trompetter (ca. 1810-1830) al een lied is opgenomen op ritme en wijs van ‘Hop Marjanneke’. De tekst is dan heel anders, het gaat over een man die zijn vrouw (Jannetje) laat dansen en zelf het huishouden doet. Hij veegt de vloer, hij kookt de pot, hij wiegt het kind. Zij danst. ‘En na die pret, Gaat zy na bed’. Een kinderlied was dit niet. En de stap naar Pruisen en Fransen is ook niet eenvoudig.

Waar komt toch het Marjanneke met die buitenlandse soldaten vandaan? Voor de aardigheid zou je kunnen bedenken dat het liedje oorspronkelijk een signaalrijm was. Het deuntje is er snel genoeg voor en de verwijzing naar een trompet is ook niet gek.

Op de hei daar zal ik je donderen, op de hei daar donder ik jou.

Een signaalrijm was een rijm, vaak een onzinrijm, dat als geheugensteuntje diende voor jonge soldaten die de verschillende militaire trompetsignalen moesten leren onderscheiden, in het bijzonder de signalen voor reveille, appèl, het hijsen van de vlag, het middageten, taptoe (licht-uit), enzovoort. De Liederenbank heeft er een paar voorbeelden van. Zo te zien werden de guitige teksten van overheidswege aangeleverd.

Het bekendst werd het signaalrijm voor het reveille: ‘Op de hei daar zal ik je donderen, op de hei daar donder ik jou’. Zie ook Frank van Wezels roemruchte jaren van A.M. de Jong (1928) of raadpleeg het krantenarchief Delpher. Wat daar niet is te vinden, en ook niet bij de Liederenbank of op internet, is dat de Hollandse soldaat het aangereikte rijmsel al vroeg in de 19de eeuw had aangepast. Melodie en ritme van het reveille-signaal onthield hij liever met het vers: ‘Op de hei daar lag een dragonder, boven op een boerenmeid, hij lag boven, zij lag onder, weet je wat die meid toen zei’, enzovoort. Verwantschap met het oude kermislied ‘In Den Haag leid een dragonder, een dragonder met zijn meid’ ligt voor de hand.

Zó werkte de Hollandse soldatengeest. Bedenk nu dat de Hollandse soldaat na 1806 waarschijnlijk, en na 1810 wel zeker, Franse militaire trompetsignalen moest leren onderscheiden en dat dat er heel véél waren, dan is de vraag: was er misschien een Frans trompetsignaal op de wijs van ‘Hop Marjanneke’ ?

Daarover viel afgelopen week nog geen zekerheid te krijgen. Maar een nieuw bezoek aan de Liederenbank leerde dat de melodie van ‘Hop Marjanneke’ overeenkomt met die van een 18de-eeuws Frans kinderliedje dat nog steeds populair is: ‘Marie tremp’ton pain’. Beluister het op YouTube: ontroerend!

Dat sluit nog steeds niet uit dat het oorspronkelijk een militair trompetsignaal was, want waarom zou dat niet kunnen, maar de kans dat patriotten die tussen 1787 en 1794 in Noord-Frankrijk verbleven het gewoon als kinderversje meebrachten lijkt groter.

Wat zei die boerenmeid eigenlijk, wil de lezer nog weten. Wel, zij sprak de laatste woorden van het oorspronkelijke signaalrijm: „Als je niet opstaat, blijf je maar liggen, moet je maar weten wat ervan komt.”.

    • Karel Knip