Recensie

Hier aan het Weena voel je je voor even als een Italiaan

Foto Rien Zilvold

Op een – goed beschouwd – onwaarschijnlijke plek, vanuit de stad gezien pal rechts van het Centraal Station, achter in de plint van het Nationale Nederlandengebouw dat tegenwoordig Delftse Poort heet, bevindt zich een van de gezelligste Italiaanse restaurants die ik aan deze kant van de Alpen ken: A Proposito. Het wordt al meer dan twintig jaar gerund door de van oorsprong Siciliaanse familie Vona: vader Salvatore, moeder Giovanna, dochter Fina en zoon Raffaele. Met recht een familierestaurant dus – en vanaf het moment dat Fina of Raffaele je heeft verwelkomd, hoor je erbij, ben je familie. Ook al ben je maanden niet geweest, het voelt als gisteren dat je zo enthousiast in het Italiaans werd toegezongen.

De inrichting is modern met af en toe een subtiele verwijzing naar het land van herkomst, hoewel een portret van Marlon Brando als maffiabaas nu ook weer zo subtiel niet is. We zitten in comfortabele stoelen en bestellen in afwachting van de kaart alvast een glas wijn (3,30 euro). Die komt even later op tafel in joekels van glazen, een goudvis zou er pleinvrees in krijgen.

Fina komt met de kaart, in dit geval een understatement, want ze stalt een dubbel schoolbord in het gangpad waarop aan de ene kant de antipasti en de pasta’s, aan de andere kant de carne en de pesce, de vlees- en visgerechten in keurig handschrift en twee kleuren krijt staan genoteerd. Het aanbod is verrassend groot: acht vleesgerechten en acht visgerechten, waarbij het in het eerste geval vooral bereidingen van ossenhaas en in het andere van zwaardvis en tonijn betreft. Moeder Giovanna staat dit alles in haar niet al te grote keuken te bekokstoven; ze moet nu ver in de zeventig zijn, maar ze kookt nog altijd met hart en ziel.

Mijn keuze valt op de ossenhaas met gorgonzola en peertjes (24,50 euro), waar ook nog rode port, ui, munt en amandelschaafsel aan te pas komen, mijn tafelgenoot gaat voor de uitzondering in de vleesafdeling, de lamskoteletten met paddestoelen en pancetta (23,75 euro). Allebei gerechten waarvan je mag aannemen dat je qua calorieën wel aan je tax komt, maar omdat we immers tot de familie behoren en menen te weten hoe het in Italië hoort, laten we de hoofdgerechten voorafgaan door een pasta. Ik neem de ravioli van gambaretti (13,50 euro), aan de andere kant van de tafel gaat de voorkeur uit naar de spaghetti carbonara (11 euro).

Pas als de borden met zwier zijn geserveerd, beseffen we dat we nu toch echt eens met die lichaamsbeweging moeten beginnen. Want hoewel de porties niet overdreven groot zijn, is Giovanna niet krenterig waar het om room, spek en olie gaat. Je vraagt je af hoe Italianen over het algemeen zo slank kunnen zijn.

Mijn tafelgenoot krijgt parmezaanse kaas uit een buitenmodel molen, ik niet. Bij de gambaretti is dat verboden, zegt Raffaele. Het smaakt er niet minder om.

Bij de ossenhaas kom ik trouwens toch wel aan mijn kaastrekken, want het mooie stuk vlees gaat nagenoeg geheel schuil onder de gorgonzola. Man, wat is dit lekker. De lamskoteletjes aan de overkant zijn perfect gebakken; ze liggen in olijfolie en zijn gedrapeerd met rozemarijn, paddestoelen en reepjes pancetta – we moeten er nog van groeien. Als bijgerecht komen hierbij sla en spaghetti olio op tafel, wat na een carbonara wel iets te veel van het goede is.

Verwacht bij A Proposito geen vernieuwende keuken. Hier wordt gekookt zoals dat, in dit geval op Sicilië maar waarschijnlijk ook elders buiten de hippe Italiaanse binnensteden, al eeuwenlang wordt gedaan. Met goede, verse producten, met liefde bereid door moeder Giovanna die vindt dat je goed moet eten voordat je de deur uitgaat. Maar ze klaagt ook niet als je je bord niet leeg eet.

Na een macchiato („Nee, cappuccino doen we niet”) staan we op het Stationsplein, parttime-Italianen.

    • Frank van Dijl