Heilige Johan

Zelden kreeg Eric van der Burg zulke gelukzalige plooien rond zijn soepel geoliede mond als nu in De Balie. Onderwerp, hoe kan het anders, Johan Cruijff. Een wethouder van sport en recreatie die geliefd wil zijn bij het volk lacht als het om Cruijff gaat. Dus wat doet de VVD’er, hij lacht tot hij een ons weegt en zegt wat de mensen willen horen. Namelijk dit: het stadsbestuur wil de Arena graag veranderd zien in het ‘Johan Cruijff Stadion’.

Van der Burg heeft zijn woorden vakkundig ingesmeerd met marsepein, en toch is het statement met enig gewicht, want Amsterdam is grootaandeelhouder van het gevaarte langs de A2. Ware het niet dat het stadsbestuur dit een jaar geleden, vlak na het overlijden van de voormalige voetballer en trainer, ook al zei. Er wordt zelfs al een jaar over onderhandeld met andere aandeelhouders en de nabestaanden van Cruijff. Toch maakt Het Parool er nog dezelfde avond groot nieuws van: wethouder Van der Burg is voorstander van het Johan Cruijff Stadion! Yes! Want dat is wat de Paroollezers graag lezen.

Van een debat is deze avond geen sprake. Niemand in de Grote Zaal aan het Kleine-Gartmanplantsoen die het in zijn hoofd haalt een terzijde te plaatsen. Het verlangen naar samen rouwen, samen eren, samen El Salvador als de onze beschouwen is te sterk. Het publiek smelt als ex-voetballer en trainer Wim Jonk met Cruijffiaanse tongval vertelt hoe hij ooit voor het eerst de grote Johan aan de lijn had. De avond in een notendop: spreker David Endt, tijdens de Cruijff-revolte bij Ajax (2010-2013) na dertig jaar trouwe dienst buiten de deur gezet als teammanager, brengt een ode aan die onvergetelijke Cruijffie van 1967.

Zo gaat dat in een verdeelde stad die naar eenheid snakt: over de conflicten, de ondoorgrondelijke vetes die onlosmakelijk verbonden waren met de carrière van het voetbalgenie hoor je niemand meer sinds hij ons op 24 maart 2016 ontviel. De ruzies zijn opgestegen met het Bengaals vuur dat ter nagedachtenis van Hem werd ontstoken in zijn geboortestraat in Betondorp.

Hoe vaak de beroemdste Amsterdammer van de afgelopen honderd jaar de wereld om hem heen ook verdeeld zag raken in kampen vóór en tegen hem: sinds de longkanker aan alles een einde maakte zit iedereen in hetzelfde kamp. In onzekere tijden is Cruijff een zekerheidje: een grappige weldoener die voor iedereen toegankelijk was, de bewogen voorman van een Foundation met als gedachtegoed ‘als je iets voor ander kan doen, dan moet je het doen’.

Zo is dat. Simpel als een pass over drie meter. Cruijff herdenken we als de hoeder van de gehandicapten, van gymnastiek en samen buiten spelen, van leuk voetballen. Dat is de erfenis. Johan Cruijff heeft nooit verloren. De balletdanser met nummer veertien, in slow motion op het scherm, verheft zich boven winst en verlies. Dat ga je pas zien als je het doorhebt. Maar dat is logisch — vraag maar aan wethouder Van der Burg.

Auke Kok is schrijver en journalist.
    • Auke Kok