Opinie

    • Michel Kerres

Geld voor de VN? Dat is geen America First, vindt Trump

Wie verdedigt de Verenigde Naties als president Trump inderdaad miljarden gaat bezuinigen op de Amerikaanse bijdrage, vraagt Michel Kerres.

Foto Hector Retamal/AFP

In de wereld van Donald Trump draait het al snel om geld. Bij de NAVO profileerde Trump zich al als Deurwaarder in Chief, door met dreigementen bondgenoten te bewegen meer bij te dragen aan hun eigen verdediging. Vorige week nam hij vast een aanloop om de Amerikaanse bijdrage aan de VN drastisch terug te schroeven.

De Amerikanen betalen ruim éénvijfde van de algemene VN-rekening, bijna éénderde van de VN-vredesmissies en dragen daarnaast tientallen miljoenen bij aan VN-programma’s en instellingen. Met naar schatting 10 miljard dollar per jaar zijn ze met afstand de grootste VN-donor. De VS kunnen dus op talloze plekken het VN-raderwerk ontregelen.

Trump heeft van zijn dedain voor multilaterale samenwerking en de bijbehorende instituties nooit een geheim gemaakt. Wie stuurt op eigenbelang, transactieresultaat en de korte termijn, heeft het in een complexe organisatie met 193 leden moeilijk. Trump noemde de VN dan ook een plek waar anderen zich amuseren op kosten van de Amerikaanse belastingbetaler.

Vorige week presenteerde de president een blauwdruk voor de federale begroting 2018 die geheel in lijn is met zijn belangrijkste verkiezingsbelofte: de VS denken nu eerst eens aan zichzelf. Voor Trump betekent dat: meer geld voor defensie (10 procent erbij), minder geld voor milieubescherming én voor hulp aan het buitenland (min 30 procent).

Het State Department, hulpprogramma USAID en andere internationale programma’s zullen, als het aan de president ligt, met 10,2 miljard worden gekort. In de blauwdruk staat niet hoeveel hiervan ten laste van de VN zal gaan. De doorgewinterde VN-watcher Colum Lynch onthulde in Foreign Policy dat ambtenaren voorstellen moeten doen om het Amerikaanse VN-budget te halveren.

Dát zou bij de VN een gat slaan van 5 miljard. Dat is tweederde van het budget voor vredesmissies, dat is meer dan het jaarbudget voor de UNDP en het is genoeg om het hele VN-apparaat een jaar lang te betalen.

Minder geld voor de VN is slecht uit humanitair oogpunt, maar het kan een zegen zijn voor de organisatie zelf. De VN zijn een sympathieke, maar niet bijster efficiënte organisatie met een veel te ambitieus programma. Noem een probleem en de VN willen er wel de oplossing voor zijn: armoede, analfabetisme, achterstand van vrouwen, klimaat, kernwapens, malaria, gewapende conflicten in diverse soorten en maten.

Minder geld zou tot duidelijkere keuzes kunnen leiden wat wel en wat niet te doen. Daarmee neemt het risico op teleurstellingen af en de doorzichtigheid toe. Niet alle vredesmissies zijn bijvoorbeeld even succesvol. Zo zei de kersverse secretaris-generaal Antonio Guterres: er worden soms vredeshandhavers naar plekken gestuurd waar helemaal geen vrede is om te handhaven.

Minder Amerikaans geld leidt tot de vraag of anderen méér willen doen. Toen de VS in 2006 dwars gingen liggen in de VN, schoven andere donoren in dat gat en hielden zij de VN draaiende totdat onder Obama het tij weer keerde. Vraag is of dat nu weer zal gebeuren. Wie houden de VN overeind in Trumps zero-sum wereld? China? Europa?

De bezuinigingen leiden ook tot een meer fundamentele vraag. Trump wordt gehekeld vanwege zijn isolationisme en zijn America First. Zijn anderen bereid om het multilaterale systeem te stutten – ook als dat meer kost? Of heeft de multilaterale aanpak afgedaan? De VN worden een belangrijke testcase.

Redacteur geopolitiek Michel Kerres schrijft op deze plek afwisselend met Oost-Europa-expert Hubert Smeets over de kantelende wereldorde.

    • Michel Kerres