Opinie

    • Robbert Dijkgraaf

De octopus biedt een blik in onze toekomst

De toekomst van de planeet wordt bepaald door de verdere ontwikkeling van onze intelligentie. Gaan we daarbij meer lijken op de mier of op de octopus?

Kunt u zich nog Paul de Octopus herinneren? Deze Duitse inktvis voorspelde tussen 2008 en 2010 de uitkomsten van interlandvoetbalwedstrijden door de mossel met de winnende vlag voor zijn lunch uit te kiezen. In 85 percent van de gevallen had hij het goed. Menig oranjehart zonk diep toen Paul voor de WK-finale van 2010 de Spaanse mossel oppakte.

De toekomst voorspellen, dat is kort door de bocht wat de wetenschap probeert te doen, het daar en dan destilleren uit het hier en nu. Wat kan een octopus hieraan bijdragen?

Nu is het moeilijk de toekomst te zien. De grootste beperking bij voorspellen is ons gebrek aan verbeelding. Hoe kunnen we iets voorstellen dat er nog niet is? Terugkijken is makkelijker. In de geschiedenis zien we een cruciale en vaak onderbelichte rol voor technologie – van vuur en wapens via landbouw en elektriciteit naar de moderne informatiesamenleving. De toekomst van de planeet zal in grote mate bepaald worden door de verdere ontwikkeling van intelligent gedrag. Hoe ziet zo’n ‘superbrein’ eruit?

De biologie leert ons over de planetaire geschiedenis van intelligentie. Gedurende de bijna vier miljard jaar leven op aarde hebben intelligente levensvormen zich een aantal malen onafhankelijk ontwikkeld. Het bekendste geval zijn de gewervelden. Vissen, amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren hebben allemaal een centraal brein, soms wat kleiner, soms wat groter. Hoogtepunten zijn, naast de mens en de mensapen, dolfijnen, olifanten, honden en katten, en vogels als kraaien en papegaaien.

Een tweede scenario manifesteert zich in kolonies insecten, zoals mieren, bijen en termieten. Hier heeft de natuur gekozen voor een grote veelheid aan ‘domme’ wezens. Individueel gedragen ze zich als simpele robotjes, maar collectief vertonen ze ‘emergent’ slim gedrag. Alleen de kolonie kan ‘besluiten’ waar eten te gaan zoeken, hoe en waar een mierenhoop te bouwen, en hoe schimmels te verbouwen.

Darnaast heeft de natuur echter nog een derde mogelijkheid gevonden: een gedistribueerd brein, dat meer in het lichaam dan het hoofd zit. Hiervoor moeten we naar een derde tak van de evolutionaire boom: de weekdieren. Inktvissen, met name de octopus, vertonen verrassend intelligent gedrag. Deze tak splitste zo’n 600 miljoen jaar geleden van de tak waaraan de mens te vinden is. Onze laatste gezamenlijke voorouder was een eenvoudige platworm.

In zijn fascinerende boek Other Minds: The Octopus, the Sea, and the Deep Origins of Consciousness neemt de filosoof en duiker Peter Godfrey-Smith de lezer mee in deze wonderlijke wereld, die nog het meest lijkt op een beschrijving van buitenaards leven. (Is het toeval dat in veel sciencefiction-films marsmannetjes tentakels met zuignappen hebben en slijmerig zijn?) Inktvissen hebben geen skelet, maar wel kieuwen, blauwgroen bloed, drie harten en twee ogen, die verrassend veel lijken op de onze. De huid van zeekatten heeft veel weg van een computerscherm, waarbij cellen de pixels zo’n beetje iedere kleur kunnen geven – ideaal voor camouflage maar ook voor communicatie. Deze digitale huid lijkt op de lichtreclames van Times Square. Octopussen zijn uiterst flexibel en kunnen in principe iedere mogelijke vorm aannemen, als een balletje Silly Putty. Ze vertonen een hoog niveau van intelligentie. Ze kunnen leren, spelen en kattenkwaad uithalen. Octopussen houden niet van fel licht en kunnen vanuit een aquarium de lamp uitspuiten.

Het meest verrassend is echter de architectuur van het brein. Inktvissen hebben ruwweg hetzelfde aantal neuronen als een typisch zoogdier, zeg een hond, maar deze cellen zijn geheel anders verdeeld. De acht vangarmen van de octopus bevatten twee keer zoveel zenuwcellen als het centrale brein, dat de vorm van een fietsband heeft. De armen zijn voor een groot deel autonoom. Ze voelen, ruiken en reageren ieder afzonderlijk. De beweging van de arm wordt aangestuurd door een eigen ‘brein’, net zoals de vleugels van moderne vliegtuigen hun eigen onafhankelijke computersystemen hebben.

Godfrey-Smith stelt een aantal prikkelende filosofische vragen. Hoe zouden octopussen het lichaam-geestprobleem zien? Waar eindigt hun brein en waar begint hun lichaam? Zou de octopus wel over zichzelf denken als een individu, als een ‘ik’? Of meer als een achtvoudig ‘wij’? Eén voor acht, acht voor één.

Misschien biedt de octopus ons een nieuwe blik in de toekomst. Na de gestage gang van de evolutie is er nu de stroomversnelling van de technologie. Doorbraken volgen in snel tempo. De mens manipuleert materie, leven en informatie. Met zelforganiserende materialen, synthetische biologie, gigantische datasystemen en kunstmatige intelligentie vervaagt de grens tussen levende en dode materie, tussen natuur en techniek. De moderne informatietechnologie maakt het mogelijk om iedereen en alles, mens én machine, in de wereld met elkaar te verbinden. We overstijgen het individu en bouwen een gedistribueerd planetair brein, waarin we niet alleen onze hersenen verbinden, maar ook kunstmatige bronnen van intelligentie.

Is er een biologisch voorbeeld voor zo’n nieuwe levensvorm? Zijn wij straks als de mieren in de mierenhoop? Of worden onze autonome machines als de tentakels van een inktvis? Vervaagt ooit het ‘ik’ en worden we een veeltallig ‘wij’? Misschien wijst Paul de Octopus ons toch de weg.

Professor Robbert Dijkgraaf is directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton
    • Robbert Dijkgraaf