Bij formatie is nog meer geld te verdelen: 10,9 miljard

Begroting

Niet 7 miljard maar bijna 11 miljard euro heeft het komende kabinet beschikbaar om nieuwe plannen te kunnen financieren. Dat blijkt uit de nieuwe macro-economische raming die het Centraal Planbureau vrijdagochtend publiceerde.

Door de verder aantrekkende economie – minder werkloosheid; meer belastinginkomsten – ontwikkelen de overheidsfinanciën zich aanmerkelijk beter dan het CPB in nog september raamde. Toen ging het planbureau ervan uit dat het begrotingsoverschot aan het eind van de komende kabinetsperiode (2018 tot 2021) 0,9 procent van het bruto binnenlands product zou bedragen (7,2 miljard euro). In de nieuwe raming is dat getal naar boven bijgesteld tot 1,3 procent, ofwel 10,7 miljard euro. Dat betekent dat, bij ongewijzigd beleid, de rijksoverheid bijna 11 miljard euro meer binnenkrijgt dan ze uitgeeft. Ruimte dus om weer te gaan besteden: eerdere bezuinigingen terugdraaien, extra investeringen doen of lastenverlichting aan bedrijven of burgers bieden.

Bij de komende formatiebesprekingen, vanaf volgende week in eerste instantie tussen VVD, CDA, D66 en GroenLinks, zal dit nieuwe getal van 11 miljard de verschillende verlanglijstjes in zekere zin vergemakkelijken. Aan de andere kant betekenen meer wensen vaak meer onenigheid.

Volgens het CPB zal de economie dit jaar met 2,1 procent groeien en in de jaren erna met gemiddeld 1,7 procent per jaar. Dat is een bescheiden percentage ten opzichte van de jaren vóór de financiële crisis. „Lagere groei is het voorland”, zei CPB-directeur Laura van Geest in een toelichting. Haar advies aan het volgende kabinet is om een prudent begrotingsbeleid te voeren en niet meteen alle beschikbare miljarden uit te geven.

    • Philip de Witt Wijnen