Beschermheer Barry Hulshoff waakt over Matthijs de Ligt

Nederlands elftal

Matthijs de Ligt laat zich begeleiden door oud-international Barry Hulshoff. Om een betere voetballer te worden. „Ik wilde weten hoe hij zijn fout tegen Excelsior verwerkte.”

Foto Jasper Ruhe/ANP

Ze waren met zijn drieën onderweg naar Hotel Huis ter Duin toen Matthijs de Ligt zich hardop afvroeg met wie van zijn nieuwe ploeggenoten hij zijn favoriete kaartspel zou kunnen spelen. Zijn vader, die de auto bestuurde, had gelachen, evenals zijn begeleider Barry Hulshoff. Grapje natuurlijk. Alsof hartenjagen ertoe doet tijdens zijn eerste trip met Oranje.

Of wel? Voor iemand die nooit betaalde met de gulden en geen leven zonder internet kent, doet de jongste speler van het Nederlands elftal soms vermoeden dat er een oude geest in hem schuilgaat. Hij weet zoveel over de historie van Ajax dat hij oudgediende Hulshoff soms moet verbeteren. Het Zwitserse grendelsysteem uit de jaren vijftig? Gesneden koek.

Het drietal was bewust aan de vroege kant. Het idee: als De Ligt al aanwezig is, kunnen de andere internationals hem begroeten en hoefde hij niet de kring rond.

Daarvoor meldde hij zich bij het journaille. Waar sommige internationals hun blinkende bolides direct de ondergrondse garage in manoeuvreren en de pers mijden, vonden zijn vader en Hulshoff het verstandiger als bij de voordeur de wachtende journalisten te woord zou staan.

„Dat hoort erbij”, zegt Hulshoff. „Ja, hij heeft zondag een kostbare fout gemaakt tegen Excelsior. Nou en? Wij vonden dat hij gewoon zijn verhaal moest doen. Zie het als persoonsvorming. En daarna lekker naar binnen, de sfeer opsnuiven en genieten van de entourage.”

Medespelers kende hij van tv

De spelers die hem de hand kwamen schudden, kende hij voornamelijk van tv. Ploeggenoten als Arjen Robben figureerden al in Studio Sport toen hij nog moest leren praten, terwijl Wesley Sneijder al in Oranje speelde toen De Ligt nog niet oud genoeg was om naar de basisschool te gaan. „Dat was apart”, zegt De Ligt. „Ik had even zoiets van: dit zijn ze dus, de jongens voor wie ik altijd juichend voor de tv heb gezeten. Ik probeer maar gewoon mezelf te zijn. Ik doe mijn best op het veld en probeer aardig te zijn, ik denk dat de jongens dat het meest waarderen.”

Hij is een makkelijke prater, die erkent dat het onwerkelijk blijft dat hij zich niet hoefde te melden bij Oranje onder-19, maar bij het grote Oranje, dat zaterdagavond in Sofia aantreedt tegen Bulgarije (WK-kwalificatie) en woensdag in vriendschappelijk verband tegen Italië. Mocht hij in een van beide duels in actie komen, dan volgt hij Gerald Vanenburg op als jongste naoorlogse debutant. Nu Stefan de Vrij kampt met pijntjes, is een basisplaats in Sofia niet eens uitgesloten.

Gelet op zijn postuur heeft hij weinig weg van de uitzondering die hij is. Zijn brede bovenlijf vertoont nog de kenmerken van de ‘McDonalds-voetballer’ die hij is geweest. Een term die scouts van Ajax gebruiken voor bonkige spelertjes die de selectieprocedure meestal niet overleven, tenzij hun spelinzicht zo verfijnd is dat het de moeite loont om de speler te verwijzen naar de Ajax’ diëtiste. Zijn bijnaam in Amsterdam: Dikkie.

Allemaal geschiedenis. Nu ligt er niet alleen een boek over Ajax’ succesjaar 1995 op zijn nachtkastje in het hotel, maar ook één over goede suikers. „Een broodje kroket blijft altijd lekker, en één keer per week kan dat wel, maar omringd door fitte gasten probeer ik er toch op te letten”, verklaart De Ligt.

In een café in hartje Abcoude is een dag later een man aangeschoven die de verdediger als geen ander kent. Eens een voorstopper met boefachtige tronie, en nu, bijna veertig jaar verder, nog altijd een opvallende verschijning, met lange haren en een geprononceerde kaaklijn die eens werd bedekt door een woeste baard.

„Hier heb ik met Matthijs ook uren gezeten”, zegt Barry Hulshoff (70), nadat hij een cappuccino heeft besteld. En maar praten over voetbal. Steeds meer in details. Wat voor tips hij geeft? „Dat je niet altijd met je goede rechterbeen een sliding kan inzetten, maar op sommige momenten ook met je linker, dan kom je verder.” En: „Bij een lange bal moet je timen op de eerste vijf meter, nooit op de laatste vijf zoals veel verdedigers doen.”

Hulshoff kan het weten. Begin jaren zeventig maakte hij als voorstopper deel uit van het gouden Ajax, dat driemaal achtereen de Europa Cup I won, met spelers als Johan Cruijff, Gerrie Mühren en Piet Keizer, mannen met wie het contact in de loop der jaren vervaagde, maar wier overlijden hem naar de keel greep. „We hebben het Nederlandse voetbal op de kaart gezet. Maar ja, je denkt toch niet dat wij onsterfelijk zijn, hè?”

Na zijn carrière was Hulshoff jarenlang trainer. Niet bij grote clubs. Naar de filosofie van Cruijff gaf hij graag de kans aan eigen jeugd, met als gevolg dat het vaak minderbedeelde clubs waren die hem benaderden: Lierse, Westerlo, Beerschot, Sint-Truiden, Aalst, KV Mechelen. Vervolgens verbleef hij van 2002 tot 2007 in de Verenigde Staten om vorm te geven aan het mislukte project Ajax America.

Daarna werd het steeds stiller rond Hulshoff. Tot nu, rond de doorbraak van plaatsgenoot Matthijs de Ligt, die hij al twee jaar bijstaat met raad en daad.

Hulshoff werd gebeld door de vader van De Ligt. Naarmate zijn zoon de leeftijd van zestien naderde, waarop hij zich mag binden aan een zaakwaarnemer, meldden zich steeds meer voetbalmakelaars. De voorgespiegelde gouden bergen werden steeds hoger. Eerst dure schoenen en een scooter, later keiharde cash.

„Als je jong bent, is dat verleidelijk”, zegt De Ligt. „Voor jongens kan het stoer zijn om daarop in te gaan en die schoenen te ontvangen. Ik kan dat begrijpen, maar ben er geen voorstander van. Zij bieden jou iets aan, maar maken geen betere speler van je. Als je goed genoeg bent, krijg je het vanzelf. Ik heb daarom gekozen voor iemand die zijn spel kan verbeteren.”

De keus voor Hulshoff kwam omdat de oud-verdediger van Ajax ook een ander talent uit de omgeving begeleidde: Ruben Hoogenhout, die bij FC Utrecht speelt.

„Ouders weten maar voor vijftig procent hoe de voetbalwereld in elkaar steekt”, zegt Hulshoff. „Ze worden gek gemaakt. Door die makelaars, maar ook door andere ouders, die soms ook maar wat roepen. De meeste van die makelaars kunnen voetbaltechnisch niks voor die jongens betekenen, terwijl dat juist belangrijk voor ze is. Na zijn fout tegen Excelsior wilde ik bijvoorbeeld vooral weten hoe Matthijs daarmee omging. Hoe verwerkt hij het? Ik vind het ook belangrijk dat hij zich tegen alle soorten spitsen wapent. Juist van types die je niet liggen, leer je het meeste. Daarom is soms best goed om op je neus te gaan.”

Vennootschap onder firma

Met de vader van De Ligt heeft Hulshoff inmiddels een vennootschap onder firma (vof) opgericht van waaruit ze de twee spelers begeleiden. Als De Ligt achttien is, mogen ze aan hem verdienen. Niet eerder. Hulshoff ontkent niet dat hij tegen die tijd een financiële vergoeding zal ontvangen, maar benadrukt dat hij dit traject niet is ingegaan om aan De Ligt te verdienen. „Ons geld staat niet voorop.”

Zelf verdiende Hulshoff 2.500 gulden in zijn eerste contractjaar als speler van Ajax. Geld waarmee hij de rode Volkswagen Kever van zijn oom overnam. Zaakwaarnemers bestonden niet. Onderhandelen deden spelers met hun ouders, een oom of alleen. De hiërarchie was ook anders, zegt Hulshoff. „Kleine spelers werden klein gehouden. Je hield je mond, tenzij een ander wat aan je vroeg.”

Met Ajax hebben is intussen afgesproken dat er een hoger salaris tegenover staat wanneer de verdediger zich zo snel blijft ontwikkelen. „De meeste spelers maken elk jaar een stap voorwaarts, maar Matthijs maakt elk half jaar een stap. Maar we willen niet te veel zwaaien met de worst die er is. Real Madrid, Juventus? Allemaal nicht im frage. Hij moet zich eerst nog meer verbeteren.”

    • Fabian van der Poll