CPB: Nederlandse economie groeit komende jaren gestaag door

Het afgelopen jaar werd voor het eerst sinds de financiële crisis weer een begrotingsoverschot behaald.

Minister Melanie Schultz van Haegen van Infrastructuur bekijkt met wethouder Pieter Litjens van Amsterdam een maquette van de uitbreidingsplannen van de Zuidas. Foto Olaf Kraak/ANP

De Nederlandse economie groeit dit jaar met 2,1 procent, het jaar erop met 1,8 procent. Dat heeft het Centraal Plan Bureau (CPB) berekend. Ook voor de periode 2018-2021 voorspelt het CPB met een gemiddelde groei van 1,7 procent gunstige cijfers.

Bij de vorige middellange termijnraming, in september 2016, ging het CPB nog uit van een overschot van 0,9 procent van het bruto binnenlands product (bbp), ongeveer 7 miljard euro, in 2021. Hier werd vervolgens vanuit gegaan bij het doorrekenen van de verkiezingsprogramma’s. Het overschot is nu echter bijgesteld naar 1,3 procent, wat neerkomt op 11 miljard.

Voor het eerst sinds 2010 onder Europese norm

Door de groei ligt de overheidsschuld in 2017 met 58,5 procent van het bbp voor het eerst sinds 2010 onder de Europese norm van 60 procent. In 2018 daalt de schuld verder naar 55,5 procent. Pijlers van de verwachte economische groei in 2017 en 2018 zijn de export en bedrijfsinvesteringen, maar ook huishoudens, woninginvesteringen en overheidsuitgaven leveren een bijdrage.

In beide jaren wordt een begrotingsoverschot en een daling van de werkloosheid verwacht. In 2017 bedraagt het overschot 0,5 procent van het bbp en in 2018 zelfs 0,8 procent. Het stijgende overschot wordt vooral veroorzaakt door belastingen en dalende uitgaven aan werkloosheidsuitkeringen. De teruglopende opbrengsten uit aardgas hebben een remmend effect. De werkloosheid daalt dit jaar naar 4,9 procent en komt in 2018 uit op 4,7 procent.

De oplopende inflatie heeft echter een dempend effect op de koopkracht. In Nederland gaat het om een inflatiestijging van 1,6 procent in 2017 en 1,4 procent in 2018. Hierdoor stijgt de koopkracht dit jaar met slechts 0,1 procent en in 2018 met 0,3 procent, terwijl er het afgelopen jaar nog sprake was van een stijging van 2,7 procent. Bovendien stijgt alleen de koopkracht van werkenden, voor gepensioneerden daalt de koopkracht in 2017 en 2018. Ook de rest van de eurozone krijgt te maken met stijgende inflatie, door de hogere energietarieven en grondstofprijzen.

Ook over 2016 gunstige cijfers

Eerder op vrijdag berekende het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat de Nederlandse overheid het afgelopen jaar een begrotingsoverschot van 2,9 miljard euro heeft gerealiseerd. Daarmee is er voor het eerst sinds de financiële crisis in 2008 weer een begrotingsoverschot.

De 2,9 miljard is ver boven de verwachting van 200 miljoen die demissionair minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) vorige maand uitsprak op basis van voorlopige cijfers. Dijsselbloem zei tegen ANP dan ook “verrast” te zijn met de cijfers. Dat het overschot hoger uitvalt, komt onder meer door de sterke economische groei in het vierde kwartaal van 2016, gestuwd door export en consumptie van huishoudens. Het CBS stelde de groei die het afgelopen jaar werd behaald bij van 2,1 naar 2,2 procent.

Het begrotingsoverschot betreft 0,4 procent van het bbp, terwijl een jaar eerder nog een begrotingstekort van 2,1 procent werd behaald. De schuldquote, de overheidsschuld als percentage van het bruto binnenlands product, daalt sinds 2015 en kwam eind 2016 uit op 62,3 procent, net boven de Europese norm van 60 procent. Eind 2016 bedroeg de overheidsschuld 434 miljard, 7 miljard euro minder dan het jaar ervoor.

Lees ook: Wat te doen bij een begrotingsoverschot?

Inkomsten nemen toe, uitgaven stabiel

Het overschot is te danken aan een toename van de inkomsten, terwijl de uitgaven beperkt zijn gestabiliseerd. De inkomsten stegen sinds 2009, toen er nog een begrotingstekort van 33,5 miljard euro was, met 43 miljard tot 307 miljard euro. De inkomsten namen toe, ondanks teruglopende opbrengsten uit aardgas: deze daalden van meer dan 10 miljard euro tussen 2008 en 2014, naar ruim 2 miljard euro in 2016.

Ten opzichte van 2015 was er het afgelopen jaar sprake van een enorme stijging van 14 miljard euro aan overheidsinkomsten. Volgens het CBS zijn de hogere belasting- en premieopbrengsten van 17 miljard euro hier de oorzaak van. De lagere opbrengsten uit aardgas zorgden ervoor dat de stijging met 3 miljard werd teruggebracht.

De hogere opbrengsten uit belastingen en premies zorgen voor een record belasting- en premiedruk van 38,7 procent.

De overheidsuitgaven liggen sinds 2010 net iets boven de 300 miljard euro. In 2016 daalden de uitgaven met bijna 3 miljard naar 304,1 miljard. De afdrachten aan de Europese Unie waren bijna 4 miljard euro lager, dankzij een korting van 3 miljard en een afname van rentelasten van bijna 1 miljard. De uitgaven aan lonen en salarissen van ambtenaren stegen wel, net als de lasten voor sociale uitkeringen.

    • Etienne Verschuren