AzG verwerpt verdenkingen over deal met smokkelaars

De Italiaanse justitie wil onderzoeken of hulporganisaties die bootvluchtelingen oppikken, daarover contact hebben met mensensmokkelaars. “Volslagen nonsens”.

Dinsdag bracht de Aquarius, van Artsen zonder Grenzen en SOS Méditerrannée, 946 opgepikte bootvluchtelingen naar de haven van Catania, op Sicilië. Ze zaten op negen houten en rubberen bootjes. Foto Giovanni Isolino/AFP

Artsen zonder Grenzen wijst op alle fronten de verdenkingen af van de Italiaanse justitie dat ngo’s voor de kust van Libië samenwerken met mensensmokkelaars.

„Dat is nooit gebeurd’’, zegt Ellen van der Velden, landencoördinator Libië, over de suggestie dat mensensmokkelaars soms rechtstreeks contact zoeken met ngo’s die schepen voor de kust van Libië hebben om bootvluchtelingen in nood te kunnen helpen. „We hebben daar geen telefoonnummer voor beschikbaar gesteld, en we zijn ook nooit direct gebeld’’, niet door mensensmokkelaars en niet door mensen op schepen in nood.

De verdenkingen zijn „volslagen nonsens’’, zegt ook Arjan Hehenkamp, directeur van Artsen zonder Grenzen Nederland. „Wij werken niet samen met smokkelaars om zoveel mogelijk mensen hiernaartoe te krijgen.’’

Artsen zonder Grenzen is om dit moment met twee schepen in het gebied, de Aquarius en de Prudence. Van der Velden, gebaseerd in Tunis, onderstreept in een telefoongesprek dat deze boten pas in actie komen na een verzoek hiertoe van het MRCC, het Maritime Rescue and Coordination Centre, dat in Italië gekoppeld is aan de Italiaanse kustwacht.

Van der Velden zegt:

„Meldingen van bootjes in distress worden gedaan aan de MRCC. Zij coordineren de reddingsoperatie. Sommige bootjes zien wij voordat MRCC hun melding ontvangt, en dan stellen wij MRCC op de hoogte voordat de redding begint.’’

Ook de suggestie van Carmelo Zuccaro, openbare aanklager in de Siciliaanse stad Catania, dat op schepen van ngo’s ’s nachts schijnwerpers worden aangezet om als baken te dienen voor rubberbootjes met bootvluchtelingen, wijst Van der Velden beslist van de hand.

„Dat doen wij niet. Wij opereren bovendien op 35 tot 24 zeemijl buiten de Libische kust. Pas als er een melding komt van een schip in nood, komen wij dichterbij. Ons zoeklicht gaat aan alleen na radarcontact met een bootje in het donker.’’

Vooronderzoeken

Zuccaro had dinsdag tegenover een parlementscommissie in Rome verklaard dat er een aantal vooronderzoeken loopt naar hoe ngo’s opereren voor de kust van Libië. Zijn suggestie was dat ngo’s soms samenwerken met mensensmokkelaars om, tegen de wens van regeringen in, op deze manier een soort humanitaire corridor naar de Europese Unie te vormen – waarbij overigens de veiligheid van die corridors op het eerste stuk in niet zeewaardige rubberboten op geen enkele manier gegarandeerd is.

Zuccaro suggereerde ook dat volgens de regels voor redding op zee geredde mensen naar de dichtstbijzijnde haven moeten worden gebracht. Dat is niet correct, zegt Van der Velden.

„De reddingsactie is pas voorbij als de mensen in een veilige haven zijn gebracht. En ook daarbij volgen we de richtlijnen van het MRCC. Die heeft 24 locaties in Sicilië aangewezen. Als we horen waar we naar toe moeten, doen we dat.’’

In Italië zijn ook vraagtekens gerezen over de stijging de afgelopen maanden van het percentage bootvluchtelingen dat via schepen van ngo’s aan land wordt gebracht. „Ik heb daar geen directe verklaring voor’’, zegt Van der Velden. „Maar ik vermoed dat dit komt doordat er minder andere schepen in de buurt waren’’ van bijvoorbeeld de Italiaanse kustwacht, van de EU-operatie Sophia of van Frontex, de instantie die de Europese buitengrenzen moet bewaken. „De afgelopen week hebben we bijvoorbeeld een keer duizend mensen aan boord moeten nemen, een keer achthonderd. Dat is meer dan waarvoor onze schepen zijn toegerust, maar er waren kennelijk geen andere schepen in de buurt.’’

Schuld

„Het lijkt wel alsof het jachtseizoen is geopend’’, zegt AzG-directeur Hehenkamp in een telefonische reactie. Hij constateert dat in Italië het maximum aan opvangcapaciteit is bereikt en krijgt het gevoel dat ngo’s hier nu de schuld van krijgen.

„De Italiaanse verdenkingen werp ik ver van me. Dat is een bewuste vertekening van wat er gebeurt. Al zijn er natuurlijk wel legitieme vragen.’’

Hij geeft daar een aantal voorbeelden van. Heeft het vernietigen van boten door de EU-operatie Sophia ertoe geleid dat mensensmokkelaars gevaarlijker bootjes gebruiken? Heeft de aanwezigheid van Search and Rescue schepen geleid tot een andere werkwijze van mensensmokkelaars? Worden door de machtsstrijd tussen milities in Libië meer mensen gedwongen tegen betaling in gevaarlijke bootjes te stappen terwijl ze dat eigenlijk niet willen?