Recensie

Amsterdammers in den vreemde

Geschiedenis

Bijna overal op de wereld hebben Amsterdammers hun sporen achtergelaten. Kunsthistorica Mariëlle Hageman heeft ze in kaart gebracht, van Schonen tot Ho Chi Minhstad.

Delfts blauw tegelwerk Foto iStock

Amsterdammers waren door de eeuwen heen geen lieverdjes. Handel werd vaak met geweld afgedwongen en niets of niemand werd ontzien. Ook Amsterdammers zelf niet, als het gezamenlijk belang daarmee gediend was. Toen koopman Pieter van den Broecke in 1618 door Bantammers gevangen werd genomen en als gijzelaar gebruikt, smeekte hij zijn landgenoten in het fort zich over te geven. Ze vertrokken geen spier.

In Amsterdam in de wereld gaat kunsthistorica Mariëlle Hageman in tien hoofdstukken met grote stappen door de geschiedenis van Amsterdam en de sporen die Amsterdammers in de hele wereld hebben achtergelaten. De nadruk ligt op de 17de eeuw, voor Amsterdam misschien nog wel meer een Gouden Eeuw dan voor de rest van Nederland.

Met Van den Broecke is het uiteindelijk goed afgelopen, want de versterkingen kwamen net op tijd. Duidelijk was dat je als koopman stalen zenuwen moest hebben om winst te maken en van avonturen moest houden. De koopman had het in laatste instantie wel voor het zeggen, zelfs over de spreekwoordelijke dominee door wie onze voorouders zich lieten leiden.

Want hoe kwamen wij ook alweer in het gevlei bij de shogun in Japan? Waarom kregen Hollanders hun bevoorrechte positie op Deshima? Dat hadden ze te danken aan het ijverig en afdoende neerslaan van een opstand van tot het christendom bekeerde Japanners in 1641. Leve de heidense handel, want Deshima bleef een Nederlands monopolie tot 1857.

Uitgekiend systeem

Handel werd gedreven via uitgekiende systemen. Schepen leeg laten varen was verspilling, dus bedachten eigenaren slimme routes die maximale winst moesten opleveren. Dat begon al in de eerste helft van de vijftiende eeuw met de handel op de Oostzee. De Hanzesteden beschouwden het gebied als hun terrein en hadden er geen trek in Nederlandse schepen toe te laten. Het leidde tot de Wendische oorlog, een reeks van kleine zeeslagen en pesterijen, die eindigde in 1441. Voortaan brachten Amsterdamse schepen graan naar Amsterdam, maar ook hout en bouwmaterialen uit het Oostzeegebied naar Spanje. Op de Oostzee zelf voerden ze handel tussen onder meer Riga, Rostock, Hamburg en Schonen. Dat laatste is de oude Nederlandse naam voor de zuidelijkste provincie van Zweden, Skåne.

Hetzelfde kunstje pasten de kooplui later toe in Azië, maar dan in het groot. Hageman spreekt over de VOC als eerste multinational. Zilver uit Amsterdam ging naar China en werd betaalmiddel om daar zijde in te slaan, waar de Japanners gek op waren. Die gaven er goud en koper voor dat naar India ging en de stoffen uit dat land werden in Indonesië geruild voor specerijen. Schepen vol kruidnagel, nootmuskaat en peper voeren daarna terug naar Europa.

Koopman én avonturier was Jacob Haafner (1754-1809). Hij werd een kenner en liefhebber van India, sprak Tamil, Hindi en Bengali en trouwde met een Indiase danseres. Nadat zij was overleden, keerde hij terug naar Amsterdam en begon te schrijven. Hij was kritisch over het kolonialisme en beschouwde de Indiase beschaving superieur aan die van de zogenaamd beschaafde Nederlanders. Zijn kritiek vond nauwelijks gehoor, de tijd was nog niet rijp voor een Multatuli.

In naam van de VOC en Hollands glorie werd er meedogenloos opgetreden tegen bijvoorbeeld inwoners van Azië. Amsterdam in de wereld vertelt nog eens in geuren en kleuren hoe de inwoners van de Banda-eilanden in Indië werden behandeld en hun leiders gemarteld en gedood. Zo’n vijftienduizend eilanders werden vermoord en daar is voor altijd de naam van Jan Pietersz. Coen aan verbonden. Nog altijd is er op een van de eilanden een Put van Coen, waar tientallen lijken in werden gedumpt.

Het boek gaat als een nachtkaars uit, met herhalingen van onderwerpen en zelfs van een foto. Een van de laatste hoofdstukken, ‘Wereldstad’ vertoont met veel korte stukjes over onder anderen Anne Frank in Argentinië en Heinekenbier in Ho Chi Minhstad niet veel samenhang. Een stad met zo’n rijke geschiedenis verdient een klinkender slotakkoord.