Recensie

Achter deze keizer ging een raadselachtige man schuil

Tiberius (42 v.Chr.- 37 n.Chr.)

Rivieren van bloed veroorzaakte de Romeinse keizer Tiberius. Maar volgens een nieuwe biografie was hij niet zozeer ‘slecht’, maar complex.

Keizer Tiberius, ca. 14 na Chr. Foto Getty Images

Is het een roman, een geschiedschrijving, of een literaire biografie? Het fraai geschreven en goed gedocumenteerde boek De opvolger. Tiberius en de triomf van het Romeinse keizerrijk van de oudhistorica en schrijfster Willemijn van Dijk (1984) is dat alles in een. Want haar beschrijvingen van het leven in het Rome omstreeks het begin van onze jaartelling en haar weergave van de vaak complexe familiebanden in de Romeinse upper class laten zich lezen als een roman. Ze dist historische gebeurtenissen op alsof ze er zelf getuige van is geweest. Zoals de wrede executie van twee kinderen, jongste telgen van een familie die in de late herfst van het jaar 31 op last van keizer Tiberius geheel werd uitgeroeid. ‘De beul, die zijn instructies van de keizer zelf had gekregen had begrijpend geknikt toen hij hoorde dat het tegen de Romeinse gebruiken inging om een maagd ter dood te brengen. Hij zou over enkele ogenblikken de van angst bevende kinderen in de donkere kelder van Rome wurgen. Maar eerst moest hij de jonge Junnila verkrachten.’

Even goed geschreven maar een stuk beschouwender zijn de hoofdstukken waarin Van Dijk laat zien hoe Augustus, de eerste keizer van Rome, worstelde om de door hem met veel bloed en tranen gevestigde nieuwe staatsvorm (het keizerschap) te consolideren. Een poging die door plotselinge sterfgevallen, problemen in zijn eigen familie en bijna noodlottige gebeurtenissen in het verre Germania gedoemd leken te mislukken. Haar biografische schets van Tiberius (42 v.Chr. – 37 n.Chr.), de man die uiteindelijk Augustus opvolgde, biedt ten slotte alles wat je van een goede biografie mag verwachten.

Van Dijk laat zien dat er achter het gebruikelijke beeld van de ‘slechte’ keizer Tiberius, wiens regering gekenmerkt werd door seksuele uitspattingen, exorbitant gedrag en tomeloze wreedheid jegens zijn tegenstanders, vrijwel zeker een veel complexere persoonlijkheid schuilging. Ze gebruikt zelfs de term ‘raadselachtig’.

Die raadselachtigheid, zijn twijfelingen en zijn arrogantie bezorgden Tiberius al aan het begin van zijn regeringsperiode de bijnaam Callipides, naar de beroemde Griekse hardloper, die ondanks al zijn verwoede pogingen nooit echt vooruit kwam. Want in plaats van direct na de dood van Augustus alle hem door de senaat geschonken eerbewijzen en volmachten te aanvaarden, hield Tiberius een toespraak waarin hij liet weten dat alles juist te weigeren. Een dergelijk gedrag was ongehoord. En werd niet begrepen. Men zag het aan voor angsthazerij. Toch is het, aldus Van Dijk, ‘waarschijnlijk dat Tiberius op zijn eigen onnavolgbare en onhandige manier pogingen deed om tot herwaardering te komen van wat het principaat, het leiderschap van het wereldrijk Rome, volgens hem inhield. Hij zocht naar mogelijkheden om de ongewenste positie waartoe hij veroordeeld was om te vormen tot iets waar hij wel mee kon leven.’

Voor de wereld, voor de senaat en het volk van Rome was Tiberius na de dood van Augustus, divus Filius, zoon van God. Een positie die hij nauwelijks kon verenigen met zijn afkomst. In zijn hart was hij altijd een trotse Romein gebleven, een telg van een van de meest vooraanstaande senatoriale families, de Claudii. Hij was een man die zich meer thuis voelde in de niet langer bestaande republiek dan in het dynastieke keizerrijk waarvan hij, onbedoeld de leider was geworden.

Tiberius had ook nog een serie persoonlijke redenen om de erfenis van zijn stiefvader op zijn minst met enig wantrouwen te aanvaarden. Hij herinnerde zich maar al te goed het gedwongen huwelijk met Augustus’ dochter Julia, een huwelijk ten koste van zijn grote geliefde Vipsania. En ook het feit dat hij door zijn stief- en schoonvader pas naar voren werd geschoven toen alle andere mogelijke opvolgers gestorven waren of in ongenade gevallen.

Valse start

De complexe verhoudingen in de familie van Augustus veroorzaakten ook de valse start die Tiberius maakte. Agrippa, zoon van de, uiteindelijk in ongenade gevallen Julia, werd op zijn ballingsadres vermoord nog voordat het testament van Augustus was voorgelezen. Of Agrippa’s dood door Tiberius was bevolen of de uitgestelde wraak was van Augustus, is nooit opgehelderd maar diens dood bleef aan Tiberius kleven.

De gebeurtenissen in het jaar 31 na Christus, toen de vertrouweling van Tiberius en hoofd van de pretoriaanse garde, Seianus, een staatsgreep wilde plegen, vormen ook voor Van Dijk een keerpunt in de regering van Tiberius. De vier jaren daarna staan te boek als een duistere periode waarin iedereen die ook maar in de geringste mate blijk had gegeven van sympathie voor deze verrader, werd omgebracht. Het is – zo laat ook Van Dijk zien – vooral de herinnering aan deze zwarte jaren die zijn latere faam als ‘slechte’ keizer hebben bestendigd.

Hoewel Van Dijk heel beeldend de rivieren van bloed beschrijft en de wijze waarop dagelijks de lijken van de hoge ‘trap der Zuchten’ in de Tiber werden gesmeten, velt zij uiteindelijk geen moreel oordeel over Tiberius. ‘Ook Augustus, die toch de geschiedenis is ingegaan als „goede” keizer heeft zijn handen vuil gemaakt op weg naar de top. Omgekeerd heeft de „slechte” keizer Tiberius er net als Augustus voor gezorgd dat er graanvoorraden waren in Rome en dat de infrastructuur op orde was. Het grote verschil is niet dat Tiberius „slecht” was en Augustus „goed” maar vooral dat Tiberius de publieke opinie verwaarloosde.’

    • Joost Vermeulen