Zes technieken waarmee Trump de waarheid buigt

De Amerikaanse president sprak met het weekblad Time over zijn relatie met de waarheid.

Foto Jonathan Ernst/Reuters

„Ik heb meestal gelijk. Ik ben een instinctief iemand. Ik ben iemand die weet hoe het leven in elkaar zit.”

Aldus de Amerikaanse president Donald Trump in het Amerikaanse weekblad Time, waarmee hij sprak over het onderwerp dat zijn nog jonge presidentschap definieert: zijn losse relatie met de waarheid. In het interview, een goudmijn voor factcheckers, demonstreert Trump verschillende van de technieken die hij gebruikt om de waarheid naar zijn hand te zetten.

Hier zijn zes van Trumps technieken. In oplopende mate doen ze de waarheid geweld aan.

1. Ontwijken

Gevraagd naar het onbreken van bewijs voor zijn beschuldiging dat Obama hem afluisterde, begint Trump over Devin Nunes, de Republikeinse voorzitter van de Inlichtingencommissie het Huis van Afgevaardigden, die donderdag verklaarde dat informatie over mensen in Trumps transitieteam is opgedoken bij het verzamelen van inlichtingen over buitenlanders.

2. Afstand nemen

Trump herhaalt dat hij niet letterlijk bedoelde dat Obama zijn telefoons liet afluisteren. Want in de twitterstorm waarin hij die beschuldiging uitte, plaatste hij aanhalingstekens bij het woord ‘aftappen’. Hij sprak over surveillance, zegt hij.

Trump meldt overigens niet de vervolgtweet waarin hij Obama zonder aanhalingstekens beschuldigde.

Gevraagd naar zijn onjuiste bewering dat de vader van senator Ted Cruz op een foto staat terwijl hij flyers uitdeelt met Lee Harvey Oswald, de moordenaar van Kennedy, zegt Trump: „Ik zei dat niet. Ik verwees naar een krant.” Volgens experts is niet te bewijzen dat de man op de foto de vader van Cruz is, en klopt het stuk in de krant (de tabloid National Enquirer) niet. In plaats van toe te geven dat het niet klopt, blijft Trump naar de krant verwijzen.

Ook zijn bewering dat hij werd afgeluisterd door de Britse inlichtingendienst GCHQ was een citaat, zegt Trump. Hij citeerde Fox News commentator Andrew Napolitano, die inmiddels op non-actief is gesteld nadat de GCHQ de bewering als „totaal belachelijk” verwierp. „Ik citeer zeer gerespecteerde mensen van zeer gerespecteerde tv-netwerken”, aldus Trump.

3. Onwaarheid? Nee, een voorspelling

Een van Trumps bekendste fantasieën is zijn verwijzing naar Zweden bij een opsomming van plaatsen waar terroristische aanslagen hebben plaatsgevonden, zoals Parijs en Nice. „Kijk naar wat er in Zweden gebeurde”, zei hij op 18 februari. „Zweden!”

In Zweden gebeurde die avond niets, maar Trump bleek een tv-fragment over Zweden te hebben gezien. Toch heeft hij gelijk, claimt Trump nu, want „de volgende dag was er een enorme rel, en dood, en problemen”. Ook de alom als onbewezen bestempelde claim dat er in de VS op grote schaal stemfraude is gepleegd, zal uiteindelijk waar blijken, houdt Trump vol. „Ik heb een commissie ingesteld.”

Hoe erg is de situatie in Zweden? NRC-redacteur Wilmer Heck ging erheen:

4. Oude onwaarheden herhalen

Trump herhaalt in het interview een aantal beweringen waarvan hij inmiddels moet weten dat ze niet kloppen. Hij stelt nogmaals dat „een geweldige hoeveelheid mensen” onder valse registraties stemmen, en zegt dat de NAVO zich niet met terrorismebestrijding bezighoudt. Hij herhaalt zijn claim dat de economische situatie die hij van Obama overnam „een puinhoop” was.

5. Nieuwe leugens verzinnen om oude te rechtvaardigen.

Met zijn uitspraak over Zweden debiteert Trump een nieuwe onwaarheid. Er vielen geen doden bij de rellen in Stockholm van twee dagen later. En ook al zei Devin Nunes dat zijn opmerkingen niet betekenen dat Trump of Trump Tower onder Obama is afgeluisterd, toch zegt Trump dat Nunes’ uitspraken betekenen dat hij gelijk heeft.

6. Het machtswoord spreken

Trump vindt dat de stroom van tegenstrijdigheden en onwaarheden die uit zijn mond komt, zijn presidentschap geen schade toebrengt. Het gaat, zo impliceert hij, om zijn gelijk. „Het land gelooft mij”, zegt hij en hij begint over de rally die hij onlangs hield in Kentucky. „We hadden een afgeladen zaal.”

Uiteindelijk lijkt Trump genoeg te krijgen van het gesprek, en van het onderwerp. En op zo’n moment is er altijd nog het machtswoord. „Kijk, ondertussen, volgens mij, kan ik het zo slecht niet doen. Ik ben de president, en jij niet. Weet je. Doe iedereen de groeten, okee?”

    • Maartje Somers