Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Wachten

Kind twee had op het moment van schrijven al een dag vertraging, dat had ze dan van mij want haar moeder komt altijd op tijd. Alles was er klaar voor. Zelfs ik stond op scherp. Gisterochtend werden we verrast door een eerste wee, spoedig gevolgd door een tweede. Het stappenplan werd in werking gezet: ze belde haar moeder. Ik kreeg de opdracht de tijd bij te houden die het zou duren tot de volgende wee.

Na een kwartier informeerde ik voorzichtig of het al zover was.

„Nee.”

Ik was helemaal behept met de idee dat ik alles wat ik bij de vorige bevalling fout deed nu goed zou kunnen maken.

Ze zat op de bank.

Ik sleepte met kussens.

Vroeg of ze zin had in koffie.

„Nee, natuurlijk niet.”

De terrorismedeskundige bij Goedemorgen Nederland zei over de aanslag in Londen dat het niet de vraag was geweest of er een aanslag kwam maar vooral wanneer.

Haar moeder arriveerde.

Toen die haar auto voor ons huis parkeerde – wij wonen in de Amsterdamse wijk Betondorp, schuin tegenover het vroegere Ajax-stadion – werd er vuurwerk afgestoken. Ik dacht eerst dat het alvast voor de herdenking van Johan Cruijff was, maar hoorde later dat het voor Carlo Picornie was, de hooligan die twintig jaar geleden sneuvelde op een grasveld bij Beverwijk.

Haar moeder ging naast de vriendin en de dochter op de bank zitten, ik moest aan van die Russische matroesjkapoppetjes denken.

„Hoe lang zit er tussen de weeën?”, vroeg haar moeder.

Ik keek op mijn telefoon. „Al drie kwartier”, zei ik.

„Nôôh”, zei haar moeder want dat zeggen Zaankanters altijd.

De dochter werd voor de zekerheid toch ingepakt en meegenomen, ze nam zwaaiend afscheid.

Daar zaten we dan.

Zij ging was opvouwen, ik ging hardop stukken uit de krant voorlezen.

„Mag ik naar mijn werk?”, vroeg ik twee uur na de laatste wee.

„Ja, graag”, zei ze.

Zij bleef thuis wachten, ik een paar honderd meter verderop in het grand café naast de begraafplaats. Af en toe belden we om te vragen hoe of het ging.

Ik dacht aan mijn vader.

Kort na zijn overlijden vond ik in het vak onder zijn bureau een tas met tientallen schriftjes met aantekeningen. Ze waren er maar kort – mijn moeder besloot om ze in de papierversnipperaar te gooien – maar lang genoeg om te lezen wat of hij noteerde op de dag dat ik geboren werd.

11.13 trein Winterswijk-Arnhem

14.26 Marcel geboren

17.24 Dienst Water

Notities zo kaal dat mijn fantasie er meer dan veertig jaar later op stuksloeg.

Ze belde weer.

„Al een wee?”

„Nee.”

Daarna stapte ik in tram 9, ik noteerde het tijdstip.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.
    • Marcel van Roosmalen