Viola da gamba-speler verbindt muziek met natuurkunde

Ralph Rousseau

Viola da gamba-speler Ralph Rousseau verdeelt zijn aandacht tussen muziek en natuurkunde. Op zijn tiende album A Pritty Thing verbindt hij beide passies.

Ralph Rousseau: „In een paar maanden hebben Ad Visser en ik een programma van anderhalf uur in elkaar gezet. Een van de spannendste dingen die ik ooit heb gedaan.” FOTO ANDREAS TERLAAK

Zijn cv leest als een soort moderne schelmenroman, met een gretige perfectionist als held. Ralph Rousseau (49) is viola da gamba-speler, maar ook gepromoveerd natuurkundige. Gediplomeerd privévlieger. Tai chi-meester. Macrobiotisch kok. En, ten slotte, docent aan de Universiteit Utrecht. Op YouTube heeft hij twee aparte kanalen: één voor Ralph Meulenbroeks de natuurkundige, één voor Rousseau de gambist.

Zijn veelzijdigheid lijkt op ontsnappingskunst of – minder romantisch – gebrek aan toewijding. Maar Ralph Rousseau Meulenbroeks kan gewoon veel heel goed, en is te nieuwsgierig om niet steeds iets bij te leren. Dat hij desondanks benaderbaar blijft, komt door een mix van Brabantse hartelijkheid en goedmoedige onhandigheid. Zo kon een zinnetje als „Ralph laat niemand onberoerd!” in zijn officiële cv belanden – en staat het daar nog steeds.

De meest recente carrièresprong was lesgeven, na een dreigende armblessure door een tijdlang te veel concerten spelen (140 per seizoen). Zijn Master of Education haalde hij toen in één jaar, cum laude – overigens net als eerder zijn conservatoriumstudie contrabas en zijn promotieonderzoek in de technische natuurkunde. Eenmaal docent aan een middelbare school, werd hij verkozen tot Docent van het Jaar. En toen hij recentelijk toch weer stopte met het lesgeven aan pubers omdat de wisselwerking met zijn concertagenda te ingewikkeld werd, heeft hij al zijn lessen op internet gezet. Altijd al willen weten hoe de Lorentzkracht werkt? Meester Ralph legt uit – en wel zo dat zelfs een alfa het (even) denkt te snappen.

Paradoxaal

Maar dit voorjaar is hij vooral Ralph Rousseau, de gambist – een artiestennaam ontleend aan de familie van zijn moeder en natuurlijk ook een beetje aan de filosoof. Bij de filosofieën van Rousseau sluit zijn nieuwste, in eigen beheer op grammofoonplaat uitgebrachte album A Pritty Thing in bredere zin eigenlijk goed aan, lacht hij.

„Jean-Jacques Rousseu was een paradoxaal figuur. Hij schreef zijn beroemde verhandeling over de opvoeding terwijl hij zijn eigen bastaardkinderen in een weeshuis stopte. Maar soms zegt hij zinnige dingen. Bijvoorbeeld dat vooruitgang in kunst en wetenschap uiteindelijk leidt tot degeneratie van de menselijke authenticiteit en ziel. Dat klinkt zwaar, maar ik ben het er geloof ik wel een beetje mee eens. Een van de stellingen in mijn proefschrift was destijds ook: het onbevangen uitoefenen van kunst en wetenschap put uit één menselijke bron. Natuurlijk kun je niet om de moderne techniek heen, maar je moet je realiseren dat het maar een vernisje is. Kijk naar film: alles kan. Het engste fantasiemonster levensecht in 3D? Geen probleem. Maar uiteindelijk zijn alle plots terug te voeren op een stuk of acht verhalen die diep menselijk, en dus tijdloos zijn.”

Gouden hart

Beetje vaag? A Pritty Thing maakt het idee concreet. Het album is gewijd aan muziek van autodidactisch componist Tobias Hume (ca. 1579-1645), voor veel viola da gamba-spelers een icoon omdat zijn muziek op onorthodoxe wijze de mogelijkheden van het instrument optimaal benut. Ralph Rousseau noemt hem een „ultieme vrijbuiter met een gouden hart” en kijkt daar een beetje verliefd bij. „Vrijheid – dat is het sleutelwoord bij Tobias Hume. Hij was een Schotse huurling die de bloederige frontlinie niet schuwde, maar als uiting van zijn zachte kant ook een zeer succesvolle gambist was. In de muziek die hij schreef, zondigt hij tegen heel veel muzikale regels. Maar juist daardoor laat hij de gamba zingen en klinken als geen ander.”

Wie luistert naar A Pritty Thing snapt het punt. Hume schreef zo’n 150 ayres, liedachtige instrumentale composities, die bijeengebracht zijn in het boek First part of Ayres. Rousseau koos er voor zijn album 21 en speelt die met compromisloze uitersten van raggend ruig en breed en broos, waardoor de vrije vertelkracht van de ayres vleugeltjes krijgt. Je hoort de opruiende taptoes van het slagveld, maar ook een bespiegelende diepzinnigheid. Bovendien onthult de muziek van Hume wat de gamba tot zo’n aantrekkelijk instrument maakt: dat je er ronkende akkoorden op kunt strijken, én de bijbehorende melodielijn. En dat je er op kunt tokkelen als op een gitaar, maar dan met de diepere resonans van een groter instrument.

Op YouTube postte Ralph Rousseau al eens een heel programma voor gamba solo dat zonder editing was opgenomen in een Utrechts Franciscaner klooster. „Toen wist ik: dit is wat ik wil. Door op te nemen in één ruk krijg je muziek die ademt. Toen ik dat besprak met mijn geluidsman, zei hij: dan moet je op elpee opnemen. Een elpee moet analoog, in één take worden opgenomen en klinkt daardoor natuurlijk en direct.” Lachend: „Een mevrouw uit mijn straat zei: ‘Als ik je plaat draai, is het net alsof je bij me in de kamer zit te spelen.’”

Hij denkt even na. „Wat me in wezen afstoot, is het moderne geloof in de maakbaarheid van alles. In Utrecht heb je nu zelfs elektronische bordjes die aangeven waar je je fiets mag en kunt parkeren, in keurige, getelde poortjes. Dat is toch gruwelijk?”

Dat hij met een elpee gewijd aan barokmuziek voor viola da gamba zijn spaargeld stak in een niche van een niche van een niche, daar schrikt Rousseau niet van. „In drie weken heb ik de helft van de eerste persing al verkocht. En het geld kan me sowieso niet schelen. Mijn halve baan als universitair docent biedt zekerheid en vrijheid.”

Kluizenaar

Zijn hang naar vrijheid verklaart ook waarom de muziek van Hume zo’n aantrekkingskracht op hem uitoefent, zegt hij. „Tempo, dynamiek, agogiek, niets staat in deze ayres genoteerd. De interpretatie is vrij. De titels zijn wel heel beschrijvend; My mistress hath a pritty thing, of A soldiers revolution. Maar niemand kan zeggen: hoe jij speelt, is fout. Dat tabula rasa-gevoel vind ik fijn. Vorig jaar zijn er nieuwe fantasieën van Telemann ontdekt, die ga ik binnenkort ook helemaal vanuit de noten bestuderen. Lekker als een kluizenaar in een grot zitten met die noten en mijn gamba. Verder niks.” Hij grinnikt: „Om het daarna dan ook weer heerlijk te vinden het intuïtieve te verruilen voor het exacte, en bezig te zijn met wetmatigheden die waar zijn, en op zichzelf staan.”

Voorlopig, tot Pasen, richt Rousseau zich vooral op Bachs passies: ‘slechts’ twaalf uitvoeringen speelt hij dit jaar.

Daarna volgt een theatertournee met Ad Visser, die gitaar speelt en zijn literaire teksten zingt, terwijl Rousseau op de gamba zorgt voor een Keltisch aandoende bedding. „De ontmoeting met Ad Visser? Die was bizar”, zegt hij. „Met mijn vriend Han Peekel zat ik in een café in Laren. Han zei: ‘Ken je Ad? Ik denk dat het zou klikken.’ Op dat moment liep hij binnen. We hebben een paar keer op proef samen gespeeld, en alles klopte meteen. In een paar maanden hebben we een programma van anderhalf uur in elkaar gezet. Een van de spannendste dingen die ik ooit heb gedaan.”

A Pritty Thing van Ralph Rousseau is te koop op vinyl + cd, €24,99 of als download. Bestellen + concertagenda: voixhumaines.com
    • Mischa Spel