SER dicht bij compromis pensioenen

Sociaal Economische Raad

Na jarenlange discussie hebben werkgevers en vakbonden haast om het toekomstige kabinet een nieuw pensioenstelsel te presenteren: individueel en collectief.

Foto Getty Images

De jarenlange discussie over de hervorming van het pensioenstelsel stevent af op een compromis, volgens bronnen rond de Sociaal Economische Raad (SER). Het adviesorgaan van werkgevers en vakbonden werkt aan een kabinetsadvies over de invoering van een extra, persoonlijke pensioenvariant. Financiële risico’s, zoals beursverliezen, blijven deelnemers wel collectief delen, zowel tijdens de opbouw als tijdens de uitkering van het uiteindelijke pensioen.

De SER wil het advies volgende maand nog tijdens de kabinetsformatie voorleggen. Het doel is dat de volgende regering fiscale en juridische ruimte laat in het regeerakkoord om invoering van een aanvullend persoonlijk pensioen mogelijk te maken.

Het persoonlijke pensioen moet een aanvulling worden op het huidige stelsel, waarvoor pensioenfondsen vrijwillig kunnen kiezen. Het combineert elementen van de twee belangrijkste modellen die in de belangenstrijd waren overgebleven: een individueel pensioen met persoonlijke potten en een collectief pensioen met meer beleggingsvrijheid voor fondsen.

Leden van ouderen-organisaties en vakbonden protesteren tijdens de behandeling van de nieuwe pensioenregels door de Tweede Kamer in 2014. Foto Arie Kievit/ANP

Werkgeversorganisaties hebben een voorkeur uitgesproken voor persoonlijke potten, vakbonden juist voor een collectief pensioen. Maar ook hun achterbannen zijn verdeeld: zo vindt een deel van de vakbeweging het idee van persoonlijke opbouw van pensioen transparant, terwijl bijvoorbeeld de metaalbonden blijven hechten aan een gezamenlijk stelsel. Voor verzekeraars gaat het compromis van de SER niet ver genoeg, terwijl multinationals beducht zijn voor grote veranderingen rond de pensioenpremie.

Nu bouwen werknemers verplicht aanvullend pensioen (naast AOW) op binnen de collectieve pot van het pensioenfonds in hun sector. Het gaat om een ‘uitkeringssysteem’, dat deelnemers een bepaalde uitkering op pensioenleeftijd voorspiegelt. Maar de pensioensector erkent ruiterlijk dat die raming vaak niet wordt waargemaakt.

Kritiek

Sinds 2010 wordt al gesproken over hervorming, omdat het stelsel complex en kwetsbaar is en deelnemers er weinig vertrouwen in hebben. Zo is er kritiek op de rekenrente, waardoor fondsen kampen met lage dekkingsgraden en ze pensioenen niet kunnen verhogen. Ook zouden ouderen meer profiteren dan jongeren van de doorsneepremie, het vaste percentage loon dat alle werkenden verplicht afdragen voor hun pensioenopbouw.

Lees ook: Hoe kan dat nou, zoveel in kas en toch korten op pensioenen?

De SER en de Pensioenfederatie werken nu een paar varianten uit van een persoonlijk pensioen. Het achterliggende idee is dat een persoonlijk pensioen vertrouwen in het stelsel kan herwinnen, omdat deelnemers beter kunnen zien wat ze zelf opbouwen. Het zou ook ruimte bieden voor maatwerk, meer keuzevrijheid en de verdeling van het pensioengeld tussen generaties evenwichtiger maken.

Bij de variant die de SER laat uitwerken, blijven deelnemers de financiële risico’s tijdens en na hun werkende leven delen. Collectieve buffers moeten voorkomen dat werkenden minder pensioen opbouwen en gepensioneerden een inkomensval maken. Naast beleggingsverliezen kunnen pensioenen onder druk komen te staan door bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid, vroegtijdig overlijden, inflatie en dat mensen steeds ouder worden en langer pensioen ontvangen.

De persoonlijke pensioenvariant van de SER zou geen uitkerings-, maar een premieovereenkomst worden, volgens bronnen. Deelnemers leggen een vaste premie in, maar krijgen geen garanties voor hun uitkering. Omdat er geen toezeggingen worden gedaan, is dit systeem minder afhankelijk van de rekenrente en dekkingsgraden.

Animatie van de SER bij de Verkenning voor een persoonlijk pensioen, die de raad maakte in mei 2016

Onrechtvaardig

De SER en de Pensioenfederatie zitten nog met een aantal grote vraagstukken. Ten eerste werkt een persoonlijk pensioen niet met de doorsneepremie. Veel politieke partijen willen de doorsneepremie al afschaffen, omdat deze als onrechtvaardig wordt gezien. De premie die jongeren afdragen kan namelijk langer renderen dan die van ouderen, waardoor jongeren relatief te veel premie betalen. Maar het afschaffen van de doorsneepremie kan tientallen miljarden kosten om bepaalde generaties te compenseren.

Lees ook dit interview van vorig jaar met Kees Goudswaard en Mariëtte Hamer van de SER: Een groot feest wordt het niet, wel stabieler

De vraag is ook of pensioenopbouw voor werknemers verplicht kan blijven als de doorsneepremie wordt afgeschaft. De Europese Commissie beschouwt de verplichtstelling in wezen als verstoring van de vrije pensioenmarkt, waarin bijvoorbeeld ook verzekeraars actief zijn. Maar Brussel ‘gedoogt’ dit wegens de collectiviteit en solidariteit binnen het Nederlandse pensioenstelsel. De gelijke doorsneepremie en gelijke pensioenopbouw zijn steunpilaren van die ‘verplichte’ solidariteit. Als de doorsneepremie wordt afgeschaft, is het de vraag of het stelsel gedoogd kan blijven.

Bij de discussie over het persoonlijk pensioen denkt de SER aan oplossingen om Brussel tegemoet te komen. Het collectief blijven delen van risico’s wordt gezien als een legitieme reden om pensioenopbouw toch te kunnen blijven verplichten. Daarnaast zou de doorsneepremie kunnen worden vervangen door een vergelijkbare leeftijdsonafhankelijke, vaste premie – maar zonder jongeren te duperen.

Over andere alternatieven voor de doorsneepremie is veel discussie. Een optie is dat deelnemers meer premie inleggen naarmate ze ouder worden en meer verdienen. De keerzijde is dat ouderen dan duurder worden voor werkgevers, wat tot leeftijdsdiscriminatie op de arbeidsmarkt kan leiden. Een andere optie is dat mensen op jongere leeftijd met dezelfde premie meer mogen opbouwen dan ouderen. Maar juristen zien hierbij bezwaren rond gelijke behandeling van generaties.

De SER wil niet voortijdig reageren.

    • Eppo König