Opinie

    • Joyce Roodnat

Op de knieën voor Chuck en Auke

Joyce Roodnat

Van de doden niets dan goeds. En dat geldt ook voor Chuck Berry. Alhoewel... Als tweede generatie rock-’n-roll-adept, dus ná adoratie van The Rolling Stones en Derek and the Dominos, ging ik op de knieën voor Little Richard en Jerry Lee Lewis. En voor Chuck Berry. Onweerstaanbare muziek, lenig, lekker. Hoe groter geest, hoe groter beest – heb ik niks op tegen. Maar: „she’s too cute / to be a minute over seventeen” – nee zeg.

Tot ik Chuck die ene song hoorde zingen. ‘Nadine’. Die maakte alles goed. Rock-’n-roll in marstempo. Een koortsdroom. Hij ziet een vrouw, hij móét haar hebben. Een song als een snel gemonteerde film: hij springt in couplet één uit een rijdende bus, worstelt zich in couplet twee door de drukte en hangt in couplet drie uit een taxi. Telkens roept hij haar vergeefs na: „Na-díne! Honey, is that you!” Deze song is voor de vrouwen: hij doet maar wat hij niet laten kan, zij gaat haar eigen weg.

Vanwege ‘Nadine’ kan Chuck Berry bij mij alles maken. Sterven? Dat is ook maar een opvatting. Later dit jaar komt zijn nieuwe album uit.

Een kunstenaar houdt niet op. Nooit. Beeldend kunstenaar Auke de Vries citeert Elias Canetti om dat uit te leggen: een kunstenaar haalt zijn net binnen en werpt het weer uit. Want hij zoekt een essentie en hij mist altijd iets en dus gaat hij door. We scharrelen over de grote expositie van zijn werk in het Scheveningse Museum Beelden aan Zee. Auke de Vries wordt dit jaar 80. „Dat wilde het museum met deze expositie gaan vieren. Bewaar me. Dat doe ik niet.” De Vries maakt een overzichtstentoonstelling – niet van oud maar van nieuw werk, met als titel: Tussenlanding. En zo is het. Hij gaat voort. Leeftijd is fictie.

Ik geniet van zijn sculpturen die eruitzien alsof hij met sterretjes in de lucht tekende: lichte geruchten van vele kilo’s staal. De schoonheid van wankel evenwicht.

Ik ga naar Engeland, naar het Yorkshire Sculpture Park, waar ook De Vries een grote expositie heeft gehad. Ik wandel over glooiende heuvels, zie het werk van Henry Moore, van Barbara Hepworth. De reuzenhaas met borsten en billen van Sophie Ryder. De dravende lichtsculptuur van Julian Opie, zijn ruiter-‘stand’-beeld.

Goeie beeldhouwers zijn nooit bang voor groot en ze zorgen ervoor dat hun sculpturen zich niet laten bevatten. Steeds zie ik iets anders in hun werk. Alsof ik naar de wolken lig te kijken.

Nadine! Honey, is that you?

    • Joyce Roodnat