Recensie

Macy Gray kiest voor ingehouden stijl

Veel hoeft Macy Gray, met haar expressieve mimiek, niet te doen om aantrekkelijk te zijn. Toch wint ze een uitverkocht Paradiso niet geheel voor zich.

Macy Gray tijdens een optreden in 2015. Foto Marcin Obara

Woensdagavond, in een uitverkocht Paradiso, Amsterdam, zong de Amerikaanse Macy Gray zoals het publiek haar kent: rasperig, intiem, een beetje maf. Maar na een grillige carrière van zeventien jaar, met daarin lange perioden van afwezigheid, was ook dit niet het optreden waarmee Gray de zaal weer volledig voor zich won.

Macy Gray hoeft niet veel te doen om aantrekkelijk te zijn. De lange zangeres in haar gouden jurk, met een kroon van afro-haar, en haar expressieve mimiek is bezienswaardig – zeker als ze wordt omringd door vier muzikanten in kostuum en fluorescerend roze pruik. Gray heeft een karakteristieke, zachte stem. Ze koert meer dan ze zingt.

Gray kwam eind jaren negentig op tijdens de neo-soulbeweging, waar ook Angie Stone en Erykah Badu deel van uit maakten, maar geeft een eigen draai aan het genre. Zo koos ze nu voor de ingehouden stijl met ‘jazzy’ begeleiders. Hier geen schetterend koper of psychedelische gitaar, maar vier muzikanten die uitblonken in de minimale swing, met een hoofdrol voor de ontspannen klinkende Fender Rhodes (elektrische piano).

Die bescheiden aanpak stond in contrast met de flamboyante stijl van voorvrouw Gray die over het podium schreed, haar hoofd in de nek gooide en zich tot de balkons richtte.

Gray legt graag nadrukt op haar ‘anders zijn’. Niet voor niets speelde ze als eerste nummer het oude ‘Psychopath’, en volgden er nog meer verwijzingen naar de positie van de outsider, zoals in haar versie van ‘Creep’, van Radiohead. Haar eerbetoon aan het afwijkende is innemend, zoals ook haar presentatie mal maar onderhoudend is. Afgezien van een nieuw liedje als ‘Annabelle’, leunt Gray voor haar repertoire op haar eerste twee albums. Daarnaast week ze te vaak uit naar overbekende covers als ‘My Way’ en ‘Que Sera’. En ‘Da Ya Think I’m Sexy’ van Rod Stewart – in een daverende disco-versie, dat wel.

    • Hester Carvalho