Krijgen de slachtoffers van krijgsheer Katanga smartengeld?

Vrijdag horen de slachtoffers van de Congolese krijgsheer Germain Katanga of ze recht hebben op smartengeld. Katanga is eerder veroordeeld voor misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden.

Congolese militieleider Germain Katanga staat terecht voor het Internationaal Strafhof (ICC) in 2014. Foto ANP

Het Internationaal Strafhof in Den Haag zal zich, voor de tweede keer in zijn geschiedenis, uitspreken over financiële compensatie voor slachtoffers van genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden. Eerder stelden de rechters de slachtoffers van de Congolese krijgsheer Thomas Lubanga compensatie in het vooruitzicht voor het leed dat hun is aangedaan. Deze vrijdag (24 maart) horen de slachtoffers van zijn rivaal Germain Katanga of ze recht hebben op smartengeld.

  1. Welke rol speelt het Strafhof?

    Het Internationaal Strafhof begon in de zomer van 2002. Het is de enige permanente rechtbank in de wereld voor de berechting van daders van genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden. Uniek is ook dat het een prominente stem toekent aan slachtoffers. Slachtoffers worden niet alleen opgeroepen als getuigen, maar mogen ook getuigen van aanklager en verdediging (laten) oproepen en ze mogen suggesties doen voor de procesvoering. Daarnaast kunnen getuigen zich aanmelden voor schadevergoeding.

  2. Welke daders heeft het Strafhof tot dusver veroordeeld?

    In totaal vier. Het eerste vonnis werd vijf jaar geleden uitgesproken tegen Thomas Lubanga Dyilo (56), oprichter en leider van de Hema-rebellenbeweging UPC (Unie van Congolese Patriotten) in het oosten van Congo. Hij kreeg 14 jaar cel voor het rekruteren en inzetten van kindsoldaten tijdens de bloedige strijd tussen 2002 en 2003 in het district Ituri tegen rivaliserende Lendu-milities.

    Lubanga’s tegenstander, Germain Katanga (38), was leider van de FRPI, een van de tribale milities en gewapende roversbendes die in de nasleep van de tweede Congolese oorlog huishielden in de diamantrijke regio Kivu. Hij werd drie jaar geleden veroordeeld tot 12 jaar cel wegens zijn betrokkenheid bij de massaslachting op het dorp Bogoro. Daar werden op 24 februari 2003 zo’n tweehonderd dorpelingen vermoord, vrouwen werden verkracht. Aan het einde van zijn straftijd keerde Katanga terug naar Congo. Nu wordt hij in dat land vervolgd.

    Een jaar geleden werd opnieuw een Congolese krijgsheer veroordeeld, maar ditmaal voor verkrachtingen, moorden en andere oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, tussen oktober 2002 en maart 2003 begaan in de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR). Jean-Pierre Bemba (54), telg uit een zeer welvarende familie, kreeg 18 jaar cel.

    Lees meer over de veroordeling van Bemba: Achttien jaar voor de ‘takketakketak’-commandant

    De Malinees Ahmad Al-Faqi Al Mahdi, alias Abou Tourab (geboren rond 1975), schreef vorig jaar geschiedenis door schuld te bekennen aan het vernietigen van eeuwenoude graftombes en een kostbare moskeedeur in de historische stad Timboektoe. Hij werd in september veroordeeld tot 9 jaar gevangenis.

  3. Welke slachtoffers krijgen smartengeld?

    Slachtoffers in zaken waarvoor de dader is veroordeeld door het Strafhof kunnen aanspraak maken op compensatie. Een heleboel slachtoffers komen daardoor buitenspel te staan. Een aanklager kan nooit alle zaken van mensenrechtenschendingen en andere misdaden waarop ze tijdens onderzoek stuit, naar voren brengen. Ook slachtoffers van verdachten die voortvluchtig zijn, hebben geen kans op een directe vergoeding. Dat geldt ook voor slachtoffers van verdachten die zijn vrijgesproken of tegen wie vervolging is gestaakt, zoals in Kenia.

    In augustus 2012, een maand na veroordeling van krijgsheer Lubanga, bepaalden de rechters dat zijn slachtoffers – voormalige kindsoldaten - compensatie krijgen. Dat was de eerste keer dat het Strafhof zich uitsprak over hulp aan slachtoffers. De rechters doen deze vrijdag een beginseluitspraak in de zaak tegen Katanga. Hij kan de zitting via een video-link bijwonen vanuit zijn Conglose cel in de Makala gevangenis in Bunia.

    In de zaak tegen Bemba komt de vraag naar ‘herstelbetalingen’ aan de orde als een eventueel hoger beroep is afgerond. Jihadist Al Mahdi heeft zich neergelegd bij zijn straf: de rechters hebben deskundigen nu gevraagd met suggesties te komen hoe de inwoners van Timboektoe gecompenseerd kunnen wordenvoor de vernietiging van hun cultuurgoed.

  4. Wie geeft de compensatie en wie betaalt?

    De uitvoering van de ‘herstelbetalingen’ is sinds 2008 in handen van een apart slachtofferfonds (met een budget van ruim 3,2 miljoen euro voor 2017, waarvan 1 miljoen uit vrijwillige bijdragen). De bedoeling is dat de daders zelf opdraaien voor de kosten, maar in het geval van Lubanga, Katanga en Al Mahdi ligt dat niet voor de hand omdat ze het geld daarvoor niet hebben. Dat betekent dat het slachtofferfonds inspringt (al moet Lubanga eventuele toekomstige inkomsten wel afdragen, aldus de rechters). Bemba is wel een vermogend man en de rechters proberen nu beslag te laten leggen op zijn bezittingen.

    Het mandaat van het slachtofferfonds is overigens breder dan alleen maar uitvoering geven aan de wensen van de rechters van het Strafhof inzake het uitkeren van smartengeld. De vrijwillige bijdragen van donoren worden – via lokale organisaties - ingezet om in het algemeen slachtoffers van seksueel geweld en van andere gruwelijkheden bij te staan, in gebieden waar het Strafhof onderzoek doet. Dergelijke programma’s zijn er in Noord-Oeganda (waar het Verzetsleger van de Heer opereerde) en in Oost-Congo.

  5. Wat krijgen de slachtoffers van Lubanga?

    Voor collectieve hulp aan voormalige kindsoldaten is de komende drie jaar zo’n 1 miljoen euro uitgetrokken. De compensatie bestaat uit drie pijlers:
    1. Symbolische compensatie: de bouw van herdenkings- en ontmoetingscentra.
    2. Revalidatie en psychologische bijstand aan voormalige kindsoldaten en hun familie.
    3. Opleidingen om voormalige kindsoldaten in staat te stellen een beroep uit te oefenen.
    Voor het opstellen van de plannen heeft het slachtofferfonds consultaties belegd in 22 plaatsen in Ituri. Daar kwamen ruim 2.000 mensen op af.
    Na vijf jaar moet de hulp nog op gang komen. Er is kritiek vanuit de gemeenschappen gekomen over de lange duur van de procedures. Advocaat Luc Walleyn van de slachtoffers zei in de hoorzitting van oktober 2016 dat zich „een gevoel van grote wanhoop” heeft meester gemaakt van de slachtoffers, die „extreem moe zijn geworden” van het wachten. „De geloofwaardigheid van het Strafhof staat op het spel.” Andere slachtoffers, bijvoorbeeld vrouwen die werden verkracht, voelen zich in de steek gelaten.

    • Wim Brummelman