Recensie

Hoe ziet een domme olifant er eigenlijk uit?

Kinderboek Iedere week bespreekt NRC online een kinderboek. Deze week: een beeldboek over tegenstellingen. Daar kun je iets briljants van maken, bewijst deze moderne Franse klassieker.

Het kinderboek Tegenstellingen van het duo Francesco Pittau en Bernadette Gervais hoort tot een genre waarin je niet zo veel fout kunt doen, eenvoudig als het principe is: een leerzaam boek over tegenstellingen, weergegeven in tekeningen. Linkerbladzijde het ene, rechterbladzijde het andere. Dicht versus open. Boven versus onder. Heel versus stuk. Het grote geheim: in dit genre kun je ook iets héél goed doen.

Er zijn een paar klassiekers in dit genre, zoals Van licht en donker: Tegenstellingen van Xavier Deneux, uit 2013.

Bekijk hier een paar bladzijden uit het boek van Deneux. De tekst gaat onder de foto’s verder.

In dat boek heeft de ene bladzijde een uitsparing en de andere bladzijde een uitstekend vormpje dat daar precies in past: de olifant (‘zwaar’) aan de ene kant, past in de wolk (‘licht’) aan de andere kant. Een knap staaltje boekproductie, maar ook een originele weergave van de symboliek: het bevestigt de tegenstelling én laat zien dat het een niet zonder het ander kan bestaan.

Olifant op hoge poten

Een andere klassieker is Tegenstellingen van Pittau en Gervais, een boek dat al een volwassen-mensenleven lang bestaat (uit 1999) en met een nieuwe heruitgave een tweede leven krijgt – en verdient. Hier is een olifant het leidende principe. Twee olifanten op twee dubbele bladzijden, en dan eindeloos variëren: bij ‘hoog’ staat de olifant op hoge poten, het kleintje ernaast is ‘laag’. Dat begint dus nog conventioneel, maar Tegenstellingen is zo goed omdat de olifantentegenstellingen heel erg origineel worden, buitengewoon grappig en soms volslagen absurd.

‘Boven’ en ‘onder’: links staat een olifantenbovenkant zonder poten, rechts een olifantenonderstel. Er zijn olifanten met bulten en kuilen, haren en veren, eentje met een grote ritssluiting (‘dicht’) en eentje waarbij de rits geopend is en de olifanteningewanden zichtbaar zijn (‘open’). En zo gaat het maar door. Een grote kwaliteit van dit boek is de kwantiteit: het gaat maar door, met goede, geinige vondsten.

Dom versus slim

Maar precies op de helft, in het hart van het boek, zit de geniaalste vondst. Ik zal hem laten zien. Kijk even heel goed:

Wat is hier aan de hand? Kijkt de ene olifant wat dommer dan de andere? Is het dom om naar links te kijken en slim om naar rechts te kijken? Is de domme iets kleins vergeten, dat we pas na lang speuren opmerken, als wij slimmeriken onze hersens laten kraken? Een antwoord op die vragen is er niet, behalve dan: deze olifanten zijn echt zo goed als identiek. Waaruit je als toekijkend kind de geweldige wetenschap kunt opdoen: het verschil tussen dom en slim is niet zichtbaar.

Die vondst maakt het boek intelligenter dan je al dacht toen je de tegenstelling jongen-meisje geïllustreerd zag worden: met de positie van de plasuitgang – en niet met stereotiepe stoere spierballen of schattige strikjes. Dat is al verfrissend origineel, maar de dom-slim-plaat leert nog meer. Je kunt de wereld wel leren begrijpen aan de hand van hokjes en tegenstellingen, je kunt alles wel indelen in zwart of wit, groot of klein, het één of het ander, maar soms gaat die tweedeling niet op. Een klein kind leren hoe de wereld in elkaar zit is ook: even laten ruiken aan complexiteit, in één moeite door.

    • Thomas de Veen