Opinie

    • Japke-d. Bouma

Het ‘motorblok’ van de nieuwe coalitie

Het valt Japke-d. Bouma op dat er vaak wordt verwezen naar de autobranche als het over politiek gaat.

Zelf heb ik al jaren naar volle tevredenheid een Toyota Corolla uit 1995 en is er nooit iets mis met mijn motorblok; voor het nieuwe kabinet dat de politieke partijen momenteel druk aan het formeren zijn, geldt dat nog niet. Sterker nog: het motorblok ís er nog niet eens. Er wordt wel druk gespeculeerd wie erin zouden moeten „plaatsnemen”. Dat lijken nu VVD, CDA en D66 te worden, samen met GroenLinks. Ik stel me zo voor dat de lijsttrekkers elke dag met mondkapjes op onder de motorkap gaan zitten. Alles voor het landsbelang. Maar het motorblok loopt nog niet als een zonnetje.

Zo schreef de Volkskrant deze week „dat het in het motorblok nog kraakt”, kunnen we altijd nog een rechts motorblok krijgen en kan Jesse Klaver nog „het korreltje zand” in het motorblok worden want het is nog niet zeker of het een elektrische motor wordt, een hybride of een turbo. De enige zekerheid die we tot nu toe hebben is dat Edith Schippers er in een vieze blauwe overall onder ligt en dat de PvdA met pech langs de weg staat.

Het valt me op dat er vaker naar de autobranche wordt verwezen om politiek uit te leggen. Zo is het ook al lang gebruikelijk om je bij politieke leiders af te vragen of je een tweedehandsauto van ze zou kopen, wordt Alexander Pechtold vaak „het oliemannetje” genoemd en heet begrotingsruimte „de smeerolie van de nieuwe coalitie”.

Vroeger hadden we een nóg ergere metafoor voor de centrale partijen in een formatie. Toen hadden we het steeds over „de romp” van het kabinet. Daar had ik altijd het beeld bij van een bloedende romp uit een Monty Pythonfilm, met van die afgehakte armen en benen. Maar het motorblok vind ik ook erg. Zeker als je het hebt over vertrouwen in de politiek. Want jullie moeten me maar corrigeren als het niet zo is, maar ik denk dat veel Nederlanders bij de garage altijd een beetje het gevoel hebben dat ze worden belazerd.

Want weten wij veel. Met die distributieriemen, remleidingen en koppakkingen die vervangen moeten worden. Tegen mij zeggen ze altijd: „het is even een hele uitgaaf mevrouwtje, maar dan kan hij ook weer jaaaaaren mee” en dan betaal ik het maar weer. Sowieso die hele automobielindustrie. Met hun sjoemeldiesels.

Maar ik denk bij zo’n motorblok ook altijd: waar gaan we straks heen? Want het is natuurlijk helemaal niet belangrijk wie er onder de motorkap zitten, maar wie er rijdt. Wie trapt er straks op het gas, wie trapt er op de rem, wie schakelt er, wie stuurt er of gaan ze allemaal tegelijk aan dat stuur zitten trekken? En hoe ziet die auto er verder eigenlijk uit? Wie zit er op de achterbank, wie zit er in de kattenbak, wie is de knalpijp, wie hangt er aan de trekhaak, wie bepaalt de route, wie ververst de olie, maar vooral: wat wordt de rijstijl?

Want het maakt natuurlijk nogal uit hè, of we met 130 km per uur, vroem vroem, in de dikke BMW van Klaas Dijkhoff op pad gaan of dat we met 70 kilometer per uur de snelweg optuffen met Henk Krol in een vervuilende oldtimer die niet aan de toekomst denkt.

Ik denk dus steeds: als er nog zoveel onduidelijk is over die formatie, pak ik liever mijn eigen Corolla. Dan weet ik tenminste zeker dat we „de eindstreep” halen.

Taaltips? Dat kan op Twitter via @Japked

    • Japke-d. Bouma