Nederlandse tafeltennisvrouwen moeten naar Turkije, maar ze willen niet

Sport worstelt met Turkije

De gespannen relatie tussen Nederland en Turkije is ook zichtbaar in de sportwereld. Moeten de tafeltennissters wel tegen de Turken spelen?

Li Jie tijdens het EK in Boedapest, eind vorig jaar. Volgende maand moet ze met Nederland tegen Turkije spelen. Foto TIBOR ILLYES / EPA

Prima diplomatiek overleg tussen Nederland en Turkije in het tafeltennis, als je de betrokkenen hoort. Achim Sialino, directeur tafeltennis bij de Nederlandse bond, spreekt herhaaldelijk over „onze Turkse vrienden”. En Ronald Kramer, voorzitter van de Europese tafeltennisunie, benadrukt de „perfecte sfeer” tussen de Nederlandse en de Turkse bond. „We gaan eruit komen.”

Wat is er aan de hand?

De Turkse en Nederlandse tafeltennisvrouwen spelen volgende maand een play-off voor kwalificatie voor de hoogste klasse bij het EK in september. Het eerste duel is 11 april in Istanbul, de return zeven dagen later in Schiedam. In die periode, op 16 april, vindt ook het Turks referendum over de grondwetswijzigingen plaats.

Bij de Nederlandse bond bestaan zorgen over de veiligheid van speelsters en begeleiders nu de verhoudingen tussen de landen op scherp staan. „Van de Turkse bond hebben we een e-mail ontvangen dat ze onze veiligheid garanderen. Dat is goed bedoeld en rustgevend”, zegt Sialino. Maar de toezegging volstaat niet, vindt hij. Hij wil niet dat er „over de rug van de sport een politiek statement” wordt gemaakt door de Turkse regering, zover zij dat van plan is voor het referendum.

De play-off, normaal een niemendalletje, is deze week opgeschaald tot een zaak van het hoogste bestuurlijke niveau. Ook voor het duel in Schiedam, met een grote Turks-Nederlandse gemeenschap in de regio, is de veiligheid punt van aandacht.

In een driehoeksoverleg via Skype spraken voorzitters van de Turkse bond, de Nederlandse bond en de Europese federatie – met de Nederlandse voorzitter Kramer – elkaar woensdagavond een uur. Vrijdagavond is er opnieuw overleg, Kramer verwacht dat er dan duidelijkheid komt.

Verzetten of verplaatsen?

De eerste optie is om de play-off te verzetten naar een datum later in het seizoen. Hierdoor zouden de gevoeligheden rond het Turkse referendum geen rol meer spelen.

Een tweede optie is om het duel in Istanbul – en eventueel ook dat in Schiedam – te verplaatsen naar een ander land dat onder auspiciën van de Europese federatie valt. Kramer schreef bonden in andere landen aan met de vraag of zij het duel eventueel willen onderbrengen. Hij heeft nog geen reactie gekregen.

Kramer begrijpt dat de Nederlandse tafeltennissers „in het huidige klimaat liever niet naar Turkije willen”. „Tegelijkertijd mag de sport niet geregeerd gaan worden door angst”, vindt hij. „Er werd letterlijk gezegd door de Turken: in Istanbul kan je als Nederlander rondlopen zonder dat er ook maar iets aan de hand is.” Annuleren van het duel is geen optie, zegt hij.

De vluchten voor het Nederlandse team moeten nog geboekt worden. De wedstrijd wordt in Istanbul in een sporthal gespeeld, dichtbij vliegveld Atatürk. Daar vond juni vorig jaar een grote aanslag plaats, waarbij zeker 45 mensen omkwamen.

Belangstelling is er nog nauwelijks. Er zijn tot dusver 25 kaartjes verkocht in Istanbul, zegt Sialino. De verwachting is dat er uiteindelijk 200 tot 400 toeschouwers zullen zijn.

Sportkoepel NOC*NSF heeft geen beleid op dit gebied, zegt woordvoerder Geert Slot. Bonden en sporters moeten hun eigen afweging maken en het reisadvies van Buitenlandse Zaken volgen. Dat werd vorige week gewijzigd. „Wees in heel Turkije alert en mijd samenscholingen en drukke plaatsen.” In een groot deel van het land zijn er „veiligheidsrisico’s”.

Door de spanningen en de vele aanslagen in Turkije zien ze bij NOC*NSF dat er „niet veel” sporttoernooien meer worden toegewezen aan Turkije, zegt Slot. Turkije is in de race voor het EK voetbal van 2024, de enige concurrent is Duitsland. De UEFA beslist hier september volgend jaar over.

Mountainbikers gaan niet

Vanwege de veiligheidssituatie besloot de Nederlandse wielerbond KNWU eerder deze maand geen deelnemers naar het EK mountainbike eind juli in de buurt van Istanbul te sturen. Het ging om twaalf renners, waaronder ook junioren, en vier begeleiders. „Je moet je afvragen: zou jij je zoon van zestien daar nu heen sturen?”, zegt bondscoach Gerben de Knegt. „Er waren er een hoop die zeiden: ik stuur mijn zoon niet. Of: ik zie het niet zo zitten.” Andere landen trokken zich ook terug, waaronder Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk.

Financiën speelden ook een rol. De Knegt vreesde dat gemaakte investeringen – zo’n 20.000 euro – voor niets zouden zijn als ze bij een mogelijk negatief reisadvies later besloten alsnog niet te gaan. „Er is niemand heel rouwig om dat we niet gaan.”

    • Steven Verseput