De romans moeten inschikken

Bestselleronderzoek Traditiegetrouw gaat in de Boekenweek, die zaterdag begint, de meeste aandacht uit naar Nederlandse romans en hun auteurs. Is dat niet gek? Want die boeken kopen we juist steeds minder.

Bent u van plan om tijdens de Boekenweek Je ziet mij nooit meer terug van Sonja Barend te gaan kopen? Goede kans dat u dan meewerkt aan een trend: een waargebeurd verhaal tot het bestverkochte boek van het jaar maken. We deden het de afgelopen drie jaar met Kieft van Michel van Egmond, Dit kan niet waar zijn van Joris Luyendijk en Judas van Astrid Holleeder.

Dat is een nieuwe ontwikkeling. Een blik op de top-100 die de stichting CPNB sinds 1997 jaarlijks samenstelt, leert dat we daarvoor vrijwel altijd een fictietitel als favoriet hadden: een spannend boek (John Grisham, J.K. Rowling, Stieg Larsson) of een tranentrekker (De vliegeraar, Haar naam was Sarah). Onze dieetoprispingen (Montignac, Sonja Bakker) en het Prisma woordenboek daargelaten.

Tekst gaat verder onder grafiek

Wat ook opvalt: het ging steeds om vertaalde fictie. Helaas voor de Nederlandse literatuur – die vanaf zaterdag centraal staat in de Boekenweek – stond er de afgelopen twintig jaar nooit een Nederlandse roman bovenaan. Sterker: alleen in 2006 en in 2011 haalde een Nederlandse roman de top-3 van bestverkochte boeken: Kluuns Komt een vrouw bij de dokter en Herman Kochs Zomerhuis met zwembad.

Lees ook: het vinden van die ene bestseller is altijd lastig: het is zoeken naar een speld in een hooiberg. Big data en algoritmes moeten worstsellers gaan voorkomen

Nederlandse non-fictie deed het beter. Geert Mak, Annejet van der Zijl, Youp van ’t Hek, Annegreet van Bergen en ook Pim Fortuyn haalden de top-3. Hiermee is niet gezegd dat we liever non-fictie lezen dan Nederlandse romans. De hitlijsten maken immers maar een klein deel uit van de totale boekverkoop, en deze CPNB-Top 100 bevat nauwelijks exacte verkoopcijfers. De sector maakt die alleen voor de drie populairste titels bekend, de rest gaat in cohorten. Maar wie een indruk wil krijgen van wat Nederlanders het liefst lezen, kan toch het een en ander afleiden.

Griet Op de Beeck

Bijvoorbeeld dat het aantal Nederlandstalige literaire romans dat de top-100 haalt, langzaam afneemt. 1999 en 2000 waren topjaren, met elk twintig titels. Het waren jaren waarin Harry Mulisch, Voskuil, Connie Palmen, Anna Enquist, Lulu Wang, Arnon Grunberg en Tessa de Loo prominent aanwezig waren. Ook 2006 was een goed jaar, met zeventien titels, onder meer van Kluun, Jan Siebelink, Heleen van Royen, Tommy Wieringa, Renate Dorrestein en wederom Grunberg.

Tekst gaat verder onder animatie

Daarna werd het minder, met in de crisisjaren 2012-2014 nog maar acht of negen titels. In 2015 leek er een opleving te ontstaan, met veertien vermeldingen, maar het afgelopen jaar zakte dit terug naar elf. Die elf titels waren slechts van acht verschillende auteurs. Griet Op de Beeck stond met drie titels in de lijst, Hendrik Groen met twee dagboeken. Volgens de rudimentaire verkoopcijfers waren deze twee auteurs goed voor meer dan de helft van de verkochte literaire Nederlandse romans.

Van de elf Nederlandse literaire werken in de top-100 van 2016 waren er zeven in dat jaar vers verschenen. De overige vier waren al eerder gepubliceerd: Pogingen iets van het leven te maken van Hendrik Groen, Kom hier dat ik u kus en Vele hemels boven de zevende van Griet Op de Beeck en Jij zegt het van Connie Palmen.

De koning van de Nederlandse literatuur in de top-100 is Arnon Grunberg, met veertien vermeldingen in de afgelopen twintig jaar, met negen verschillende titels. Aan zijn zijde vindt hij Anna Enquist, eveneens met veertien vermeldingen, maar dan van zeven titels. M. Vasalis (1909-1998) verdient ook een prijs, als enige auteur in twintig jaar die de lijst haalde met een dichtbundel.

Een exacte ranglijst van bestverkochte boeken in de afgelopen jaren is op basis van openbare data niet te geven. Wel is met behulp van de wekelijkse top-60’s die CPNB sinds 2003 publiceert, inzichtelijk te maken hoe lang een boek tot de bestverkopende behoorde. Ruim dertig titels slaagden erin langer dan twee jaar (vaak met onderbrekingen) in de top-60 te staan. De lijst wordt aangevoerd door Kluun met Komt een vrouw bij de dokter, gevolgd door Carlos Ruiz Zafón met De schaduw van de wind (210 weken). Kluuns boek heeft 216 weken, dus ruim vier jaar, in de top-60 gestaan. Toch nog een Nederlandse roman bovenaan een ranglijst.

DWDD-effect

Hoe hard helpt een literaire prijs bij de verkoop van een boek? Elk boek dat sinds 2003 de Libris Literatuurprijs kreeg toegekend, is in de top-60 terechtgekomen, maar het effect is wisselend. Abdelkader Benali heeft in 2003 veel gehad aan zijn prijs. Die hielp De langverwachte de weeklijsten in. Het boek bleef daar bijna een half jaar en bereikte de zevende plaats. Maar Yves Petry stond in 2011 maar twee weken in de lijst, na de bekroning van De maagd Marino, en kwam niet verder dan plaats 33.

De Librisprijs gaat sinds 2012 vooral naar boeken die toch al een groot publiek bereikten

Opvallend is dat de jury van de Librisprijs sinds 2012 vooral boeken kiest die toch al een groot publiek bereikten: Tonio (Van der Heijden), Dit zijn de namen (Wieringa), Ik kom terug (Adriaan van Dis) en Jij zegt het (Palmen) stonden toen ze de prijs kregen al in de top-4 van de weeklijst. Alleen La Superba (Pfeijffer) was in 2014 nog een nieuwkomer in de lijst.

Van Young-adult tot sportboeken welke boeken tippen de genrelezers?

Ook de AKO-Literatuurprijs hielp een boek vooruit. David Van Reybrouck brak met zijn prijs voor Congo in 2010 door bij een groot publiek. Hij bleef 31 weken in de top-60 en bereikte de tweede plaats. Zijn opvolger Marente de Moor had eveneens veel aan de prijs. Daarna werd het effect kleiner. Peter Terrin en Joke van Leeuwen stonden maar kort tussen de wekelijkse bestsellers en haalden de top-100 aan het eind van het jaar niet. De winnaar van vorig jaar (de prijs heet inmiddels ECI-literatuurprijs), Martin Michael Driessen met Rivieren, heeft de top-60 niet bereikt. Dat was voor het eerst.

Tekst gaat verder onder grafiek

„Ik ben liever Boek van de Maand bij De Wereld Draait Door dan dat ik op de shortlist van een literaire prijs terechtkom”, hoor je schrijvers tegenwoordig wel zeggen. Misschien hebben ze geen ongelijk, los van het prijzengeld. Het DWDD-panel ‘maakt’ een boek. Van de 31 werken die als Boek van de Maand naar voren werden geschoven, haalden er 28 de top-60, meestal vanuit het niets. Slechts vier titels stonden vooraf al in de hitlijst. De gekozen titels bereikten ook nog eens een hoge score: gemiddeld was de hoogste positie waar ze terechtkwamen de twaalfde plaats. Maar zaligmakend is de verkiezing nu ook weer niet. Van de 31 titels bereikten er twaalf de jaarlijsten, minder dan de helft. Er blijft dus hoop voor de niet-uitverkorenen.


    • Hanneke Chin-A-Fo
    • Toef Jaeger