Opinie

    • Frits Abrahams

Breslin fileert Trump vroeg

Jimmy Breslin, de onlangs gestorven columnist uit New York over wie ik gisteren schreef, was als criticus van Donald Trump zijn tijd ver vooruit. Toen de media nog in katzwijm lagen van ontzag voor de zakenman Trump, schreef Breslin al woedende columns tegen hem. „Hij is de beste bluffer van zijn tijd”, concludeerde hij in een column uit 1988 (!) in de krant Newsday.

Breslin begint deze column met de beschrijving van enkele schamele appartementen bij Central Park, die Trump voor belachelijk hoge prijzen wil verkopen. Als je in zulke flats rondloopt en de prijzen hoort, schrijft Breslin, dan krijg je een betere kijk op wie hij is dan uit de media. Hij wijst erop dat Trump het meeste geld verdient met een casino in Atlantic City, waar zielige pensionado’s, maffiosi en cocaïnedealers louche gokspelletjes spelen. „Maar op Manhattan loopt hij rond als een magnaat. Gisteren kocht hij een luchtvaartmaatschapij.”

Wat Breslin mogelijk nog meer ergert dan Trump zelf, is de onderdanige houding van de pers tegenover hem. Breslin spreekt van de „schoenpoetsjongens van de pers”. „Trumps instinct zegt hem dat mensen al bij het eerste teken van bravoure overstag gaan, vooral mensen van de media – wat het meervoud is van middelmaat.”

In columns voor Newsday in 1989 en 1990 verscherpt Breslin zijn kritiek, zowel op Trump als op de media. In 1990 verkeert Trump in grote financiële problemen, de banken willen hun geld terug. Breslin beziet het spektakel sceptisch. „Ik denk dat het tijdelijk zal zijn en dat Trump, in welke staat van faillissement hij nu ook verkeert, zal terugkomen. Ik leg u uit waarom.”

Breslin verwijst naar het credo van een collega, ene Bill Corum, die de volgende ‘wet van Corum’ had bedacht voor het wedden op paarden: „A sucker has to get screwed.” De schlemielen die moesten worden belazerd, waren volgens Breslin de verslaggevers en de financiële deskundigen.

Er waren dagen waarop Trump met vijf verhalen in de kranten stond, waarna ’s avonds de tv volgde. Eerst had Breslin zich afgevraagd of zijn collega’s er misschien voor werden betaald, maar toen moest hij vaststellen dat de waarheid schrijnender was: ze deden het voor niks!

Breslin: „Het schandaal van de journalistiek in onze tijd is dat de ethiek is ingezakt naar het punt waarop Donald Trump verslaggevers van deze stad heeft ingepalmd met de kunst van het terugbellen.

„Trump kocht verslaggevers, van ochtendkranten tot het avondnieuws, door twee minuten aan de telefoon te hangen. ‘Ik heb net met Donald gebeld!’, hoorde ik iemand zeggen op de plek waar ik werk. Iemand van The Times vertelde me dat de verslaggevers er bijna dagelijks enthousiast roepen: ‘Donald belde!’ Een vriend van NBC zei me: ‘Ik moet ophangen, Donald zit op de andere lijn.’”

Donald Trump, concludeerde Breslin al in 1990 cynisch, brengt de helft van zijn tijd aan de telefoon door met verslaggevers en redacteuren: „Hij bezit de nieuwsbusiness.” Op die manier, aldus Breslin, verspreidde Trump – ook via boeken – zijn illusies, van journalist tot bankier.

Breslin doorzag Trump in een vroeg stadium. Buitengewoon knap. Bij zijn kritiek op de media moet ik denken aan de manier waarop veel Nederlandse media plat gaan voor politieke spookrijders als Wilders en Baudet.

    • Frits Abrahams