Opinie

Het boekenvak is springlevend, ook met dank aan de televisie

De televisie maakt het boek. Wie het ‘Boek van de maand’ wordt in het boekverkoperspanel van De Wereld Draait Door heeft een fantastische kans om vervolgens in de top-60 van de meest verkochte boeken terecht te komen.

Wat dat betreft zijn de rollen de afgelopen decennia omgedraaid. Langer geleden gebruikte de televisie de inhoud van boeken als basis voor tv-drama, nu is de tv een springplank voor nieuwe auteurs. En is aandacht op tv ook een argument voor een recensie in de krant.

De macht van Dwdd is een van de opvallende uitkomsten van NRC onderzoek naar het moderne boekenvak. Wat is er de afgelopen twintig jaar veranderd én gelijk gebleven in het koop- en leesgedrag van Nederlanders? Het goede nieuws voorafgaand aan de Boekenweek die zaterdag begint is: het boekenvak is springlevend. De diversiteit van de boeken die op de markt komen én gekocht worden is gigantisch. Je ziet de voorkeuren en de smaak de afgelopen twintig jaar wel veranderen. De laatste drie jaar zijn het bijvoorbeeld steevast literaire non-fictieboeken die nummer één staan op de beststellerslijst. Kieft (Michel van Egmond). Dit kan niet waar zijn (Joris Luyendijk). Judas (Astrid Holleerder). Wat ook opvalt is dat in deze rangorde het Nederlandse literaire roman de race niet kan bijhouden. Vertaalde fictie zet de toon. De plaats op de bestsellerlijst zegt echter niet alles over de kwaliteit van een boek. Het is dus onzin om de lagere klassering gelijk te stellen aan verschraling van het aanbod of de inhoud. Het zegt wel dat literaire uitgevers en hun auteurs hun werk en hun bestaan niet meer als vanzelfsprekend mogen zien. De concurrentie is immens, juist ook van andere vormen van tijdsbesteding. De grootste concurrent van het boek is niet een ander boek in een ander genre, maar Netflix.

Innovaties, zoals e-books en alles-lezen-voor-een vaste-prijs (Kobo Plus), zijn onmisbaar voor de uitgevers. Dat laat onverlet dat het uitgeven van boeken, net als andere cultuurdragers en kunsten, een hoge mate van economische onvoorspelbaarheid heeft. Sommige uitgevers nemen zich voor om op basis van onderzoek naar de kenmerken van mislukkingen de publicatie van flops te minimaliseren. Bestsellers zijn lastig te voorspellen, zeker nu de lezer, net als de burger, niet meer trouw is aan zijn of haar lievelingsauteur, of politicus of tv-progrmma. Worstsellers voorkomen is een interessant concept. Maar of het zal werken? En of de lezer het resultaat van deze innovatie zal appreciëren is de vraag. Het onvoorspelbare, top of flop, is de charme voor de uitgever en voor de lezer.