Recensie

Bob Dylan zingt alleen liedjes waar hij zelf zin in heeft

Bob Dylan Liever dan zijn klassiekers zingt Bob Dylan nummers uit The Great American Songbook. Op het driedubbelalbum Triplicate graaft hij dieper in de artistieke erfenis van Frank Sinatra.

Foto William Claxton

„Happy Birthday Mr. Frank!” Op 14 december 1995 zong Bob Dylan zijn lied ‘Restless Farewell’ tijdens de galavoorstelling ter ere van Frank Sinatra’s tachtigste verjaardag. Dylan klonk fragiel en timide, in het bijzijn van The Voice, die op dat moment zelf niet meer bij machte was om te zingen. Na Dylans verjaardagswens – meer woorden dan His Bobness bij menig concert heeft gesproken – zoomde de camera in op een stoïcijnse Sinatra die wel applaudisseerde, maar weinig vertrouwen leek te hebben in Dylans goede bedoelingen. Als er een estafettestokje zou zijn geweest van Frank Sinatra’s muzikale erfenis, dan zou Mr. Frank het die avond stevig in eigen hand hebben gehouden.

Op de grafsteen van Frank Sinatra (1915-1998) in het Desert Memorial Park bij Palm Springs, Californië staat behalve Beloved Husband & Father de inscriptie The Best Is Yet To Come. Liefhebbers van The Great American Songbook herkennen de titel van de lied dat Sinatra in 1964 opnam voor zijn album It Might As Well Be Swing, met het orkest van Count Basie . ‘The Best is Yet to Come’ was het laatste lied dat Frank Sinatra ooit op een concertpodium zong, op 25 februari 1995 in Palm Desert.

Luister exclusief bij NRC naar een voorproefje van ‘Triplicate’: de nieuwe Bob Dylan

Bob Dylan (75) heeft waarschijnlijk nooit de illusie gekoesterd dat hij het estafettestokje van Frank Sinatra kon overnemen. Ze leefden in andere werelden: Dylan in de smoezelige underground van protestsong en tegencultuur, Sinatra in de luxueuze omgeving van showbusiness en golftoernooien. Dylan was de messcherpe chroniqueur van zijn tijd, die in 2016 de Nobelprijs voor de Literatuur zou winnen wegens de poëtische expressie die hij bracht in de Amerikaanse songtraditie. Sinatra was The Voice, de weergaloze zanger met onnavolgbare timing die al zijn emotie kwijt kon in songs die door anderen werden geschreven.

Muziek uit zijn jeugd

En toch bewaarde Bob Dylan al die tijd een diepe liefde voor de artistieke waarden die Frank Sinatra belichaamde. In zijn boek Chronicles en in de radioserie Theme Time Radio Hour, die hij in de jaren 2006-2009 presenteerde, liet Dylan blijken hoe hij de muziek uit zijn jeugd in de jaren veertig en vijftig koestert en bij zich draagt. Bigbandmuziek, western swing en de popsongs uit die tijd waren cruciaal bij zijn muzikale ontwikkeling, net zoals blues en country.

Is het jammer, dat de Nobelprijswinnaar geen nieuwe nummers meer schrijft?

De laatste twintig jaar kregen die oude stijlen in toenemende mate een plek in zijn eigen muziek, vanaf het album Time Out Of Mind dat door velen als een artistieke renaissance werd gezien. Sinds Tempest uit 2012, zijn laatste album met eigen materiaal, legt Dylan zich toe op songs die op enige manier in verband staan met het repertoire, de tijd, de sfeer en de invloed van Frank Sinatra.

Na Shadows In The Night (2015) en Fallen Angels is er nu Triplicate (‘drievoudig’), drie platen met telkens tien songs uit de jaren 20 tot 60 van de vorige eeuw. Ze zijn thematisch gerangschikt onder de subtitels ‘Til The Sun Goes Down, Devil Dolls en Comin’ Home Late. Ze gaan over ouder worden, winst en verlies in de liefde en nostalgie naar betere of andere tijden. Uit zijn vertolkingen van ‘The September of my Years’ en ‘That Old Feeling’ wordt duidelijk dat Bob Dylan zich meer dan oppervlakkig bezighoudt met de vergankelijkheid van leven en liefdes.

‘These Foolish Things’ en ‘Sentimental Journey’ hunkeren naar vervlogen tijden. Als sleutelnummer van het album dient ‘The Best is Yet to Come’, de link met Sinatra en het beste bewijs dat Dylan nog iets toe te voegen heeft aan muziek uit de prehistorie van de huidige popcultuur.

Geen Caruso

Een Caruso is hij nog steeds niet. Als zanger heeft Bob Dylan leren omgaan met zijn beperkingen, nu hij zich waagt aan materiaal dat toebehoort aan grote vocalisten als Billie Holiday, Bing Crosby, Tony Bennett en Frank Sinatra. Dylans ‘Stormy Weather’ is een luchtige countryshuffle met steelgitaar, zoals de pedal steel in meer gevallen de plek inneemt van het orkest uit de originelen. De muzikanten van zijn podiumband geven de nummers een natuurlijke flow, van het uit de film Casablanca (1942) afkomstige ‘As Time Goes By’ („You must remember this: a kiss is still a kiss”) tot de luchtige swing van het in 1956 door Sinatra opgenomen ‘There’s a Flaw in my Flue’ (vrij vertaald: ‘Er zit een scheur in mijn schoorsteen’). Een noveltysong, want Sinatra was niet vies van trends in de popmuziek.

Dylans stem schuurt en kraakt binnen de perken. Producer Jack Frost (Bob Dylan zelf) heeft de ruwe randjes weggepoetst. Triplicate doet geen poging om His Bobness op een voetstuk te hijsen als een van de grootste vocalisten ter wereld. Het album onderstreept wat recente concerten lieten zien, namelijk dat Dylan geen zin meer heeft in de herhaling van zijn zelfgeschreven popklassiekers en dat hij veel meer plezier beleeft aan het vertolken van zijn geliefde Sinatrasongs.

Triplicate is zijn hoogstpersoonlijke visie op The Great American Songbook. Dylan covert niet, zegt hij in een persbericht, hij uncovert. „Mijn band en ik tillen deze songs uit het graf en laten ze het daglicht zien.”

The Times They Are A-changin’

Is het jammer, dat de Nobelprijswinnaar en de grootste popdichter van de afgelopen 55 jaar geen nieuwe nummers meer schrijft? Natuurlijk. Maar Dylan is er de artiest niet naar om de diepste wensen van zijn fans te vervullen. Al sinds de jaren zestig heeft hij een haat-liefdeverhouding met zijn publiek.

Aan de ene kant is hij de ‘song and dance man’ met muziek die hem door de aderen vloeit op een Never Ending Tour. Aan de andere kant heeft hij een uitgesproken hekel aan mensen die meer diepgang en mystiek in zijn teksten wensen te zien dan hij er zelf ingestopt heeft. Vooral als ze op de eerste rijen bij zijn concerten zitten en roepen om liefst zo obscuur mogelijke verzoeknummers.

De enige verzoeknummers die Bob Dylan nog speelt zijn de songs die hij zelf het liefste wil horen. Daarom keert hij terug naar Hoagy Carmichaels ‘Stardust’ (1927) en Irving Berlins ‘How Deep is the Ocean’ (’32). Muziek van een generatie die stilletjes aan het uitsterven is en die niet meer roept om verzoekjes. Songs uit de tijd dat musicals nog Musicals waren en Bing Crosby, Marlene Dietrich en Doris Day schitterden op het witte doek.

Triplicate brengt een groot eerbetoon aan filmcomponist en songschrijver Jimmy Van Heusen die, al of niet in Sinatra’s favoriete combinatie met tekstschrijver Sammy Cahn, zeven van de dertig liedjes leverde. Het weemoedige ‘But Beautiful’ werd recentelijk nog vertolkt door Lady Gaga met Tony Bennett, aan wie het lied sinds 1947 toebehoort. Net als Bennett en Gaga zet het Dylan aan het mijmeren over het gevaar dat op de loer ligt in de liefde. Gevaarlijk, maar mooi. Een kus is nog steeds een kus. Was dit niet de man die ‘The Times They Are A-changin’’ zong, en ‘Blowin’ in the Wind’?

Dylan als crooner, het went nooit. En toch valt er uitstekend mee te leven. Triplicate is een met liefde gemaakt album vol tijdloze liedjes. Het is niet ieders favoriete Bob Dylan, maar het is de enige die we hebben.