‘Architectuur moet voor mensen een ervaring zijn’

Architectenbureau RCR

In de architectuurwereld werd verbaasd gereageerd toen het Spaanse RCR de Pritzker Prize won, de belangrijkste internationale architectuurprijs. „Je kunt veel zeggen met kleine projecten.”

De gevel van restaurant Les Cols in Olot, Girona Foto Eugeni Pons

Op het bed na is alles in deze hotelkamer van glas. De verhoogde vloer, de muren, het plafond. Het water van de douche valt in een bak met kiezels; je kunt je ook laten zakken in een Japans aandoend verzonken bad. Privacy heb je dankzij een omheining van blauwgroene palen die samen een bamboebos suggereren. Als we ’s avonds in de kamer terugkomen branden er op het glazen terras twee olielampjes waarvan de vlammen in al die spiegelende oppervlaktes worden weerkaatst – een feëriek effect met minimale middelen.

Het is hier luxe en ascetisch tegelijk. Je kunt nergens zitten behalve op het bed, er is nauwelijks plek voor koffers, maar ach, dat zijn details: de ervaring is onvergetelijk. Ingetogen én radicaal: ik zal het in meer van hun gebouwen tegenkomen, zoals de ondergrondse wijngaard Bell-Lloc in Palamós en het interieur van het nieuwe restaurant in Barcelona van Albert Adria, Enigma.

Het glazen hotel in Olot, een plaatsje aan de voet van de Pyreneeën in het vulkanische binnenland van Catalonië, was mijn eerste kennismaking met het werk van Rafael Aranda, Carmen Pigem en Ramon Vilalta. Alle drie komen ze uit Olot en daar richtten ze in 1988 hun bureau RCR op. Ze zitten er nog steeds, op veilige afstand van de ratrace van Barcelona. „Ook toen de architectuur in Barcelona enorm in de lift zat door de Olympische Spelen van 1992, besloten we hier in alle rust en concentratie door te werken”, zegt Rafael Aranda in een gesprek in hun grote gezamenlijke werkruimte. Ze werken aan alle projecten samen, hebben allemaal in alles inbreng – een vorm van gedeelde creativiteit die Aranda vergelijkt met die van een jazztrio.

Restaurant Les Cols in Olot, Girona. Foto Hisao Suzuki

Opgetrokken wenkbrauwen

Onlangs werd hun werk bekroond met de Amerikaanse Pritzker Prize, de belangrijkste internationale architectuurprijs waaraan een bedrag van 100.000 dollar is verbonden. Het is de eerste keer dat de prijs naar een team van drie gaat, en het is de tweede keer dat een Spaans bureau die krijgt. Carmen Pigem is pas de derde vrouwelijke laureaat sinds de prijs in 1979 werd ingesteld.

De gevel van restaurant Les Cols in Olot, Girona. Foto Eugeni Pons

De reactie in de vakwereld was een van opgetrokken wenkbrauwen en de vraag: „Wie?” Want RCR heeft vooral in Spanje gebouwd. Pas de laatste tien jaar gaan ze de grens over, met een aantal projecten in Frankrijk zoals een museum, een school en een particulier woonhuis, een project voor een school in Dubai, en een crematorium in België. Tien dagen na het nieuws over de Pritzker ging weer een nieuw project in België open, een bibliotheek in Gent.

Dat dit bureau deze prijs krijgt, zegt veel over de kentering in de waardering van architectuur. De naam die vaak werd genoemd dit jaar was de jonge Deen Bjarke Ingels, die als de jongste loot aan de stam van de starchitects de wereld stormenderhand heeft veroverd met zijn ‘pragmatische optimisme’. Ingels, die binnenkort begint met zijn eerste gebouw in Nederland, ontwerpt uitbundige creaties die als mediamagneten werken en overal waar ze staan, de skyline domineren.

Maar de jury besloot de andere kant uit te gaan, en bekroonde het „tijdloos en poëtisch werk zonder compromissen” van de Catalanen. In een tijd waarin steeds meer mensen vrezen dat globalisering ten koste gaat van het eigene, laat het werk van RCR zien dat lokaal niet provinciaal hoeft te zijn. „Het is goed om zowel wortels als vleugels te hebben”, zegt Aranda. „Als architecten zoeken wij universele antwoorden vanuit het lokale.”

Stoffen pantoffels

De studio van RCR zit in een zestiende-eeuwse smidse. Tussen deze dikke stenen muren zijn in de loop der eeuwen talloze kerkklokken gegoten. De sfeer heeft iets sacraals: iedereen die daar werkt loopt op dezelfde stoffen pantoffels, en je gaat er vanzelf fluisteren. De verzonken vergaderzaal, met een reusachtige lange metalen tafel die op en neer kan bewegen, heet het ‘Paviljoen der dromen’.

Hoezeer zij inzetten op de architectuur als een ervaring, is zelfs op het toilet te zien: een medewerker gaat mij voor om te laten zien dat je met je hand langs de sensor moet om de wc-pot uit de wand te laten klappen en daarna weer in. „Mensen moeten in architectuur iets ervaren”, zegt Aranda met voelbare passie. „De vorm, de materialen, dat zijn middelen om die ervaring op te roepen. Wij zijn niet in spektakel geïnteresseerd, maar in dat wat onze gebouwen bij de gebruiker en de bezoeker teweegbrengen.”

De ondergrondse wijngaard Bell-Lloc in Palamós. Foto Hisao Suzuki

Hier is ook hun voorliefde te zien voor stoere natuurlijke materialen als steen en cortenstaal, maar ook voor lamellen die een zachte, dubbelzinnige overgangszone creëren tussen binnen en buiten. Op de wijngaard Bell-Lloc, in Palamós aan de kust boven Barcelona, is het pad dat naar de onderaardse ruimten leidt aan weerskanten afgezet met cortenstalen lamellen. Ze zijn van sloopschepen gerecycled, op sommige staan nog namen en nummers gestencild.

Binnen word ik in het schemerduister langs de vaten gevoerd, langs de smalle hoge schappen vol flessen en langs het auditorium, waar lichtstrepen op de grond vallen via hoge trechters op het land boven ons hoofd. Het is een sterke zintuiglijke ervaring – en dan moet de proeverij nog beginnen.

Deze prijs heeft RCR uit zijn zorgvuldig gekoesterde isolement gehaald. Zal er nu iets voor hen veranderen? Rafael Aranda moet even nadenken. „Hiermee bereiken we veel mensen die zien dat je niet de hele wereld over hoeft te vliegen om goede architectuur te maken. Je kunt veel zeggen met kleine projecten. Ik hoop dat deze prijs ons niet méér projecten brengt, maar juist de vrijheid om minder te doen met meer intensiteit en diepgang.”

Bekijk een video-impressie van het werk van RCR Arquitectes:

    • Tracy Metz