Turks referendum

Turkije stuurt geen regeringsleden meer naar Duitsland voor campagnebezoeken

In Duitsland is opgelucht gereageerd op het bericht dat er geen leden van de Turkse regering meer naar Duitsland komen om campagne te voeren. De kwestie heeft de relatie tussen de twee landen zwaar onder druk gezet, al is het niet gekomen tot een directe confrontatie zoals in Nederland.

Het kantoor dat de activiteiten van de AK-partij van president Erdogan in Europa coördineert, maakte dinsdag in Keulen bekend dat Ankara tot het referendum van 16 april geen regeringsleden meer in Duitsland campagne zal laten voeren. SPD-leider Martin Schulz noemde dat „een teken van redelijkheid”. De binnenlandwoordvoerder van de CSU in de Bondsdag zag er „een eerste signaal van ontspanning en de-escalatie” in.

Veel Duitse media oordelen dat de Turkse president, die Duitsland nog maar een paar dagen geleden nazimethoden verweet, nu heeft ingebonden. „Erdogan fluit zijn campagnevoerders terug”, kopt Die Welt woensdag op de voorpagina. Maar Bild vraagt zich af: „Laat Erdogan ons nu werkelijk met rust?”

Onduidelijk is wat Ankara heeft doen afzien van nieuwe optredens in Duitsland. Ook al omdat in Ankara zelf niets bekend is gemaakt over het afblazen van de campagne in het buitenland. Via de volksstemming hoopt Erdogan de presidentiële macht uit te breiden.

In Duitsland is gesuggereerd dat de nazivergelijkingen van Erdogan niet alleen strafbaar zijn, maar ook tot tegenmaatregelen kunnen leiden. Berlijn zou kunnen verhinderen dat Turken in Duitsland kunnen stemmen. Dit weekeinde gaan de stembussen voor Turken in Duitsland open. Het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken zei dinsdag tevreden dat dit nu hopelijk in alle rust kan plaatsvinden.

Erdogan noemde de EU dinsdag nog ‘fascistisch’, en zei dat zijn regering na het referendum zal overwegen de relatie met de EU te herzien. Duitsland noemde hij niet.

Over nieuwe campagnebezoeken aan Nederland is niets bekend.

    • Juurd Eijsvoogel