Te creatieve boekhouder

Samen met zijn vrouw had de boekhouder een administratie- en belastingadvieskantoor aan huis. Met grote regelmaat gingen zij samen uit eten in restaurants van cliënten. Volgens de boekhouder om zaken te bespreken, maar de post ‘verkoopkosten’ in zijn boekhouding was zo hoog, dat deze argwaan wekte bij de belastinginspecteur. Bij een boekenonderzoek bleek dat de bijna 14.000 euro aan verkoopkosten enkel bestond uit diners bij steeds dezelfde restaurants. De bonnetjes waren er, maar verdere administratie over het zakelijk karakter van de etentjes ontbrak.

De inspecteur bestempelde het merendeel als privé-uitgaven en stond slechts toe dat de man een kwart van de kosten als aftrekpost opvoerde. De rechtbank Zeeland-West-Brabant en het hof Den Bosch geven de inspecteur gelijk. Nergens is terug te vinden met welke cliënten werd gegeten en welke zakelijke onderwerpen zijn besproken.

De boekhouder beroept zich nog op een bepaling in de Wet inkomstenbelasting, dat voedsel, drank en genotmiddelen voor 90 procent in aanmerking kunnen komen voor aftrek, maar ook dat gaat niet op. Dit verzoek had al bij de aangifte moeten worden ingediend. De uitgaven die na het onderzoek als zakelijk zijn aangemerkt zijn zo laag, dat hij er minder aan overhoudt dan in het voorstel van de inspecteur. De boekhouder moet zijn eigen etentjes betalen.

www.rechtspraak.nl ECLI:NL:GHSHE:2017:79
    • Nelleke Koops