Opinie

    • Alfred Pijpers

Stervenshulp bij voltooid leven is in buitenland moord

Stervenshulp bij ‘voltooid leven’ kan bij een kabinetsformatie een breekpunt worden. VVD en D66 moeten eens naar het buitenland kijken, schrijft

. „Daar wijzen ze het compleet af.”

De klassieke middenpartijen VVD, D66 en CDA zullen elkaar wel weten te vinden tijdens de kabinetsformatie. Maar één kwestie kan toch voor complicaties zorgen: de dood op verzoek bij ‘voltooid leven’. Het liberale primaat van de individuele zelfbeschikking botst hier met de fundamentele staatkundige plicht tot levensbescherming. Een compromis is dan niet eenvoudig.

Ondanks een terughoudend advies van de commissie-Schnabel heeft het (nu demissionaire) kabinet-Rutte een apart wettelijk kader bepleit dat ruimte schept om oudere maar in principe gezonde mensen te doden, als die daar toestemming voor geven. Uit te voeren door stervenshulpverleners. Een meerderheid in de Tweede Kamer ging op 26 oktober vlot akkoord met dit voornemen. Alsof het de griepprik betreft.

Het Kamerlid Pia Dijkstra (D66) heeft inmiddels een compleet initiatief-wetsvoorstel ingediend met een soortgelijke strekking. Het CDA heeft al aangegeven niet te zullen meewerken aan dit initiatief. Voor de ChristenUnie – theoretisch een vierde coalitiepartner – is dit wetsvoorstel zelfs een breekpunt.

Zo op het oog lijken de christelijke partijen hier een achterhoedegevecht te leveren. Dat wordt echter heel anders wanneer we de blik over de grens werpen. Nergens ter wereld wordt namelijk op regeringsniveau wetgeving overwogen die het mogelijk maakt om zonder medische indicatie dodelijke middelen toe te dienen aan ouderen die hun leven voltooid achten. Stervenshulpverleners met een licence to kill vormen een splinternieuwe beroepsgroep binnen de westerse beschaving.

Net zoals twintig jaar geleden in de aanloop tot de euthanasiewet (van Els Borst), wordt ook nu nauwelijks acht geslagen op de buitenlandse denkbeelden over dit thema. De commissie-Schnabel geeft wel een overzicht van de praktijk in andere landen, maar verbindt daar verder geen conclusies aan.

Merkwaardig voor een land dat prat gaat op zijn brede internationale oriëntatie. Onze beleidskeuzes op gebieden als energie, handel, klimaat, vluchtelingen, mensenrechten etc. worden altijd expliciet gefundeerd in internationale en Europese verdragen. Het kabinet-Rutte zweert bij open grenzen en Europese waarden. Maar niet als het levenseinde ter sprake komt. Dan verschanst het Bataafse volk zich achter de opgehoogde dijken, in de prettige veronderstelling dat het menswaardiger, beschaafder en barmhartiger is dan de overige 192 lidstaten van de Verenigde Naties.

Dat is echter een illusie. Alleen in België, Luxemburg en een paar Amerikaanse deelstaten gelden vergelijkbare regels voor euthanasie als in Nederland. En met name Zwitserland loopt voorop inzake hulp bij zelfdoding. Ondanks heftige discussies in de afgelopen jaren hebben landen als Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk hun desbetreffende wetgeving niet ingrijpend verruimd.

In Duitsland wordt al jaren met de nodige ontzetting gekeken naar de Nederlandse praktijk, ook door de vooruitstrevende Grünen. In Engeland staat euthanasie, in welke vorm ook, te boek als moord of doodslag. Legalisering van hulp bij zelfdoding werd in 2015 door het Lagerhuis in grote meerderheid verworpen.

De socialistische Franse president Hollande heeft zijn verkiezingsbeloftes op dit gebied eveneens teruggedraaid. De door hem gelanceerde wetswijziging gaat over het recht op palliatieve sedatie, niet over de legalisering van vrijwillige euthanasie. Presidentskandidaat Fillon is zo mogelijk nog conservatiever. Als premier onder president Sarkozy blokkeerde hij al iedere vooruitgang. De progressieve kanshebber Macron mijdt het onderwerp. Over de Zuid- en Oost-Europese lidstaten van de EU zullen we maar zwijgen.

In Canada is vorig jaar juni een nieuwe euthanasiewet aangenomen, maar premier Trudeau heeft er op toegezien dat het medisch toetsbare criterium ‘terminaal’ gehandhaafd bleef in de tekst. De opvattingen over het levenseinde van deze progressieve liberaal liggen veel dichter bij het CDA dan bij VVD of D66.

In ieder geval is het een beetje vreemd dat Alexander Pechtold stervenshulp bij voltooid leven in het NOS-journaal een kwestie van „beschaving” noemt, terwijl tegelijkertijd datzelfde beschavingswerk door veel van zijn liberale vrienden in de wereld als volstrekt verwerpelijk zo niet misdadig wordt beschouwd.

De Nederlandse blik moet dus buitengaats, de polderdijken voorbij. Niet om tegenover de buitenwacht verantwoording af te leggen over onze democratische eigenaardigheden, of om Europese regels te bepleiten – Brussel is op dit terrein niet bevoegd – maar om het gesloten circuit van de Hollandse moraal open te gooien.

    • Alfred Pijpers