Relletjes in de Kamer? ‘Er komen er méér’

Volksvertegenwoordiging

Nederland heeft vanaf vandaag een nieuwe Tweede Kamer. De ervaren Kamerleden verwachten de komende jaren meer incidentjes en gezochte sensatie.

Foto Jerry Lampen/ANP

Omringd door televisiecamera’s kwam Thierry Baudet als net gekozen Tweede Kamerlid het Binnenhof op, een dag na de verkiezingen. En alles wat hij zei, trok aandacht: zijn idee van een zakenkabinet, de inschatting dat het IQ van zijn Forum voor Democratie-kandidatenlijst „anderhalf tot twee keer zo hoog” was als dat van andere partijen, zijn weigering om achter de PVV te zitten in de plenaire zaal.

De afgelopen jaren had je al PVV’ers met scherpe uitspraken, de twee ex-PvdA’ers van Denk die met ruzies, harde uithalen en verdachtmakingen media-aandacht trokken, er waren de ruzies bij 50Plus en de opvallende, lang niet altijd handige optredens van Henk Krol.

Lees ook: Dit zijn de nieuwe leden van de Tweede Kamer

Bij veel van de ervaren Tweede Kamerleden is er weinig twijfel over: de komende jaren zullen ze alleen nog maar méér incidentjes, relletjes en gezochte sensatie gaan meemaken. Vanaf deze donderdag zitten er op de blauwe bankjes van de Tweede Kamer drie mensen van Denk, bij de PVV zijn er vijf bijgekomen, 50Plus ging van twee naar vier en nieuw is Forum voor Democratie, met twee mensen.

Hoe moet je daar op reageren als je jezelf ziet als een ander soort parlementariër: gericht op samenwerking en compromissen als het moet, rustig en degelijk? En hoe voorkom je dat jij dan minder media-aandacht krijgt?

Tweede Kamerlid Anne Mulder (VVD) vindt dat je het net zo goed kunt omdraaien: „Hoe houden die partijen zich staande tussen ons? Uiteindelijk moet je wat presteren hier.” Maar verder? „Ik zit hier en heb te dealen met de collega’s die mij op democratische wijze zijn verschaft. Over hen heen kijk ik naar hun kiezers: welke zorgen hebben die mensen en kan ik die oplossen?”

„Ik lig niet op piano’s en zo”, zegt D66-Kamerlid Paul van Meenen. „Ik moet dus aandacht zien te trekken met mijn inhoudelijke standpunten. Soms is dat ingewikkeld.”

Lees ook: Drie gesprekken met nieuwelingen in de Tweede Kamer: ‘Het is hier één groot doolhof’

In de verkiezingscampagne had Van Meenen een debat met Theo Hiddema, nummer twee op de kandidatenlijst van de partij Forum voor Democratie en nu Tweede Kamerlid. „Die man”, zegt Van Meenen, „heeft geen idee waar zijn partij voor staat. Hij stond briefjes voor te lezen van dingen die Thierry Baudet een keer had gezegd of geschreven.”

Van Meenen grinnikt. „Dat kan dus nog wat worden in de Tweede Kamer.”

Maar hij kijkt ernaar uit, zegt hij ook, om collega’s als Baudet, Kuzu of Wilders „stevig weerwerk” te geven. „We zullen hen bestrijden op inhoud én emotie.”

Als Baudet kritisch is over Europa, zegt Tweede Kamerlid Joël Voordewind (ChristenUnie), zal de ChristenUnie misschien „samen met hem optrekken”. „En waar hij dan verder mee komt aan stunts, wachten we wel af. Ik zie er niet tegenop. Het is juist wel goed, het geeft ook kleur aan de democratie.”

De ChristenUnie zal volgens Voordewind niet méédoen als andere partijen nog weer radicaler of opvallender proberen te zijn. Hij noemt de SGP – die met een manifest kwam over de islam. „Zij vinden dat er minder islam moet zijn in Nederland, de ChristenUnie gaat niet mee in dat verhaal, wij zijn voor godsdienstvrijheid.”

Maar de ChristenUnie wil natuurlijk ook niet saai zijn. Voordewind begint over de rap die zijn partij had gemaakt voor de afgelopen verkiezingscampagne: Ik zie je staan. „Over het omzien naar je naaste. We proberen altijd ook met iets luchtigs te komen.”

Zo denkt Tweede Kamerlid Sadet Karabulut (SP) niet. Zij zal, zegt ze, doorgaan met heel hard en heel serieus werken: „Back to basics. Het gaat om de band met de organisaties, de samenleving zelf, die we van onderop moeten herstellen. Dat is één van de antwoorden op het populisme.”

En als ze daar weinig aandacht mee krijgt? Karabulut zucht. „Ik vind niet dat we ons daarnaar moeten schikken. Je kiest je eigen stijl voor je politieke boodschap. Misschien niet heel hyperig en dagelijks, alsof je een BN’er bent. Het gaat erom dat we ons werk doen en bij een deel van de bevolking is daar ook veel behoefte aan.”

    • Petra de Koning