Regionaal openbaar vervoer krijgt weer hoger cijfer

Ruim 85 procent van de ondervraagde reizigers geeft het vervoer een 7 of hoger.

Foto Lex van Lieshout/ANP

Reizigers waarderen de dienstverlening in het regionale openbaar vervoer nog altijd zeer. Het cijfer dat ze aan het regionaal openbaar vervoer in Nederland geven steeg afgelopen jaar voor het vijfde jaar op rij en komt nu uit op een 7,6 in vergelijking met een 7,5 in 2015.

Dat blijkt uit de ov-klantenbarometer 2015 van CROW-KpVV, een kennisinstituut voor verkeer en vervoer, dat dit jaar voor de zestiende keer de klanttevredenheid in het regionaal openbaar vervoer onderzoekt. Voor het onderzoek werd 82.352 reizigers tijdens 6.559 bus- tram-, metro-, treinritten en ferry-overtochten gevraagd een rapportcijfer te geven aan verschillende aspecten die met hun reis te maken hebben. Zo beantwoordden reizigers bijvoorbeeld vragen over rijstijl, stiptheid, tarief, informatie en veiligheidsgevoel.

Ruim 85 procent van de ondervraagde reizigers geeft het vervoer een 7 of hoger, terwijl 5 procent het ov met een onvoldoende beoordeelt van een vijf of lager. Opvallend is ook het hoge cijfer dat reizigers toekennen aan de ov-chipkaart, waarover al sinds de invoering veel te doen is. Waar de kaart in 2010 nog met een magere 6,8 werd beoordeeld, geven reizigers inmiddels een 8,1.

Waddeneilanden nog altijd het beste

De reizen die het best en het slechts beoordeeld worden zijn hetzelfde als vorig jaar. De hoogste waardering wordt, net als vorig jaar, gegeven aan het busvervoer op Schiermonnikoog. Het oordeel daarover steeg zelfs nog een beetje, naar een 8,7. Ook de veerdienst Dordrecht-Rotterdam en Drechtsteden (8,5) en het busvervoer op de Waddeneilanden: Vlieland, Ameland en Terschelling (8,3) behalen net als voorgaande jaren een hoge score.

De ontevredenheid over reizen concentreert zich ook nog altijd op dezelfde trajecten. Het slechtst beoordeeld werden opnieuw de treindiensten Zwolle–Enschede (7,0) en Nijmegen–Roermond (6,9). Vooral de kans op een zitplaats, de netheid van het treinstel en de informatie bij vertragingen worden op dat laatste traject als slecht beoordeeld.

Het stadsvervoer krijgt de hoogste cijfers in Lelystad, Apeldoorn en Leeuwarden: een 7,8. Vooral voor Leeuwarden is dat een forse stijging, want in 2015 behaalde het vervoer daar nog een 7,4. Van de grote steden scoort Rotterdam het beste, met een 7,7 voor bus- en metrovervoer, en een 7,9 voor de tram. Vooral dat laatste cijfer is een flinke verbetering ten opzichte van 2008, toen nog een 6,9 werd uitgedeeld.

De waardering van de sociale veiligheid is in 2016 op hetzelfde hoge niveau gebleven: een 7,7 voor veiligheid algemeen, een 8,0 voor veiligheid tijdens de rit en een 7,8 voor de veiligheid op de instaphalte.

    • Clara van de Wiel