PPG laat zich niet afwijzen door Akzo

AkzoNobel heeft woensdag een tweede bod van PPG geweigerd. Maar PPG geeft niet op. Activistische beleggers ruiken hun kans.

De verffabriek van AkzoNobel in Sassenheim. De verfproducent kan een aantal trucs uithalen om een vijandige belager af te weren, zoals nieuwe aandelen uitgeven en die plaatsen bij bevriende partijen. Foto Jock Fistick / Bloomberg

De verf wordt duur betaald. Steeds duurder zelfs. Verf- en chemieconcern AkzoNobel heeft woensdagochtend het tweede, hogere overnamebod van de Amerikaanse concurrent PPG ter waarde van 22,4 miljard euro opnieuw resoluut van de hand gewezen. Veel te laag en slecht voor aandeelhouders, werknemers en klanten van AkzoNobel, zei topman Ton Büchner woensdag. PPG legt zich daar niet bij neer.

De afwijzing door Akzo Nobel is een nieuwe stap in een overnamestrijd die zich tot nu vooral in de coulissen afspeelt. Op 9 maart, zes dagen voor de Tweede Kamerverkiezingen, verwierp AkzoNobel een eerste overnamebod van PPG. Toen reageerden landelijke politici en vakbond FNV direct afwijzend. Minister Henk Kamp (VVD) van Economische Zaken noemde een overname „niet in Nederlands belang”, onder meer vanwege dreigend banenverlies. In Nederland werken zo’n 5.000 mensen bij AkzoNobel, dat een omzet heeft van 14,2 miljard en wereldwijd 46.000 medewerkers heeft.

Het tijdstip van dat eerste overnamebod greep Büchner aan om het verschil te illustreren in de bedrijfsculturen tussen de biedende ondernemingen. Zo zouden wij nooit zaken doen, zei hij, door vlak voor de landelijke verkiezingen een overnamebod van deze omvang te lanceren. Büchner noemde de toenaderingspoging „ongevoelig”.

Het PPG-bod volgde kort op een poging van het Amerikaanse voedingsbedrijf Kraft Heinz om het grotere voedings- en zeepconcern Unilever (Blueband, Ben & Jerry’s, Dove) te kopen. De Amerikanen lieten hun bod vallen voordat het concreet werd. De politieke afkeuring was, ook zo pal na de afwijzing van een Belgisch bod op PostNL, voor Nederlandse begrippen nors en luidruchtig.

Alle drie ondernemingen die de biedingen afwezen kwamen met maatregelen om ontevreden beleggers tegemoet te komen. PostNL hervatte de dividendbetalingen. Unilever kondigde een onderzoek aan om aandeelhouders eerder te laten delen in de opbrengsten van extra groei. De uitkomsten moeten over twee tot drie weken op tafel liggen.

Akzo wil snijden in de kosten

Ook AkzoNobel-bestuursvoorzitter Ton Büchner komt beleggers tegemoet. Hij beloofde woensdagmorgen in een telefonische persconferentie dat aandeelhouders binnenkort een „zeer uitgebreide update” van de financiële doelstellingen kunnen verwachten. Dat betekent dat het verfconcern onder meer in de kosten wil snijden, maakte de topman duidelijk. Bij de afwijzing van het eerste overnamebod zette AkzoNobel zijn complete divisie gespecialiseerde chemie al te koop.

De verwachting dat deze verkoop kan leiden tot extra opbrengsten en dividend heeft er, met het overnamebod van PPG, toe geleid dat de koers van de aandelen een grote sprong omhoog maakte. Deze koersstijging zet de top van AkzoNobel onder druk om met betere resultaten te komen. Een Amerikaanse activistische belegger genaamd Elliott Management heeft daarin een hoofdrol genomen. Elliott Management is een belegger die aandelenpakketten in achterblijvende ondernemingen koopt en vervolgens, al dan niet samen met andere beleggers, de directie onder druk zet om met reorganisaties, kostenbesparingen en het afstoten van dochterbedrijven de beurskoers een stevige duw omhoog te geven.

Het aandeel AkzoNobel eindigde woensdag op 75,80 euro, 14 euro onder het bod van PPG.

Lees ook: Amerikaanse PPG is nog groter dan AkzoNobel in verf en lak

Afgelopen week lekte via de Wall Street Journal al uit dat Elliott volstrekt ontevreden is met de afwijzing van PPG. Woensdag deed de vermogensbeheerder daar in een persbericht zelf een schepje bovenop. Elliott liet weten dat zij inmiddels meer dan 3 procent van de AkzoNobel-aandelen bezit en dat de argumenten tegen het bod van PPG niet overtuigend zijn. Elliott is het met AkzoNobel eens dat het bod de waarde van het bedrijf geen recht doet, maar vindt dat het wél een goede basis is voor onderhandelingen. En dat AkzoNobel onvoldoende met zijn beleggers heeft overlegd over de afwijzingen. Die zouden namelijk in meerderheid pleiten voor onderhandelingen met PPG.

Discussies met aandeelhouders

Tegenover deze stelling van Elliott staat de uitspraak van Büchner woensdag dat er geen dag voorbij gaat of hij heeft contact met aandeelhouders. „Dagen en dagen van discussies met aandeelhouders” heeft hij al achter de rug sinds PPG voor het eerst bij AkzoNobel aanklopte, zei hij. Of Elliott bij de gesprekspartners hoorde, wilde Büchner niet zeggen.

AkzoNobel heeft geen vaste grote aandeelhouders die tegenwicht kunnen bieden aan een blok van activistische beleggers. Wel kan de verfproducent een aantal trucs uithalen om een vijandige belager (tijdelijk) buiten te houden. Tot die ‘beschermingsconstructies’ hoort de mogelijkheid nieuwe aandelen uit te geven, tot 20 procent van het aandelenkapitaal, en die te plaatsen bij bevriende partijen.

Verder kan het bestuur van AkzoNobel dus rekenen op politieke steun. Die heeft het niet nodig, stelde Büchner woensdag. „Politiek is politiek, zaken zijn zaken”, zei hij. De topman vertrouwt erop dat PPG het niet redt omdat het bod simpelweg niet aantrekkelijk is. Vanwege de prijs, maar ook omdat een overname stuit op mededingingsbezwaren, veel banen kost en het bedrijf opzadelt met een hoge schuld.

PPG ziet dat heel anders. Wat de Amerikanen betreft zijn PPG en AkzoNobel een perfecte match, die jaarlijks 750 miljoen euro aan besparingen oplevert. PPG-topman Michael McGarry is daarom „hoopvol” dat Büchner snel bij hem aan tafel zit, zo liet hij woensdag weten in een persbericht. Akzo is nog niet van hem af.

    • Menno Tamminga
    • Joris Kooiman