Opinie

Posterverbod Rotterdams posterverbod bewijst dat vrijheid er minder telt dan veiligheid

Het is de taak van het gezag om de vrijheid van meningsuiting, van demonstratie en van vergadering te verdedigen. Ook als daar afbeeldingen van politici bij horen die het in Den Haag even verpest hebben.

Zou het nog goed komen tussen de Turks-Nederlandse gemeenschap, de burgemeester van Rotterdam en/of de rest van hoofdzakelijk wit Nederland? Hoe je ook oordeelt over de uit de hand gelopen ruzie met Ankara en het politiegeweld tegen Turks-Nederlandse demonstranten vorig weekend, feit is dat de spanningen sterk oplopen.

Turkse Nederlanders vragen zich af, met de beelden van de politiehond die zich vastbeet in een demonstrant, of ze nog in Nederland thuishoren. Of, na het affront dat de Turkse minister Kaya onderging, de vrijheid van vergadering voor hen hetzelfde betekent als voor andere Nederlanders. Dat president Erdogan zich vanuit Ankara de grofste beledigingen over Nederland permitteert, draagt aan de spanning in niet geringe mate bij. Ook de stembusuitslag hoeft hen niet écht gerust te stellen – het ‘pleur op’-populisme van VVD-voorman Rutte leed bepaald geen indrukwekkende nederlaag. Verzoenende taal heeft het kabinet nog niet gesproken.

Tel daarbij de ongehoorde maatregel van de burgemeester van Rotterdam op om een aantal metershoge posters van de Turkse president van een winkelgevel te verwijderen en het beeld is compleet. Nervositeit, wantrouwen, angst, onzekerheid. Verstoring van de openbare orde en „bescherming van de omwonenden”, gaf Aboutaleb op als reden voor het verwijderen van de posters. Op sociale media zouden hevige discussies tussen bewoners zijn geweest – de één vond de posters een provocatie, de ander een uiting van solidariteit met een politicus „die ons wel steunt”.

In die zin was de actie symbolisch. Op de vraag „hoe verder met Erdogan” heeft bestuurlijk en politiek Nederland geen antwoord. Men zit de aanvallen van Erdogan kennelijk uit in de hoop dat het vanzelf ophoudt. Inmiddels zijn posters met zijn afbeelding al genoeg om handhavend optreden uit te lokken. Zo voeden de escalatie en de provocatie zichzelf; alles is nu politiek. Na vorige week is er ook vrijwel geen ruimte meer om een ‘normaal’ bezoek van een Turkse politicus aan Nederland toe te laten. Nu de burgemeester van Rotterdam posters controversieel verklaarde, wonnen die automatisch aan politieke lading. Hoe een poster van een politicus die dagelijks op tv te zien is, de openbare orde kan verstoren, heeft de burgemeester nog niet uitgelegd. Of moet ook de tv op zwart?

Hier dreigt dus een voorspelling die zichzelf vervult. Terwijl het juist de taak van het gezag is om de vrijheid van meningsuiting, van demonstratie en van vergadering te verdedigen, met passie zelfs. Ook als daar afbeeldingen van politici bij horen die het in Den Haag even verpest hebben.