‘Marokko is niet voor iedereen veilig’

Wil Eikelboom, voorzitter Vereniging van Asieladvocaten

Veel asielzoekers uit veilige landen gaan in beroep tegen afwijzing. Kansloos? Zeker niet, zegt de asieladvocaat. En het systeem kan het aan.

Het AZC in een voormalige kazerne in Weert. Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

Explodeert het systeem van rechtsbijstand voor asielzoekers door de toestroom van Marokkanen en andere ‘kansloze gevallen’? Daar leek het bijna op toen het ministerie van Veiligheid en Justitie dinsdag nieuwe cijfers publiceerde over het sterk gestegen aantal beroepsprocedures in asielzaken bij rechtbanken en de Raad van State.

Bij de rechtbanken was er ten opzichte van 2015 een groei met 66 procent, aldus Justitie: van 9.540 naar 15.820 zaken. Het aantal hogerberoepszaken steeg met 40 procent, van 2.850 naar 3.950. „Kansloze asielzoekers in de rij voor beroep”, kopte De Telegraaf, die de nieuwe cijfers als eerste bracht, op de voorpagina.

De groei is een punt van aandacht voor staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Veiligheid en Justitie, VVD). Hij bekijkt al langer hoe hij de stijgende kosten van vergoedingen voor rechtsbijstand kan beteugelen. Daarom riep de staatssecretaris onlangs asieladvocaten op zich minder vast te bijten in kansloze gevallen als de zogenoemde Dublin-claimanten, mensen wier asielverzoek in een ander land moet worden behandeld.

Asieladvocaten zijn voor een groot deel van hun inkomen afhankelijk van de vergoeding die de staat hun geeft om asielzoekers juridisch bij te staan. Gemiddeld gaat het per geval om rond de 1.000 euro.

Wil Eikelboom

Mede naar aanleiding van „signalen” uit het veld dat sommige advocaten expres kansloos doorprocederen, liet de Orde van Advocaten in 2013 onderzoek doen. Het probleem bleek mee te vallen. Toch werd vanaf 2014 een regionale deken bij de Orde belast met extra controle, om misbruik van de subsidieregeling te voorkomen.

Wil Eikelboom, voorzitter van de Vereniging van Asieladvocaten, heeft een heel andere verklaring voor de vele beroepszaken. „In 2015 en 2016”, vertelt de vreemdelingenadvocaat van kantoor Prakken d’Oliveira in Amsterdam, „zijn eerst alle asielverzoeken van mensen uit Syrië afgehandeld. Die kregen vrijwel allemaal asiel vanwege de oorlogssituatie daar. Daarna kwamen de moeilijkere gevallen aan bod, zoals asielzoekers uit veilige landen als Marokko. Hun verzoeken werden veel vaker afgewezen. Het is logisch dat op die afwijzingen meer beroepszaken volgen.”

Marokkanen komen uit een veilig land, stelt het ministerie van Dijkhoff. Waarom dan toch in beroep gaan?

„Dat zal de leek ook denken. Toch is de praktijk ingewikkelder. Niet voor niets zijn vorig jaar tientallen zaken voor Marokkaanse cliënten gewonnen. Bijvoorbeeld omdat het om een homoseksueel ging. Of omdat de rechter Marokko toch niet veilig achtte om terug te keren, bijvoorbeeld voor politieke tegenstanders van het regime daar.

„Pas vorige maand, in februari, heeft de Raad van State beslist dat Marokko wel veilig is. Lagere rechtbanken zullen zich daarop gaan richten. Daardoor zal het aantal beroepszaken voor Marokkanen vanzelf afnemen, verwacht ik.”

Heeft een advocaat volgens u mede-verantwoordelijkheid voor instandhouding van het systeem van gefinancierde rechtsbijstand?

„Niet waar het gaat om de beslissing om al dan niet beroep in te stellen. De advocaat moet het belang van zijn cliënt vooropstellen. Het risico dat het rechtssysteem vastloopt, moet je als advocaat niet in je beoordeling betrekken. In zo’n geval ga ik echt niet denken: o, dat is zonde van het geld van de belastingbetaler, dus doe maar niet. Indien nodig moet de overheid dan maar voor extra rechters zorgen.

„Ik kan niet ontkennen dat we ons geld met procedures verdienen. Tegelijkertijd zijn wij gebonden aan onze gedragsregels en advocateneed. Dat maakt ook dat we geen zaken moeten doen die we ‘in gemoede niet rechtvaardig achten’, zoals dat zo mooi heet.

„De Orde van Advocaten ziet erop toe dat we ons daaraan houden. Ik schat dat er hooguit in twee à drie gevallen per jaar maatregelen tegen asieladvocaten worden genomen omdat die niet genoeg kwaliteit hebben geleverd.”

Loopt het systeem vast?

„Integendeel, het systeem kan de stijging van het aantal beroepen gemakkelijk aan. Er zijn genoeg rechters om de beroepszaken te beoordelen. Sterker, de hausse is juist minder groot dan in 2015 en 2016 nog werd gevreesd.”