Geen ruimhartige compensatie voor gedupeerden stuw Grave

Volgens de rechtbank in Rotterdam is de eigenaar van de tanker maar voor een heel beperkt deel van de schade aansprakelijk.

Op 29 december vorig jaar ramde een tanker in dichte mist het stuwencomplex in de Maas bij Grave. Foto Piroschka van de Wouw/ANP

Voor veel gedupeerden van de aanvaring van de stuw bij Grave dreigt een fikse strop. De eigenaar van de benzeentanker Maria Valentine is maar voor een heel beperkt deel van de schade aansprakelijk, zo bepaalde woensdag de maritieme kamer van de rechtbank in Rotterdam. De schade beloopt enkele tientallen miljoenen euro’s maar van dat bedrag kan slechts ruim negen ton worden verhaald op de eigenaar van het schip, Normannia, een dochterbedrijf van de Duitse rederij Gefo.

Het leeuwendeel van de negen ton gaat vermoedelijk naar Rijkswaterstaat. Dat heeft een claim van precies twintig miljoen euro ingediend, en is daarmee veruit de grootste schuldeiser. Er hebben zich in totaal 98 schuldeisers gemeld. De rechtbank benoemt binnenkort een zogenoemde vereffenaar, die toeziet op een rechtvaardige verdeling van het bedrag. Die verdeling verloopt naar rato van de hoogte van de claim. „Ik heb schuldeisers al snel gewaarschuwd zich niet rijk te rekenen”, zegt Pieter den Haan, advocaat-partner bij AKD en gespecialiseerd in scheepsrecht. Hij staat enkele kleinere schuldeisers bij. Den Haan: „Het komt erop neer dat ze meebetalen aan de reparatie van de stuw.”

Lees ook: Wie dit gaat betalen? Dat weet niemand

Ongeluk

De tanker Maria Valentine ramde op 29 december vorig jaar in dichte mist het stuwencomplex in de Maas bij Grave en kwam drie meter lager aan de andere kant terecht. Er vielen geen gewonden. Rijkswaterstaat was in de eerste uren vooral bezorgd voor de veiligheid van de omgeving; het schip was met tweeduizend ton benzeen geladen. Die is echter niet ontploft. De gevolgen voor de scheepvaart en voor bewoners van woonschepen waren niettemin groot.

Een stuw in het Maas-Waalkanaal werd om nog onduidelijke redenen pas enkele uren later gesloten, zodat een deel van de vaarweg als het ware leeg stroomde. Er was enkele weken geen scheepvaart mogelijk, en woonschepen kwamen droog te liggen. Schepen moesten omvaren, veelal via Antwerpen. Bedrijven langs de route konden niet worden bevoorraad. Na enkele weken kon het waterpeil weer langzaam worden verhoogd, na de bouw van een tijdelijke dam achter de stuw.

Eerder besloot minister Schultz van Haegen (Infrastructuur, VVD) geen noodfonds in te stellen. De enige kans op meer geld maken de gedupeerden als ook Rijkswaterstaat bij de aanpak van het ongeval verwijtbaar heeft gehandeld en daarvoor aansprakelijk kan worden gesteld, zegt Den Haan. „Had deze aanvaring werkelijk zo veel schade moeten veroorzaken, is een van de vragen, en lag er een plan van aanpak?” De aansprakelijkheid van Rijkswaterstaat, merkt hij op, is onbeperkt.

Aansprakelijkheid

Dat de rechtbank een verzoek van de Duitse reder tot beperking van de aansprakelijkheid heeft gehonoreerd, komt niet als een verrassing. Het is min of meer een formaliteit die voortvloeit uit internationale afspraken en verdragen. Eigenlijk komt het erop neer dat de rechter toetst of de gebruikelijke formule voor aansprakelijkheid van „zaakschade” juist is toegepast. In deze formule hangt de hoogte van de aansprakelijkheid af van het laadvermogen en motorcapaciteit van een schip. Dat bleek tijdens de zitting wel te kloppen. Ook was er weinig verweer van de advocaten van de 98 schuldeisers.

Eigenaren van schepen zijn alleen voor een hoger bedrag aansprakelijk als opzet of grove schuld kan worden bewezen. Dan moet een schipper doelbewust de schade hebben veroorzaakt, en dat lijkt niet het geval. Er lopen verschillende onderzoeken naar de toedracht van het incident, onder meer van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Dat onderzoek richt zich niet alleen op de aanvaring zelf maar ook „op de wijze waarop is omgegaan met de gevolgen”.

De Duitse reder moet nu binnen een maand de ruim negen ton storten in een fonds dat door de vereffenaar zal worden verdeeld. De financiële strop gaat naar verwachting vermoedelijk niemand van de gedupeerden de kop kosten; ze zijn immers veelal ook zelf verzekerd. Zo kunnen eigenaren van woonschepen die droog kwamen te liggen, hun schade meestal claimen bij hun verzekeraar. Anderen, zoals schippers, zullen de pijn verdelen met collega’s en klanten. Veel hangt bovendien af van de verschillende transportcontracten.

    • Arjen Schreuder