Opinie

    • Ward Ferdinandusse

Diplomaten die zich misdragen mag je stoppen maar niet straffen

Soms gaan diplomaten die zich misdragen, vrijuit. De prijs van een ‘veilig contact’ moeten we betalen voor goede internationale betrekkingen, schrijft Ward Ferdinandusse in de Togacolumn.

De vroegere Britse premier Heath zei eens dat een diplomaat iemand is die twee keer nadenkt voor hij niets zegt. Van die diplomatieke kwaliteit was weinig te merken bij de merkaardige verwikkelingen rondom het Turkse consulaat in Rotterdam kort geleden. Over en weer maken Turkije en Nederland elkaar zware verwijten over de gang van zaken. Hoe lang dat zo zal blijven is de vraag. Stevige ruzies tussen Turkije en Rusland over een neergeschoten straaljager en tussen Turkije en Israël over een onderschepte Turkse boot op weg naar de Gazastrook bleken de afgelopen jaren na forse escalatie ook weer snel bijgelegd te kunnen worden.

Veilig contact

Interessant aan de Turks-Nederlandse ruzie is de rol van het diplomatiek recht. Het is een van de oudste onderdelen van het internationaal recht. Het besef dat volkeren en landen op een veilige manier contact met elkaar moeten kunnen hebben, juist in tijden van ruzie en oorlog, bestaat al eeuwen. Daarvoor is nodig dat de vertegenwoordiging van andere landen zich veilig weet, ook als de spanningen oplopen. Dat betekent natuurlijk niet dat het gastland alles maar hoeft te accepteren. Bij ernstige misdragingen kunnen diplomaten worden uitgewezen. Maar arrestatie en strafvervolging door het gastland zijn uitgesloten. Alleen het land van de diplomaat zelf kan bestraffend optreden.

Gekidnapt

Dat leidt nog wel eens tot situaties die moeilijk te accepteren zijn. De Britse regering, bijvoorbeeld, was not amused toen in de zomer van 1984 op een vliegveld in Essex in twee houten kratten met bestemming Nigeria een gedrogeerde Nigeriaanse balling werd aangetroffen plus een team dat hem had gekidnapt. Verschillende betrokkenen zonder diplomatieke immuniteit werden in Engeland veroordeeld tot hoge straffen, maar de Hoge Vertegenwoordiger van Nigeria in Engeland kon alleen worden uitgewezen.

Naar verluid maakte een Burmese ambassadeur in Sri Lanka het nog bonter. Deze zou in 1979 zijn vrouw hebben gedood bij een ruzie over haar affaire. Het verhaal wil dat hij daarna een brandstapel heeft gemaakt in zijn tuin en haar voor het oog van de buren heeft gecremeerd, terwijl de Sri Lankaanse politie buiten moest toekijken. Ook huis en tuin van een diplomaat zijn immers onschendbaar.

Niet straffen, wel stoppen

Of dat tegenwoordig ook zo zou gaan, is maar de vraag. De kans lijkt mij groot dat een publieke crematie van een moordslachtoffer in de tuin van een ambassade vandaag de dag wel onderbroken zou worden. Waar een diplomaat vroeger volledig ongemoeid werd gelaten, wordt tegenwoordig in brede kring geaccepteerd dat een diplomaat niet door het ontvangende land gestraft mag worden, maar wel gestopt mag worden als hij zich ernstig misdraagt. Zo mag de Nederlandse politie diplomaten die dronken rijden niet aanhouden, maar wel het verder rijden onmogelijk maken.

Waar de grens ligt tussen straffen en afstoppen is uiteraard voer voor discussie. Zo is er blijkbaar discussie of twee Turkse diplomaten bij het voorval in Rotterdam zijn aangehouden of opgehouden. Juridische scherpslijperij, maar wel van belang voor de vraag of het diplomatiek recht wel of niet is geschonden. Ophouden mag als dat noodzakelijk is, aanhouden niet. Dat druist in een enkel geval in tegen ons rechtsgevoel, maar is een noodzakelijke voorwaarde voor functionerende internationale betrekkingen. Immers, landen willen elkaar nog wel eens dwars zitten. Weinig is dan makkelijker dan het strafrechtelijk aanpakken van elkaars diplomaten. Ook als daar geen goede grond voor is.

Vergelijk het met onze eigen situatie: als u beschuldigd wordt van een misdrijf wordt u ook liever berecht door een neutrale overheid dan door die buurman waarmee u ruzie heeft over de plaats van de schutting. Toch?

De Togacolumn wordt wekelijks geschreven door een rechter, een advocaat of een officier van justitie.

Blogger

Ward Ferdinandusse

Ward Ferdinandusse studeerde rechten in Amsterdam, waar hij promoveerde op de toepassing van internationaal strafrecht in nationale rechtbanken. Hij schreef voor het studentenblad Propria Cures en het voetbaltijdschrift Hard Gras. Ferdinandusse werkt als officier van justitie bij het Landelijk Parket in Rotterdam en als bijzonder hoogleraar Internationaal strafrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Als officier was hij betrokken bij strafzaken, uitleveringsprocedures en onderzoeken naar internationale misdrijven zoals genocide, oorlogsmisdrijven, foltering, piraterij en (internationaal) terrorisme.

    • Ward Ferdinandusse