Zo maak je de bijen blij

Tuinieren De lente is begonnen en de bijen komen, hoe kun je ze helpen? Auteur en biologisch tuinier Alma Huisken geeft tips.

Foto Felix Kästle / AFP

Ooit bibberde ik van angst bij het idee om door een bij gestoken te worden. Honing vond ik ook al niet bijster lekker. Nu vind ik bijen de mooiste wezens op aarde en ervaar ik honing als een kostbaar geschenk. Wat er veranderde? Ik overwon mijn angst en werd imker.

Dat ik bijen in mijn bestaan wenste had met twee dingen te maken. Eén: mijn grote tuin in Noord-Groningen bezweek onder de nectar en het stuifmeel. Dat gunde ik de bijen van harte. Twee: al vergarend konden ze de vele groente- en fruitsoorten die ik teelde nog beter bestuiven. Alleen werd mijn voornemen dus gehinderd door een behoorlijk obstakel - ik vreesde voor steken. Bovendien vroeg ik me af of ik zulke fijnzinnige, kwetsbare insecten wel zorgvuldig genoeg zou behandelen.

Om toch met honingbijen kennis te kunnen maken, nodigde ik enige jaren ‘leasebijen’ uit, met dank aan een naburige imker. Hij wilde best een bijenkast in mijn tuin parkeren en leerde mij van alles over de bij. Zo leerde ik van nabij over dat ongelooflijk interessante bijenleven en merkte ik hoezeer de moestuin, boomgaard en ikzelf baat hadden bij de bijen. Want tot mijn verrassing werkte hun aanwezigheid als een energiebron waaraan ik me kon laven. Bijen? Ze gingen bij mijn groene leven horen als klompen en compost.

Er zijn verschillende manieren van imkeren en tijdens mijn leerjaren ontdekte ik dat de biodynamische aanpak het beste bij mij past. Bijen krijgen alle ruimte om zich natuurlijk te ontwikkelen, ingrepen in de kast blijven beperkt tot het minimum en het volk heeft niets te duchten van chemische middelen ter bestrijding van ziekten of plagen. Ook mogen de bijen zwermen – dat is hun bijeigen voortplanting – en ruim voldoende honing behouden om met behulp van hun eigen, gezonde en veelzijdige voervoorraad glansrijk de winter door te komen, in plaats van op suikersiroop, die imkers als ‘vervanger’ geven nadat ze de honing hebben weggehaald. Zo benader ik sindsdien mijn volken, waarvoor ik liefde en ontzag voel. Volken die mij dichtbij laten komen en mijn imkerleven kleuren met ervaringen, van aanvankelijke beginnerspaniek, spanning en vertwijfeling, tot blijdschap, opwinding en verrukking.

Foto Peter Lipton

De bij floreert in een omgeving met overvloedige bloei. Uit bloemen haalt ze haar volledige maaltijd: bloemsap (nectar) en stuifmeel. Daarmee voedt ze zichzelf, haar koningin en alle pasgeboren bijtjes. Bijen kunnen zelfs een eigen huis bouwen, want de wasraten van hun nest bestaan grotendeels uit nectar en stuifmeel, bewerkt en voorzien van lichaamseigen sappen en stoffen. Wat wil de bij nog meer? Planten en bomen om harsachtige deeltjes van knoppen en bladeren te schrapen; die verwerkt ze al kauwend tot kneedbare, antiseptische propolis, bijgenaamd ‘bijenkit’. Ze dicht er tochtende kieren van haar woning mee. Kortom, een bij kan ontzettend veel zelf, maar geen bloemen zaaien. Dus doen wij dat. Het liefst biologische. Voor iedereen die de bij wil helpen - waar je ook woont, en of je nu wel of geen tuinier bent - zijn hier zes tips, voor honingbijen, solitaire bijen, hommels en vlinders.

  1. Zaai bloemen

    Elke bloem (en boom) die stuifmeel, nectar en onderdelen voor propolis biedt is een bijengeschenk. Zaai of poot het hele jaar door en zorg voor gevarieerde bloei van februari tot diep in de nazomer, oftewel: gedurende de actieve tijd van de bijen. Voorjaarsbloemen zijn erg belangrijk, want al vanaf februari worden de jonge, zeer voedselbeluste bijtjes geboren, maar denk ook aan zomer- en herfstbloemen, aan groenbemesters - gewassen die je in voor- en najaar teelt om je tuingrond te verbeteren - en aan bloeiende groenten (boerenkool rucola) en kruiden (lavendel, rozemarijn, tijm).

  2. Doe iets met deze veertien bloemen en bomen

    Een mini-selectie uit de honderden bloemen en bomen waarop bijen dol zijn. In volgorde van het seizoen: 1. sneeuwklokjes, 2. bloeiende hazelaars, 3. (vroege) krokussen, 4. bloeiende wilgen, 5. bloesems van alle fruitbomen en -struiken, 6. phacelia (fraaie, lila groenbemester, ‘bijenbrood’ genoemd om zijn grote waarde), 7. rozen met een open hart (zoals de hondsroos), 8. komkommerkruid, 9. klaver, 10. Oost-Indische kers, 11. heleniums, 12. heide, 13. mosterdblad, 14. bloeiende klimop. Ook voor balkontelers of stoeptegeltuiniers is dit alles haalbaar, want van hazelaar en wilg bestaan kleine soorten.

  3. Schaf bijenhotels aan

    Direct doen. Bijenhotels zijn perfecte overwinterplekken c.q. kraamkamers voor met name solitaire bijen. Ideale ophanghoogte: 1-2 meter. Zelf maken kan ook, van bundels holle stengels met verschillende diameters. Bevestig de bundels stevig aan schutting of tuinmuur, of zet ze muurvast tussen takken of stenen.

  4. Bewaar oude plantenstaken

    Knip stevig gewas in de herfst niet weg, maar laat het staan. Denk aan bonenstaken, rietpollen, stengels van kardoen, zonnebloemen, enzovoort. Ze vormen ideale schuil- en rustplekken voor al vroeg (of nog laat) uitvliegende bijen en voor honingbijen die een ‘reinigingsvlucht’ maken, om even te poepen. Schoon als ze zijn doen ze dat buiten hun kast en aan zo’n stengel kunnen ze heerlijk hangen.

  5. Bied de bijen water aan

    Met water verdunnen bijen hun honing. Ook laten ze tijdens hete zomerdagen waterdruppels in hun kast verdampen door snel met hun vleugels te wapperen. Bijenairconditioning! Vul een platte schaal met schoon (regen)water en leg er een flinke handvol in de lengte gehalveerde wijnkurken in, die werken als reddingsboei.

  6. Sluit je aan bij deguerrilla-gardeners

    Heb je geen balkon en zelfs geen plek voor een stoeptegeltuintje? Sluit je aan bij guerrilla-gardeners die in kortdurende acties bloemrijke tuintjes aanleggen op verwaarloosde plekken zonder groen. Nog zo’n sympathiek actiemiddel is om op veronachtzaamde gronden zaadbommetjes te gooien, van bloemzaden verpakt in compost en klei.

    Echt, zelfs met een pol bieslook die je in bloei laat schieten help je bijen. Alle hulp is welkom, om bijen weer sterk te laten worden. Sterk genoeg om ziekten, uitbuiting, voedselgebrek en druk van bestrijdingsmiddelen te overwinnen en bijwaardig te leven.