‘Tuigvlogger’ Boef wil nu serieus genomen worden als rapper

Album

De records stromen binnen voor het debuutalbum ‘Slaaptekort’ van vlogger en rapper Boef. Nu hij zoveel bijval krijgt, komt Boef in een morele spagaat.

Van rapper en vlogger Boef verscheen vrijdag het debuutalbum Slaaptekort, dat meteen een succes werd. Slaaptekort is een gesmeerd klinkend album, met toegankelijke nummers als ‘Kangoeroe’ en ‘Slapend Rijk’. Boef rapt streng, maar hij zorgde voor meezing-refreinen en een tropische muzikale omlijsting. De records stromen binnen: Boef staat met zestien liedjes in de Top-40; hij stootte Ed Sheeran van de Spotify-troon; de clip bij single ‘Habiba’ trok meer dan twee miljoen kijkers.

Boef (Sofiane Boussaadia, 24) is van Algerijnse afkomst, en woonde tot zijn vijfde in een voorstad van Parijs. Wegens problemen in het gezin werd hij door een oom naar Nederland gehaald. In woonplaats Tilburg verwierf hij de afgelopen jaren faam als vlogger, ook wel ‘treitervlogger’ genoemd, door zijn in de media breed uitgemeten provocaties van politieagenten. Behalve als vlogger, wil Boef nu serieus genomen worden als rapper. Slaaptekort, zijn eerste officiële album, werd uitgebracht en begeleid door collega Ali B.

Afgezien van de luchtige muziek, is het de vraag waardoor Boef zoveel jonge luisteraars aanspreekt. De attractie zal samenhangen met zijn onderwerpkeuze. Naar voorbeeld van grote Amerikaanse rappers, is die overzichtelijk. Ook Boef houdt zich aan de beproefde drie-eenheid van seks, geld en zichzelf.

Hóe hij rapt op zijn debuutalbum, is aantrekkelijk. Zijn woorden striemen strak als zweepslagen, en in Boefs versie klinkt straattaal als een dynamische mix van Engels (soldier), verbasteringen (‘waggie’ voor auto), Arabisch (ibahesj voor insect, ofwel politie), Surinaams-Nederlands en zelfbedachte kromspraak.

Lees ook: Straatvloggers: patsen met je geld, lak aan autoriteit

Maar wat Boef zegt is eenzijdig. Net als Lil’ Kleine op zijn recente album lijkt ook Boef geobsedeerd door geld. Hij zegt het letterlijk in ‘Habiba’ (‘Ik denk niet eens aan liefde / ben gefocust op verdienen’). In talloze varianten komt het onderwerp voorbij: als iets om naar te verlangen en om over op te scheppen: ‘Ik word rich voor me vijfentwintig’ (in ‘Beckham’); met Lil’ Kleine: ‘Boef en Kleine, dat is heel veel geld’ (‘Wejoow’), of ‘Nu pak ik doezoes [duizendjes] op een monday’ (in ‘Zeg Mij’). Ook Ali B doet een duit in het zakje: ‘We gaan pas weg als er minimaal zes nullen achter het eerste getal geplaatst is’.

De verwijzingen naar seks zijn grof en nauwelijks fantasievol (‘En ik neuk je bitch en ik zit in d’r maag’), en Boefs rappe tong verstrikt zich in zijn woordspelingen - ‘In mijn buurt is gevarenzone / Krijg ik kind, zeg ik ‘pas op voor gevaren, zoon’’.

Maar er zijn ook zachtmoedige momenten, zoals in ‘Salam’, over zijn moeder: ‘Mijn moeder, die was een vader en een moeder tegelijk.’ In bonustrack ‘Slecht Blijft’ lijkt hij een boodschap te hebben voor de luisteraar: ‘Al doe je zoveel slechte dingen / wil niet zeggen dat je slecht blijft.’

De vraag is welke richting Boef vanaf nu als vlogger en rapper zal kiezen. In interviews betuigt hij spijt voor zijn ophitsende gedrag in het verleden. Toch is gebleken dat de rebelse video’s - die waarin Boef de politie sart, bijvoorbeeld - de meeste kijkers trekken. Het is Boef de onruststoker die de jeugd graag ziet.

Nu hij zich associeert met knuffelmarokkaan, mentor en label-baas Ali B en zoveel bijval krijgt, komt Boef in een morele spagaat jegens zijn grote, jonge achterban: opruiend blijven, of zich verantwoordelijk gedragen?

    • Hester Carvalho