Zo redt tech de pers

Drie oplossingen voor de media Excellente journalistiek is niet langer voldoende om te overleven. De pers moet ook veel meer de technologie omarmen. Verslag van het festival South by Southwest (SXSW).

SXSW heeft aandacht voor entertainment, muziek en games; hier wachten deelnemers aan een ‘cosplay’-verkleedwedstrijd op de opening van het gaming-onderdeel van het festival. Foto Brian Snyder/Reuters

Dean Baquet, hoofdredacteur van The New York Times, kon er om glimlachen. Donald Trump noemde de nieuwsmedia onlangs de vijand van het Amerikaanse volk. De „falende” New York Times voorop.

„Het is een schandelijke uitspraak van de president”, zei Baquet vorige week op het technologie- en mediafestival South by Southwest (SXSW), „maar op de een of andere manier ook goed. De relatie tussen pers en president moet gespannen zijn.” De pers verkeerde lange tijd in een crisis, zei hij. „De tijd dat iedereen de krant las is voorbij. Maar toen Donald Trump de verkiezingen won wist ik meteen wat onze rol de komende jaren moet zijn. Niet om tegen Trump te zijn. Onze rol is: to cover the hell out of powerful people.”


Dean Baquet werd tijdens SXSW geïnterviewd door Jim Rutenberg, mediacolumnist van The New York Times

De toekomst van de journalistiek was een veelbesproken thema op in SXSW in Austin, Texas. Het ging over nepnieuws, de filterbubbel, big data en de pers, kunstmatige intelligentie voor nieuws en de „oorlog” tussen de Trump en de media. Met excellente journalistiek ben je er niet meer, stelden diverse sprekers.

„Ook onze technologie moet uitmuntend zijn”, zei bijvoorbeeld Shailesh Prakash, technisch directeur van The Washington Post. „Het gaat om snelheid, design, gebruiksvriendelijkheid. Pas als we ook daarin excelleren bereiken we nieuwe lezers en halen we het maximale uit ons werk.”

Zulke woorden horen de bezoekers van ’s werelds belangrijkste festival over technologie en media (en film en muziek) graag. Noem een maatschappelijk probleem en SXSW heeft er een oplossing voor. Een door de computer ondersteunde oplossing.

Hoe kan die technologie de pers dan helpen om gezond te blijven? Om een nieuw publiek te bereiken zonder concessie te doen aan de kwaliteit? Na zeven dagen SXSW zijn er grofweg drie typen oplossingen te onderscheiden.

1. Technologie kan de kwaliteit van de journalistiek verbeteren

Op SXSW ging het vooral over de strijd tegen nepnieuws. Die wordt nu nog vooral gevoerd door mensen. Zo werkt de Amerikaanse organisatie FirstDraft samen met meer dan twintig Europese nieuwsorganisaties. Journalisten controleren potentieel nepnieuws, gemeld door Facebook-gebruikers.

Maar hulp van computers is onderweg. Onderzoekers van de Universiteit van Texas in Arlington toonden hun programma ClaimBuster. Dat kan massa’s tekst doorzoeken op claims om te checken. En Duke University in Durham in North Carolina presenteerde het programma iCheck, dat uitspraken van politici over hun stemgedrag controleert. Wie durft te beweren dat hij altijd al tegen de oorlog in Irak, of tegen Obamacare was maar ooit vóór stemde, zou door iCheck moeten worden ontmaskerd.

Maar de strijd tegen valse informatie blijft lastig. „Mensen delen geen nieuws om feiten te verspreiden”, zei Angie Drobnic Holan van de Amerikaanse factchecksite PolitiFact. „Ze willen een politiek statement maken. Dat kan je moeilijk doorbreken. Een deel van het publiek wil zijn mening niet aanpassen – ook al kennen ze de feiten.”

Nepnieuws kun je ook op een speelse manier aanpakken. Lindsay Grace, directeur van het Game Lab van de American University in Washington DC, vertelde over zijn game Factitious. Daarbij moeten gebruikers zeggen of een bericht echt of nep is. Zo leren consumenten over de aard van nieuws en de nieuwsmakers over de manier waarop hun werk wordt gepercipieerd.

2. Er zijn meer manieren dan Facebook om nieuws te verspreiden en kranten en sites efficiënter te maken.

Hoofdredacteur Baquet van The New York Times deed tijdens SXSW wat lacherig over een van zijn grote concurrenten, The Washington Post. „De Post levert geweldige journalistiek, maar hun nieuwe reclameslogan, Democracy dies in darkness, klinkt als een nieuwe Batman-film.”

Toch had de Post in Austin een vooruitstrevender verhaal dan de Times.

En dat kwam vooral door Clavis, Virality, Bandito, Headliner, Heliograf en Spectrum. Dat zijn zes computersystemen die de Post met succes gebruikt om het werk van zijn journalisten beter te verspreiden en om te groeien op internet. Technisch directeur Prakash presenteerde zijn software met ingetogen enthousiasme. Hij toonde hoever de krant, eigendom van Amazon-oprichter Jeff Bezos, is gevorderd met zijn technologie. Het is big data in de pers.

Clavis analyseert de inhoud van alle artikelen die de Post-redactie schrijft en hangt daar automatisch trefwoorden aan. Bovendien brengt het verschillende typen lezers in kaart. Op die manier kan de krant de juiste onderwerpen aan de juiste lezers voorschotelen: snelle updates aan vluchtige bezoekers, opiniestukken aan mensen die vaak commentaren lezen, luchtige verhalen aan mensen die de site alleen in het weekend bezoeken. Geld verdient de Post door gesponsorde kopij ook zo te verspreiden. Adverteerders betalen graag meer voor toegang tot geïnteresseerde lezers.

De andere programma’s testen verschillende versies van artikelen, verzinnen automatisch koppen, genereren nieuwsberichten (nog niet operationeel) en doen uitgebreid lezersonderzoek.


(In februari hield Prakash al een vergelijkbare presentatie voor de International News Media Association, INMA)

Zo wil de Post de partij worden die het snelst het nieuws brengt, zei directeur Prakash. „Want die bepaalt de conversatie op het web. Lezers moeten óns noemen als bron van het nieuws.”

Meer kranten hebben technologie tot speerpunt gemaakt. Zoals het Zweedse Svenska Dagbladet van mediaconcern Schibsted. Hoofdredacteur Fredric Karén legde uit hoe onder meer een algoritme, en niet langer de redactie, de samenstelling van de homepage bepaalt. Elk artikel krijgt van de eindredactie een nieuwswaarde en een verwachte levensduur; die variabelen bepalen de positie op svd.se.

Nog maar een paar jaar geleden leed SvD zware verliezen en liep de papieren oplage snel terug. Karén: „Het zag er naar uit dat we failliet zouden gaan.” Schibsted besloot tot drastische digitalisering. Karén: „Goede journalistiek maak je alleen met goede technologie. Nu maken we winst, is de papieren oplage stabiel en groeit het aantal digitale abonnementen.”

3. Journalisten en nieuwsorganisaties moeten nieuwe uitingsvormen zoeken

Op SXSW was er aandacht voor games waarmee je nieuws kunt ondergaan, maar die ontwikkeling is al enkele jaren gaande. Meer belangstelling was er voor augmented reality en virtual reality. Meer dan tachtig presentaties, discussies en voorvertoningen waren er over VR/AR.

In een van de hotels waar het festival werd gehouden, was een VR-bioscoop ingericht met onder meer een ruimtetent van NASA. Daarin konden bezoekers met VR-brillen op ervaren hoe het zou kunnen zijn om op een andere planeet op expeditie te zijn.

Festival South by Southwest heeft aandacht voor tech, hier worden virtualrealitybrillen uitgeprobeerd… Foto David Paul Morris/Bloomberg

Zelf ervaren is belangrijk. Virtual reality doopt je onder in een andere wereld. Eventjes, want de techniek lijkt, zeiden verschillende deskundigen in Austin, minder geschikt voor het vertellen van langere verhalen. En daarmee voor journalistieke producties. Daarvoor is augmented reality een betere techniek.

VR creëert een nieuwe wereld: de techniek sluit je af, je beleeft het alleen. AR biedt daarentegen extra informatie, de techniek voegt visuele, auditieve of tekstuele kennis toe aan (beelden van) de werkelijkheid. Die toegevoegde data bekijk je nu vooral nog op je smartphone. Dat kan alleen, maar zeker ook samen.

Een voorbeeld van een journalistieke toepassing van AR is het project The Enemy van de Belgisch-Tunesische fotojournalist Karim Ben Khalifa en het Canadese interactieve bureau Dpt. De Canadese makers vertelden op SXSW over hun werk dat in mei klaar moet zijn.

The Enemy ontstond uit de frustratie van Ben Khalifa: zijn foto’s van gewapende conflicten droegen volgens hem niks bij aan begrip tussen de strijdende partijen. Hij wil nu vijanden naar elkaars verhalen laten luisteren. Daartoe ging hij naar de Westelijke Jordaanoever, El Salvador en Congo. Met strijders van beide kanten hield hij interviews – over hun leven, hun dromen, of zij wel eens iemand hadden gedood. Die interviews nam hij op in 3D. Het resultaat: met AR-technieken kan je nu twee vijanden tegenover elkaar zien staan en beluisteren, op het scherm van je smartphone, in elke willekeurige ruimte.

Dpt-directeur Nicolas Roy vertelde in Austin hoe stug de deelnemende Israëlische soldaat eerst was. Hij gaf slechts korte antwoorden. Maar na een paar weken kwam hij terug bij de makers. Hij wilde graag weten hoe het nu met de Palestijn was die (virtueel) tegenover hem had gestaan in het project. Hij was ongerust geworden na verhalen over geweld in de woonplaats van zijn ‘collega’.