Welk westers land doodde burgers in Syrië?

Burgerslachtoffers in Irak en Syrië

Airwars verzamelt informatie in de hoop dat westerse staten op termijn verantwoording zullen afleggen voor hun acties.

Het gebouw dat afgelopen donderdag onder vuur werd genomen door de Amerikaanse luchtmacht. Op de plek in al-Jinah, Syrië, zou een leider van al-Qaida een ontmoeting hebben gehad. Volgens het Amerikaanse ministerie van Defensie was de moskee, links van het gebouw, bewust niet gebombardeerd. Volgens het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten is de moskee onder vuur genomen en zijn er 42 mensen omgekomen. Foto ministerie van Buitenlandse Zaken VS / AFP

Tientallen moslims werden afgelopen donderdagavond tijdens het avondgebed in de Syrische provincie Aleppo gedood bij een Amerikaans luchtbombardement. Waren het aan Al-Qaeda gelieerde radicale strijders, zoals het Pentagon beweerde? Nee, zeiden Syrische bronnen ter plaatse, de slachtoffers waren burgers die in een moskee aan het bidden waren.

Wie heeft er gelijk? Dit uitzoeken is bij uitstek een klus voor Airwars, een collectief van onafhankelijke journalisten en onderzoekers onder leiding van de Brit Chris Woods.

Airwars bekommert zich om de burgerslachtoffers van de bombardementen op doelen in Irak en Syrië. Uitsluitsel over de aanval van donderdagavond kan Airwars nog niet bieden, maar de meeste informatie tot nu toe, zegt de organisatie, lijkt de lokale bronnen in het gelijk te stellen.

Ook bij de slag om Mosul speelt de internationale coalitie een grote rol. Voortdurend nemen F-16-toestellen en drones strijders van Islamitische Staat onder vuur. Daarbij sneuvelen regelmatig IS-strijders maar ook komen er veel burgers bij om het leven.

Airwars meldde vorige maand dat er sinds het offensief tegen Mosul in oktober 2016 begon, al zeker 333 burgers zijn gedood door bombardementen van buitenlandse bondgenoten. Onder hen 64 kinderen. Honderden anderen raakten gewond. Alleen al in januari vielen er volgens hen tussen de 169 en 195 burgerdoden.

Luchtoorlog documenteren

Zo goed mogelijk probeert Airwars de luchtoorlog tegen IS in Irak én het buurland Syrië te documenteren. „Het gaat ons er om enige aansprakelijkheid vast te stellen voor de bombardementen waarbij burgers om het leven komen”, zegt Eline Westra, die voor Airwars in Nederland werkt.

Het is moeizaam werk, erkent Westra. Hoe kun je immers met zekerheid zeggen dat een burger is omgekomen in een vuurzee als de eerste bom van een Amerikaans vliegtuig komt en de tweede van een Belgische? „Wij beseffen dat we ook alleen maar een schatting kunnen geven”, vertelt Westra in haar kantoortje naast het Amsterdamse Scheepvaartmuseum. „We proberen zo inclusief mogelijk te zijn en geven altijd onze bronnen exact aan”, zegt ze. „Een incident merken we pas als aannemelijk aan als we er twee of meer betrouwbare bronnen voor hebben en in de buurt van het incident coalitie-aanvallen zijn gerapporteerd.”

Foto AFP
Foto AFP
Foto AFP

Westra en haar collega’s, die grotendeels in Londen zitten, houden naast de gegevens die ze van Centcom, het Amerikaanse commandocentrum, ontvangen en enkele nieuwssites over de oorlog ook zo intensief mogelijk in de gaten wat er op Facebook en andere sociale media verschijnt. Veel gewone burgers zetten daarop foto’s, teksten en video’s met informatie over bombardementen. Wat de Airwars-staf vindt, archiveert ze zorgvuldig, zodat anderen het later ook kunnen gebruiken.

Veel landen zijn karig met informatie over de tol van hun bombardementen. Hun cijfers vallen ook veel lager uit dan die van Airwars. De Amerikanen zeggen tot begin maart 220 burgers te hebben gedood bij de luchtoorlog tegen IS in Irak en Syrië. Canada, Groot-Brittannië, Frankrijk, Nederland, België en andere landen houden vol dat er nog geen doden zijn gevallen bij hun duizenden luchtacties.

Wonderbaarlijk doelmatig

Daarmee zouden hun toestellen wonderbaarlijk doelmatig zijn geweest. De ervaring uit andere oorlogen wees uit dat er gemiddeld bij elke luchtaanval op een groep van tien burgers wel één sneuvelt. Airwars houdt het aantal burgerdoden als gevolg van de bombardementen in Irak en Syrië samen op minimaal 2.715.

Ondanks die sterk afwijkende cijfers is er wel degelijk enige samenwerking met Centcom. Westra: „Je kunt nu eenmaal vanuit de cockpit of op een video die vanuit de lucht wordt gemaakt niet altijd goed zien wat er allemaal op de grond gebeurt.” Daarom maakt Centcom soms ook graag gebruik van de gegevens van Airwars. De Amerikanen doen dat, maar bij ook een kleiner land als Denemarken en zelfs Saoedi-Arabië zijn toeschietelijker dan Nederland met het delen van informatie. „Het is een van de weinige internationale lijstjes waar Nederland onder Saoedi-Arabië staat”, zegt Westra.

Nederland zelf doet sinds vorig jaar niet meer mee in Irak, omdat de F-16’s toe waren aan een onderhoudsbeurt. België nam het stokje over. Het Nederlandse Openbaar Ministerie onderzoekt nog twee incidenten, waarbij burgers zouden zijn gedood. Airwars blijft aandringen op meer openheid. Westra:

„Het is moeilijk te begrijpen dat wij in Nederland, waar we denken een nette democratie te zijn, niet weten wat er met onze bommen is gebeurd.”

    • Floris van Straaten