Opinie

    • Menno Tamminga

Wat moet de vakbond met een VVD-kabinet?

Nieuw parlement, oude patstellingen. De uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen is naargeestig nieuws voor de vakbeweging, de FNV voorop. Door de decimering van de Partij van de Arbeid verliest de FNV haar belangrijkste bondgenoot in Den Haag: Lodewijk Asscher. Als minister van Sociale Zaken probeerde hij flexibele arbeid effectiever te reguleren en misstanden in Europese arbeidsmigratie te bestrijden.

Het verlies van de SP is ook het verlies van partijvoorzitter Ron Meyer, de gewezen succesvolle organiser van de FNV(schoonmakers, Young & United). Aan de winst van GroenLinks heeft de vakbeweging niet veel. GroenLinks is niet links in arbeidsverhoudingen, maar in belastingheffing.

En de winst van de PVV, een partij die de FNV eerder in de ban heeft gedaan, maakt het beeld nog somberder. De PVV is in enkele opzichten, zoals extra geld voor de gezondheidszorg, links, maar in arbeidsverhoudingen juist niet. De FNV is voor de PVV de elite. Daar moet de partij niks van hebben.

Welke positie kan de nieuwe FNV-voorzitter Han Busker kiezen in het naar rechts verschoven politieke krachtenveld?

Als een nieuwe regering aantreedt, gaan altijd stemmen op voor een sociaal akkoord waarin werkgevers, vakbeweging en kabinet de sociaal-economische agenda vaststellen. Denk aan het doorbreken van patstellingen bij pensioenen, flexibele AOW-leeftijd, de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid. Busker zette zaterdag de deur naar een akkoord open in een interview in NRC, werkgeversvoorman Hans de Boer pleitte zaterdag in radioprogramma Tros Kamerbreed voor een ‘kansverhaal’ voor nieuwe generaties.

Busker moet iets doen waar FNV-voorzitters niet goed in zijn: zichzelf wat kleiner maken

Toch zou het me verbazen als er zo’n sociaal akkoord komt. De omstandigheden zijn er niet naar. De ideale omstandigheden voor een sociaal akkoord zijn economische misère en een kabinet met een zwakke politieke basis. Dan heeft iedereen elkaar nodig. Ze hebben elkaar wat te bieden, ze zijn bereid de anderen ook wat te gunnen en ze verstevigen door samenwerking elkaars posities.

Het sociaal akkoord in 2013 kon gesloten worden omdat er een economische crisis was, omdat het VVD-PvdA-kabinet een bescheiden meerderheid had en sociaal-economische tegenpolen verbond én omdat de PvdA en de werkgevers de krachteloze FNV een rol van betekenis gunden.

De omstandigheden zijn nu totaal anders. De economie piekt, de werkloosheid daalt en partijen als de VVD en D66 staan eerder vijandig dan verwachtingsvol tegenover sociaal-economische belangengroepen als werkgevers en FNV.

FNV-voorzitter Busker moet na het echec van de PvdA nieuwe bondgenoten vinden. Als het om sociale onderwerpen gaat, is dat het CDA. Hij moet doen waar FNV-voorzitters traditioneel niet zo goed in zijn: zichzelf wat kleiner maken.

De FNV heeft bijna 1,1 miljoen leden, het christelijke CNV nog geen 300.000. Vraag het CNV als bondgenoot om het voortouw te nemen om het CDA maximaal te beïnvloeden in de komende coalitie-onderhandelingen. Want het VVD-verkiezingsprogramma is voor de vakbonden bedreigend. De VVD wil bijvoorbeeld de reikwijdte van cao’s drastisch beperken. Wil het CDA daartegen opstaan om het poldermodel te behouden? En wil de partij het ministerie van Sociale Zaken leiden? Wie zijn kandidaten daarvoor?

Busker heeft het geluk dat hij nu al één bondgenoot heeft: de economie. De werkloosheid daalt. Als de arbeidsmarkt krapper wordt, kan dat voor werkgevers een goeie aanleiding zijn om meer mensen vast in dienst te nemen. Het leent zich in elk geval voor hogere looneisen.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

    • Menno Tamminga