Meer asielzoekers tekenen beroep aan

Vreemdelingenbeleid Steeds meer asielzoekers stappen naar de rechter om de afwijzing van hun asielverzoek aan te vechten.

Bewegwijzering nabij het asielzoekerscentrum in Ter Apel. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Een toenemend aantal asielzoekers stapt naar de rechter om de afwijzing van hun asielverzoek aan te vechten. Vorig jaar werden ruim 15.800 beroepszaken aangespannen bij de rechtbank. Een jaar eerder waren dat er nog zo’n 9.500.

Dat staat in de Rapportage Vreemdelingenketen die staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Veiligheid en Justitie, VVD) dinsdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het aantal zaken in hoger beroep, bij de Raad van State, steeg van iets minder dan 2.900 naar bijna 4.000.

De stijging komt doordat er vorig jaar meer asielverzoeken waren van mensen uit veilige landen zoals Albanië, Servië, Marokko en Algerije. Hun asielverzoeken worden bijna altijd afgewezen.

Er is ook vaker beroep aangetekend door asielzoekers die zijn afgewezen omdat ze eerder al asiel hebben aangevraagd in een ander EU-land: iemand mag in de EU maar één keer asiel aanvragen.

Vooral van Marokkaanse en Algerijnse asielzoekers is bekend dat een aanzienlijk deel van hen ‘asielhopt’ tussen EU-landen. Ze rekken hun asielprocedure zo lang mogelijk met rechtszaken. Na hun definitieve afwijzing kan Nederland hen niet gedwongen uitzetten, omdat Algerije en Marokko daar niet aan meewerken. De afgewezen asielzoekers reizen dan verder naar een ander EU-land, waar ze een nieuwe procedure beginnen.

Een derde oorzaak van de stijging is het grote aantal asielzoekers dat eind 2015 naar Nederland kwam. Een deel van hun rechtszaken kwam pas in 2016 voor de rechter.

    • Christiaan Pelgrim