Opinie

Nieuw gekozen Tweede Kamer moet werken aan ‘vertrouwbaarheid’

Het is een echt Néderlands parlement dat donderdag wordt beëdigd. Weinig minderheden die na de verkiezingen van afgelopen woensdag niet in de Tweede Kamer zijn vertegenwoordigd. Met dertien verschillende partijen die rechtstreeks zijn verkozen is nog net niet het record uit het begin van de jaren zeventig geëvenaard toen er direct na verkiezingen veertien partijen in de Tweede Kamer zaten.

Zo divers de partijen, zo eenvormig is ook nu weer de achtergrond van de mensen die de Tweede Kamer de komende tijd bevolken. De gemiddelde volksvertegenwoordiger komt uit de Randstad, is hoog opgeleid, van middelbare leeftijd en heeft werkervaring bij de semi-overheid. Het bedrijfsleven blijft opnieuw zwaar ondervertegenwoordigd in de nieuwe Kamer. De vrouwenemancipatie is helaas gestopt: van de nieuwe Kamerleden is 36 procent vrouw. Bij de vorige verkiezingen in 2012 bedroeg dit percentage 39.

Het is te veel gevraagd en ook onnodig om de Tweede Kamer een volledige afspiegeling van het volk te laten zijn. Het lidmaatschap van de Tweede Kamer vergt nu eenmaal bepaalde vaardigheden die lang niet iedereen gegeven zijn. Hoewel de verhalen vanaf het Binnenhof wel eens anders suggereren, bestaat een belangrijk deel van de werkzaamheden van het gemiddelde Kamerlid uit vergaderen en het doorploegen en produceren van wetteksten.

Het werk is tamelijk eendimensionaal waarbij in deze monocultuur het gevaar dreigt van afsluiting van de samenleving. In dit verband vergeleek parlementair historicus Joop van den Berg reeds in de vorige eeuw de Tweede Kamer met een „dubbelwandige kaasstolp”. Het is zorgelijk dat dit beeld ook decennia later op de nieuw gekozen Tweede Kamer geplakt kan worden. Meer variatie in samenstelling naar herkomst, leeftijd, opleiding en geslacht had wel gemogen. Hier is de recrutering door politieke partijen tekortgeschoten.

De grote opgave voor de nieuwe leden van de Tweede Kamer is, los van de partij die zij vertegenwoordigen, de band met de samenleving op te bouwen en te koesteren. De opkomst bij de verkiezingen was bijna 82 procent en daarmee de hoogste sinds 1986. Zo’n blijk van betrokkenheid verplicht alle gekozenen. Het politiek bestuur wordt geconfronteerd met een groot wantrouwen. Dit is deels van alle tijden maar dient wel degelijk serieus genomen te worden.

Voorzitter Kees Wiebenga van de Kiesraad die de uitslag dinsdag in een openbare vergadering formeel vaststelde sprak in dit verband over „vertrouwbaarheid van de verkozenen”. Daar gaat het de komende jaren inderdaad nu allereerst om.