Drie vertrekkende Kamerleden adviseren de nieuwkomers

Hoe overleef je als lid van de Tweede Kamer? Vertrekkende leden van de Tweede Kamer over hun werk. „Grrr, waarom dien jij nu die motie in?”

Vertrekkend Kamerlid Loes Ypma (PvdA) ruimt haar archief op in haar werkkamer op het Binnenhof. Foto ANP / Martijn Beekman

Schilderijen moeten van de muren, stapels boeken verdwijnen in dozen. Woensdag nemen ruim zeventig Tweede Kamerleden afscheid, donderdag nemen nieuwe volksvertegenwoordigers hun zetel in.

De Tweede Kamer is een gekke biotoop, met eigen regels, mores en tradities. Drie Tweede Kamerleden die weggaan, willen wel advies geven aan de nieuwkomers. Hoelang mogen die erover doen om hun draai te vinden? Ton Elias, hij zat ruim acht jaar voor de VVD in de Tweede Kamer, is streng: „Een maand. Ze moeten meteen in het diepe. Kijk debatten online terug, dan zie je vanzelf wat werkt en wat niet.”

Lea Bouwmeester (PvdA, vertrekt na bijna tien jaar) en Sharon Gesthuizen (SP, tien jaar en twee maanden) zijn wat milder. Bouwmeester: „Binnen een half jaar moet je de procedures wel in de smiezen hebben. Maar om echt goed te worden, daar heb je wel een hele periode voor nodig.”

1. De informatie die je nodig hebt, ligt op straat

Alle drie zeggen ze: ga veel op werkbezoek. „En dan niet alleen die aangeharkte bezoekjes waar alles keurig is geregeld”, zegt Ton Elias, die woordvoerder media en luchtvaart was. Ga liever onverwacht ergens langs, dan zie je hoe het er echt aan toegaat in een bedrijf of organisatie. Als je ergens geweest bent, zegt asielwoordvoerder Sharon Gesthuizen, kun je er met meer gezag over spreken. „Ik zag in Libanon hoe vreselijk de opvang voor kinderen daar was. Dat is niet lelijk bedoeld, maar het maakt wel uit.”

Lea Bouwmeester, woordvoerder zorg, praatte altijd eerst met mensen „uit haar netwerk”. Pas daarna las ze alle brieven van de minister. „Verzuipen in de stukken, dat is een valkuil. Neen niet beleidsnota’s als basis, maar de werkelijkheid.”

2. Accepteer dat het vaak niet lukt om je zin te krijgen

Het romantische beeld van politiek, dat je iets kunt betékenen voor mensen, dat is in de praktijk vaak toch anders. Zeker voor Tweede Kamerleden die in de coalitie terechtkomen, is het veel slikken en instemmen met dingen die je liever anders zou zien.

Een kwestie van accepteren, zegt Ton Elias. „Je kunt nooit 100 procent je zin krijgen.” Zelf heeft hij maar één keer getwijfeld of hij ergens voor moest stemmen, dat was het verbod op ritueel slachten. Uiteindelijk maakte zijn stem niet uit, het voorstel haalde het toch niet. „Maar als je ergens echt niet mee kunt leven, is een tegenstem altijd een optie.”

Ben je tegen een afspraak uit het regeerakkoord, probeer dan om het achter de schermen anders te regelen, tipt Lea Bouwmeester. „Ga vooral niet in de media roepen dat je tegen bent, maar verzin een oplossing.” Zelf deed ze het zo met de verplichte eigen bijdrage in de geestelijke gezondheidszorg. Die stond in 2012 in het regeerakkoord, maar de PvdA wist het plan vrij snel van tafel te krijgen.

Sharon Gesthuizen werkte uit de oppositie, dan is het moeilijker iets voor elkaar te krijgen. Ze hield een dagboek bij. „Misschien werkt dat niet voor iedereen. Voor mij was het heel relativerend om achteraf te lezen waar ik boos of teleurgesteld over was.” Natuurlijk probeerde ook zij plannen erdoor te krijgen. „Als dat niet lukt, wees dan niet bang om het enfant terrible uit te hangen.”

3. Zorg dat je de gunfactor hebt bij je collega’s

Het is natuurlijk handig om goed met je eigen fractie overweg te kunnen. Maar de Kamerleden uit andere fracties zijn minstens zo belangrijk, zeggen de drie vertrekkers. De Tweede Kamer heeft alle onderwerpen verdeeld over commissies. De commissieleden bepalen samen hun agenda. Over welk wetsvoorstel willen ze eerst debatteren, welk onderwerp krijgt voorrang? Slim dus, om bij hen de gunfactor te hebben. Elias: „Anders wordt jouw initiatiefwet zo een paar maanden vooruitgeschoven.”

Sharon Gesthuizen werkte rond asiel veel samen met de woordvoerders van D66, ChristenUnie en GroenLinks. „Dat was superfijn. Toch dacht ik ook soms, grrr, waarom dien jij nu die motie in, dit is toch mijn onderwerp.”

4. Kies je onderwerpen slim

Je kunt toch niet alles, zegt Lea Bouwmeester. Dus „focus, focus, focus”. Alleen, besef dan dat de rest van de wereld niet óók alleen met ‘jouw’ probleem bezig is, zegt Gesthuizen. In haar eerste jaren schreef ze tientallen opinie-artikelen naar de krant, over de liberalisering van de postmarkt. Bijna nooit werden ze geplaatst, omdat er niets nieuws in stond. „Ik begreep er niks van. Dit is toch een levensgroot probleem, dacht ik dan.”

Pas na een paar jaar ging ze begrijpen welke onderwerpen de journalisten op het Binnenhof interessant vinden. „Ze willen nieuwtjes hebben.” Maar let op, zegt Bouwmeester: „Praat nooit met een journalist mee. Als je iets niet weet, zég dat dan.”

    • Annemarie Kas