‘Ook zonder studio kun je animatiefilms maken’

Interview Liu Jian Op het Holland Animatie Film Festival, dat woensdag begint, tref je de artistieke buitenbeentjes die de animatie-industrie van nieuwe ideeën voorzien, zoals animator Liu Jian.

Liu Jians Have a Nice Day past in de ‘China Noir’-trend, films die zich afspelen in een immoreel land in de greep van goudkoorts. beeld Liu Jian

Regisseur, producent, uitvoerend producent, animatie, casting: het naambordje van de Chinese animator Liu Jian staat wel heel erg vol. Bij een Amerikaanse animatiefilm zijn al die functies goed voor vijftig namen op de titelrol, grapt de Chinese componist David Liang. „Ik heb de meest compacte en mobiele animatiestudio”, zegt Liu Jian. „Mijn laptop.”

In de twintig jaar sinds studio Pixars Toy Story in 1995, zijn 3D-computeranimatiefilms uitgegroeid tot een uiterst arbeidsintensief en lucratief filmgenre. Maar op het Holland Animatie Film Festival in Utrecht, dat woensdag begint, tref je de einzelgängers en artistieke buitenbeentjes die de animatie van nieuwe ideeën voorzien. Zoals Liu Jians gangsterepos Have a Nice Day, in februari een van de lichtpuntjes in de grauwe filmcompetitie van de Berlinale.

China Noir

Net als zijn debuut Piercing 1 (2010) past Have a Nice Day in de ‘China Noir’-trend van films als Jia Zhangkes A Touch of Sin en Black Coal, Thin Ice. Films die zich afspelen in een immoreel land in de greep van goudkoorts. De (lagere) overheid is corrupt of afwezig: als koerier Zhang Xiao in Have a Nice Day een miljoen yuan (136.000 euro) van maffiabaas Oom Liu steelt, parkeert hij zijn auto achter een verkeersagent van bordkarton die correct rijgedrag moet afdwingen.

De sullige Zhang Xiao hoopt met die buit naar Zuid-Korea te vluchten om daar de mislukte plastische chirurgie van zijn vriendin te laten corrigeren. Maar de gangsterbaas zet keurslager annex fixer Skinny op zijn spoor, terwijl Zhangs ‘vrienden’ en een malafide uitvinder eveneens geld ruiken.

Liu Jian werkte drie jaar aan Have a Nice Day. Een geluidsstudio nam de stemmen en soundscape op, David Liang regelde de muziekscore van Chinese folklore en free jazz, de rest deed Liu Jian zelf. Hij scoutte en fotografeerde de locaties die zulke prachtig gedetailleerde, in klare lijnen getekende stadsdecors opleverden, de grootste charme van Have a Nice Day.

Liu Jian, die in Nanjing werd opgeleid tot schilder en de kost verdiende als fotograaf, koos voor animatie na het zien van twee Japanse animefilms: Ghost in The Shell en Tokyo Godfathers. „Ik wist dat ik verhalen wilde vertellen en was dol op films van de gebroeders Coen, Tarantino, Clint Eastwood en Takeshi Kitano. Films met een krachtige, heldere beeldentaal en eenvoudige, mythische verhalen. Japanse anime was een aha-moment: daarmee kon je dus ook serieuze, volwassen verhalen vertellen”, vertelt hij in Berlijn.

En dat gaat ook zonder studio, ontdekte Liu Jian. „Mijn tekenstijl is erg persoonlijk en precies en leent zich slecht voor industriële productie. Als je alleen werkt, kan je weinig aan animatie en gezichtsuitdrukkingen doen, maar dat is ook niet nodig. Door nauwkeurig gebruik van dialoog en geluid kan je het verhaal ook vertellen.”

Have a Nice Day bevat soms impliciete maatschappijkritiek. Een gangster filosofeert in Tarantino-stijl over de drie vrijheden die je in China geniet: die van de lokale markt, de supermarkt en de online-shop. Geld bepaalt je mate van vrijheid. Criminelen dromen van een start-up om de Chinese Mark Zuckerberg te worden, het hoogste ideaal van een gangstermeisje is vakantieoord Shangri-La, een kapitalistisch-communistische utopie van cocktails, ruisend graan en lachende kosmonauten.

In Have a Nice Day martelt maffiabaas Oom Liu een schilder en vraagt hem waarom kunst in China toch altijd gepaard gaat met zwarte humor en sarcasme. Verpak je maatschappijkritiek zo in China? Liu Jian zucht. „Hier krijg ik zoveel vragen over politiek. Alles heeft een context, maar politiek is voor mij bijzaak. Ik zie Have a Nice Day liever als satire op het alledaagse leven in de marge van de grote stad, waar de stad overgaat in platteland. Een wereld in beweging, vol risico’s en kansen. Marginale mensen krijgen zelden iets te maken met politiek.”

    • Coen van Zwol