Opinie

Ondanks alles, koester onze zakelijke relatie met Erdogan

Een Turks ‘ja’ voor het autoritaire stelsel dat president Erdogan wenst, is een waterscheiding in de relatie met democratisch Europa, betoogt .

Politie verwijderde deze Erdogan-posters uit Rotterdamse etalage. Foto ANP

De Turkse leiders en een aantal EU-regeringen zijn op het ogenblik verwikkeld in een diplomatieke ruzie van zeldzame omvang. Maar de echte uitdaging is de uitslag van het referendum op 16 april.

De reden van het fel nationalistische en vijandige verhaal van Ankara is bekend. De regerende AK-partij is verdeeld over een ja-stem op 16 april. Erger nog: bondgenoot MHP, de nationalistische partij, neigt naar een ‘nee’. De AKP-leiding is bang om dit cruciale referendum over het vergroten van de presidentiële macht te verliezen en dus telt elke stem. Om het nationalistische verhaal extra aan te zetten, bieden de Europese verkiezingscampagnes een uitgelezen strijdperk.

Het wrange van de situatie is dat de mensen die tegen de ontwerp-grondwet van de AKP zijn in Turkije niet vrij campagne kunnen voeren (sommigen zitten gevangen en de vrijheid van meningsuiting is onder de noodtoestand streng beperkt), maar dat van de EU-regeringen wordt gevraagd om op Europese bodem propaganda toe te staan voor een dictatoriale grondwet die in strijd is met de EU-beginselen.

De Europeanen hebben duidelijk gezegd dat de door president Recep Tayyip Erdogan gebezigde termen – ‘bananenrepubliek’, ‘fascistisch’, ‘terrorisme-aanhanger’ en ‘nazi’ – volstrekt onaanvaardbaar zijn. Het mag geen verbazing wekken dat Ankara een negatieve eensgezindheid onder de EU-leiders en -burgers heeft teweeggebracht. Maar ondanks de verontwaardiging in heel Europa zou de stortvloed van kritiek uit Ankara met een waardig stilzwijgen moeten worden begroet. Deze is immers vooral het gevolg van de diepe angst in Ankara om op 16 april een cruciale stemming te verliezen.

De EU is de afgelopen 67 jaar moeizaam opgebouwd na de verwoesting door oorlog, etnische zuivering, racisme en de nazi-heersers. Het is voor mijn generatie Europeanen uiterst kwetsend om Duitse en Nederlandse leiders voor ‘nazi’ uit te maken, want dit miskent de waarden en beginselen waarop de hele Europese Unie is gebouwd. En ondanks de vele EU-narigheden, dankzij onze eigen akelige populisten, zijn deze waarden en beginselen honderden miljoenen van ons nog altijd heel dierbaar – ook vele Turken die burgers van onze landen zijn geworden. De Turkse leiders doen er onverstandig aan om uit eigen electoraal winstbejag kritiek op deze beginselen te hebben.

Laten we niet vergeten dat Turkije in 2004 een eerste stap zette om toe te treden tot het liberaal-democratische bestel van de EU-landen. Later distantieerde het zich gaandeweg van de EU-grondbeginselen, vooral na de rechtstreekse presidentsverkiezingen in augustus 2014, toen ze een belemmering bleken voor de absolute machtsstructuur die de AKP-leiding nastreefde.

Douane-unie kern van betrekkingen

Wat nu op het spel staat, dient benoemd te worden: het stelsel van een eenmansbewind zonder checks and balances en rechtszekerheid dat in het referendum van 16 april aan de kiezers zal worden voorgelegd, is ondemocratisch en onverenigbaar met de EU. Het zal Turkije van de democratische wereld vervreemden en het toetredingsproces tot betere tijden opschorten.

We hebben het niet over een bekoeld huwelijk tussen Turkije en de EU, maar een wezenlijke waterscheiding. De afgelopen veertien jaar heeft de Turkse regeringspartij een religieus-conservatieve politieke en maatschappelijke revolutie niet met democratische middelen weten door te voeren, om de eenvoudige reden dat de diversiteit van de Turkse samenleving zo enorm veerkrachtig was. Nu probeert ze het via een nieuwe grondwet met een autoritair presidentieel stelsel waarin verschillende levensstijlen niet meer naast elkaar zullen mogen bestaan. Dat is een harde keuze die de Turkse kiezers moeten maken.

Veel beleidsmakers vragen zich af hoe de EU haar relatie met Turkije in deze moeilijke context moet herschikken. De keuze om de relaties te verbreken is niet aan de orde, maar er zijn nog andere mogelijkheden. De relatie tussen de EU en Turkije op het gebied van handel, directe investeringen en technologie is sterk: de EU vertegenwoordigt 50 procent van de totale Turkse buitenlandse handel en 75 procent van de buitenlandse directe investeringen (en de bijbehorende technologie). De douane-unie tussen de EU en Turkije, heeft beide partijen enorme voordelen opgeleverd: ze heeft ervoor gezorgd dat de Turkse industrie zich aan EU-standaarden heeft aangepast en deze geïntegreerd in grote productienetwerken (Fiat, Ford, Renault), terwijl de Europese partners hebben geprofiteerd van een dynamisch arbeidspotentieel, streven naar kwaliteit en goedkopere productiekosten. De douane-unie moet de komende tijd worden gemoderniseerd. Het is zelfs denkbaar dat deze de kern van de betrekkingen wordt. Daarmee zal dan een meer zakelijke relatie ontstaan, waarin het doel om Turkije op de lijn van de Europese rechtsstaat te brengen mogelijk definitief verloren gaat. De Turkse burgers die hadden willen vasthouden aan een Europees soort liberaal-democratisch stelsel, zullen zich dan in de steek gelaten voelen, wat een fors politiek verlies voor de EU betekent.

Maar de bottomline is uiteindelijk eenvoudig: de toekomst van Turkije is rechtstreeks aan de kiezers die in het referendum van 16 april hun stem uitbrengen. Besluiten ze tot de invoering van een eenmansbewind, dan is dat hun recht, ook al zal dit tot voorspelbaar gefrons in westerse democratieën en tot instorting van de Turkse lira leiden. Doen ze dit niet, dan is het de verantwoordelijkheid van de Turkse leiders om weer naar een goed werkend parlementair stelsel conform de bestaande grondwet terug te gaan. De derde mogelijkheid, dat wil zeggen een afgelasting of uitstel van het referendum – naar het gerucht gaat omdat de nee-stem weleens zou kunnen winnen – zou de ultieme miskenning van de democratie betekenen.