Recht & Onrecht

Ook mensen in armoede houden zich bezig met zelfontplooiing

Is de kloof tussen ‘volk’ en ‘elite’ te verklaren uit de mate waarin hun basisbehoeften zijn vervuld? In de gedragscolumn legt Denise de Ridder uit waarom die theorie wel aantrekkelijk is, maar ook bewezen onwaar.

Na de uitslag van de Tweede Kamer verkiezingen waarbij het aantal stemmen dat de populisten wisten te trekken nog enigszins meeviel, is er bij veel mensen een zekere opluchting dat de kloof die gaapt tussen het volk en de elite wellicht ietsje kleiner is dan verondersteld. Toch blijven de zorgen aanhouden en breekt menigeen zich het hoofd over de vraag waarom een significant deel van de Nederlandse bevolking zich zo slecht gehoord voelt door het zogeheten weldenkende deel van de natie. Een paar weken geleden kwam neurowetenschapper Victor Lamme met een verrassende verklaring waarvoor hij een beroep deed op het gedachtengoed van humanistisch psycholoog Abraham Maslow (1908-1970).

Basisnoden

Maslow heeft furore gemaakt met zijn piramide van behoeften waarin hij verschillende soorten noden onderscheidt die bepalen waar mensen warm voor lopen: aan de basis staan lichamelijke behoeften zoals eten, slapen en onderdak en aan de top ontplooiing en persoonlijke groei. Tussen deze twee uitersten wordt iemands gedrag bepaald door de behoefte aan veiligheid en zekerheid, deel uitmaken van een sociale gemeenschap, en waardering voor je prestaties.

Maslow’s model veronderstelt een hiërarchie. Net als bij een computerspelletje kun je pas door naar het volgende niveau als de behoeften van het daaronder liggende niveau vervuld zijn. Als de basisnoden om in leven te blijven onder druk staan, is iemand volgens Maslow dus gedoemd om op het basale niveau te blijven functioneren en komt hij niet toe aan de hogere behoeften. Bertolt Brecht zei het al: ‘Erst das Fressen und dann die Moral’.

Gesappel

Lamme haalt het oude model van Maslow uit de kast om uit te leggen waarom de elite zich zo weinig gelegen laat liggen aan de noden van de bevolking: zij zijn lekker bezig in de top van de piramide met zichzelf te manifesteren zonder zich te bekommeren om het gesappel van het volk dat is blijven steken op niveau 1 en niet de kans krijgt om zichzelf te ontplooien. De piramide van Maslow heeft voor veel mensen een intuïtieve aantrekkingskracht en is populair in curieuze trainingen waarin mensen op zoek moeten naar zichzelf om beter te kunnen presteren - maar in wetenschappelijke kringen omstreden.

Belangrijkste kritiekpunt is dat er geen enkel bewijs is voor de veronderstelde hiërarchie. In een recente studie onder meer dan 60.000 mensen vonden de Amerikaanse psychologen Diener en Tay  geen aanwijzingen dat eerst basisbehoeften vervuld moeten zijn voor iemand door kan naar het volgende niveau.

Ook mensen die in armoede leven zijn – extreme situaties daargelaten – niet alleen begaan met het lenigen van hun primaire noden maar kunnen tegelijkertijd bezig zijn met hogere behoeften als compassie, gemeenschapszin, goede prestaties en ja, zelfs zelfontplooiing. Ook vonden de onderzoekers geen ondersteuning voor het idee dat je vanzelf door gaat naar het volgende niveau als voldaan is aan de basisbehoeften. Jammer genoeg wordt niet iedereen die te eten heeft en een dak boven zijn hoofd vanzelf een mens die zich bekommert om anderen, verantwoordelijkheid neemt of zichzelf ontwikkelt.

Ongenoegen

Dat zien we ook terug in Nederland. In de afgelopen tientallen jaren is de welvaart gestegen, maar het ongenoegen lijkt navenant toegenomen te zijn. Wie de kloof wil verklaren moet dus met iets beters komen dan de behoeftenpiramide. Maslow schijnt zich aan het einde van zijn leven te hebben afgevraagd hoe het toch komt dat zo weinig mensen ontplooiing nastreven als eenmaal hun basale behoeften bevredigd zijn. Helaas is hij gestorven voor hij het antwoord wist.

Denise de Ridder is hoogleraar psychologie aan de Universiteit Utrecht en doet onderzoek in het SelfRegulationLab. De gedragscolumn verschijnt wekelijks en wordt geschreven door sociale wetenschappers.