Brieven

    • Peter Prinsen
Na de stembus (1)

Het gaat om onze soevereiniteit

Foto ANP

„Ook Turkse ministers horen hier vrij te zijn”, schreef Folkert Jensma (NRC, 18/3). Aanleiding: de pogingen van Turkse ministers om op Nederlands grondgebied onze landgenoten van Turkse komaf politiek te beïnvloeden over een Turkse aangelegenheid. De in ons land geldende uitingsvrijheid zou die vrijheid garanderen.

Dit argument overtuigt mij niet, en wel omdat niet de uitingsvrijheid het argument moet zijn, maar de bescherming van de Nederlandse soevereiniteit.

Op vrijdag 17 maart berichtten de media: „De Turkse president Erdogan heeft zijn in Europa levende landgenoten opgeroepen, meer kinderen te nemen om zo de invloed te vergroten. ‘Neem niet drie, maar vijf kinderen’, zei hij tijdens een campagnebijeenkomst in Eskisehir, in het westen van Turkije.” En op 18 maart: „De Turkse minister van Buitenlandse Zaken zou Turkse Bulgaren opgeroepen hebben te stemmen voor de Bulgaarse Turkenpartij DOST.”

Nederland is de verzuiling voorbij en zit niet te wachten op een nieuwe zuil, aangestuurd door een buitenlands staatshoofd.

Buitenlandse ministers zijn hier welkom en vrij om Nederlanders op te zoeken en te spreken. Maar wel de koninklijke weg bewandelend, dat wil zeggen met open vizier.

    • Peter Prinsen